50 jaar gas - 2 afleveringen op RTV Noord
[22-6-2009] 23 juni, 18.33 uur op RTV Noord
In de vroege ochtend van 22 juli 1959 werd bij Kolham op 2659 meter diepte aardgas aangeboord. Omdat het gemeentehuis in Slochteren stond, raakte het gasveld later onder die naam bekend. De geweldige omvang van de vondst - en de gevolgen die deze zou hebben voor de Nederlandse economie - was nog niet meteen bekend. De NAM en de Nederlandse overheid hielden hierover ook relatieve stilte in acht. Pas een jaar later ontstaat er grote opschudding als de Belgische europarlementariër Leemans zich uitlaat over het feit dat Nederland waarschijnlijk kan putten uit één van de grootste gasvelden ter wereld. Leemans schatting van een inhoud van minstens 1100 miljard kubieke meter blijkt achteraf zelfs te conservatief: het Slochter veld bleek maar liefst drie maal zo groot te zijn.
De vondst werd gedaan in een tijd dat de ontwikkeling van de Noordelijke economie menigeen grote zorgen baarde. Naast optimistische geluiden over de betekenis van de vondst voor Groningen, waren spoedig ook kritische geluiden te horen: de baten zouden de provincie niet naar evenredigheid ten goede komen. In de politieke arena ruist sindsdien op de achtergrond het aardgas.
25 juni, 18.33 uur op RTV Noord
Vóór de overschakeling van Nederland op aardgas begin jaren '60, werden in het huishouden verschillende brandstoffen voor verwarming en het koken gebruikt. De stad Groningen had al sinds 1854 een gasfabriek, waar uit steenkolen stadsgas werd geproduceerd. Enkele grotere dorpen op het omringende platteland kregen in de eeuw daarna ook een dergelijke inrichting. Na de oorlog veranderden de meeste gasfabrieken in distributiebedrijven voor propaan- en butaangas. Na de aardgasvondst, verloren ze ook die functie. De slopershamer maakte in 2009 een eind aan het bestaan van de laatste overgebleven gasfabriek in de provincie, namelijk die van Bedum.
Daarnaast waren de petroleumventer en de kolenboer vertrouwde gezichten. Zij leverden hun waar aan huis. Petroleum werd in kleine hoeveelheden - naar behoefte van de klant - in 'klipkes' verkocht. De kolenboeren hadden vooral in oktober een drukke tijd; ze reden die maand massaal af en aan om de wintervoorraad van hun clientèle voor de naderende winter op peil te brengen. Met de komst van het gas, kwam hun nering in gevaar. Binnen enkele jaren verdwenen ze dan ook uit het straatbeeld.