Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen Apart eten
Gecontroleerd door redactie

Apart eten

[1795-1914]
Afbeelding bij dit verhaal

In zijn jonge jaren werkte meneer Vink als knecht bij de boer. Hij is inmiddels overleden, maar hij kon tot op hoge leeftijd erg smeuïg vertellen over zijn tijd als boerenknecht. In het thema van al zijn verhalen klonk, hoe oud hij ook was, nog altijd opstandigheid door: “Wij hebben geholpen om de boeren rijk te maken.” Moeke Het standsverschil tussen boeren en arbeiders moet een kleine eeuw geleden enorm zijn geweest.

Je ziet het nu nog, als je door het Groninger land rijdt: enorme boerderijen met schuren en stallen als kathedralen en dan, op een steenworp afstand het piepkleine arbeidershuisje, waar de boerenknecht met zijn vaak grote gezin woonde . Als jongetje van twaalf ging meneer Vink bij “de boer” werken. Hij sliep ergens aan het eind van de stal, waar een hokje, zijn slaapstee, hem scheidde van de koeien. “Soms was ik zo bang, dat ik schreide om mien moeke”, zegt hij, “Maar ja, er moest geld in het gezin komen en we waren arm.” Lichtmuts Één van de dingen waarover hij nog vaak vertelt, is het apart eten. “ Meiden en knechten aten in de stal bij het vee.” Pas in 1918 werd het beter, memoreert meneer Vink, die werd geboren in 1899. “Toen kwam er een wet, waarin werd bepaald dat er een ‘etenskamer’ voor het personeel moest komen. Daar zat het personeel bij elkaar tijdens de warme maaltijd en het avondbrood. Soms in het donker, want na “Lichtmuts” (Maria Lichtmis, 2 februari) mocht er niet meer met het licht op gegeten worden. Brandde de olielamp nog, dan kwam de boer hem eigenhandig uit doen.” Spek Het moeten barbaarse tijden geweest zijn: kinderarbeid, lange werktijden (’s zomers al vanaf vier uur ’s ochtends) en personeel dat slechter behandeld werd dan het vee. “Maar”, aldus mijn zegsman, “Er waren ook goeie boeren. Ik werkte lange tijd bij een boer die zei: ‘Als ik van spek houd, dan vinden mijn mensen dat ook vast lekker’. Hij noodde de mensen bij zich aan tafel, eerst op zondag, later ook op werkdagen. Nu zou men voor de eer bedanken, maar voor die tijd was dat heel revolutionair. Zodra in de omgeving bekend werd dat deze boer zijn mensen aan tafel uitnodigde, kwamen de andere boeren protesteren. Ze vreesden voor een precedent.

Stel je voor: Arbeiders aan tafel, die het zelfde te eten kregen als de boer, daar pasten ze wel voor! Strijdvaardig De verhalen van “bij de boer” hoorde ik indertijd vaak. In de jaren tachtig belegde ik geregelde samenkomsten met enkele voormalige landarbeiders en weduwen van landarbeiders. Ze begrepen elkaar en vulden elkaars ervaringen aan. Opstandig waren er slechts enkelen, zoals Vink. De overigen reageerden gelaten: zo was het nu eenmaal, je wist niet beter. Maar die enkelen, die hun baan riskeerden en hun mond opendeden om hun recht op een menswaardig bestaan op te eisen, die hebben voor de anderen de kastanjes uit het vuur gehaald. Zoals meneer Vink. Drieënnegentig jaar oud. En nog steeds strijdvaardig.

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.

Verwante items