In 1959 werd de Baptistengemeente Veendam opgericht, letterlijk een plant van eigen bodem. De groei en bloei van het Nederlandse baptisme begon in de Veenkoloniën.
Zeer belangrijk was het werk van de in 1805 te Winsum geboren Johannes Elias Feisser. In 1808 verhuisde hij met zijn vader en moeder naar Veendam. Zijn vader werd hier aangesteld als rijksontvanger (belastingambtenaar). In 1823 liet hij zich inschrijven als student theologie te Groningen. In 1828 promoveerde hij voor zijn theologiestudie en werd predikant te Lekkum, Winschoten en Franeker.
Een ingrijpende gebeurtenis veranderde zijn leven. In Franeker stierven zijn vrouw en twee kinderen. Feisser kon de moed niet meer opbrengen om te prediken en zocht warmte en steun in het ouderlijk huis te Veendam.
In 1839 werd Feisser weer predikant en nu te Gasselternijveen. Daar raakte hij los van de mens gecentreerde theologie door het lezen van de brieven van de prediker Newton. Het persoonlijk geloof begon voor hem steeds sterker te worden en velen kwamen naar Gasselternijveen om zijn preken te horen. Niet iedereen was gediend van deze ommezwaai in denken en in 1843 werd hij uit zijn ambt gezet omdat hij weigerde de kinderdoop te bedienen.
Kort daarna kwam Feisser in contact met baptisten uit Hamburg. In 1845 liet hij zich samen met zes anderen tot baptist dopen in een wijk bij de boerderij van Roelof Reiling aan de Nijveensche Mond. De doop werd verricht door broeder J. Köbner, lid van de baptistengemeente Hamburg.
Feisser predikte later onder andere te Amsterdam en Nieuwe Pekela. Daar is hij in 1865 overleden.
Naast Feisser woonden om en rond Veendam verschillende baptisten die in Muntendam ter kerke gingen. Het ledental van Muntendam groeide van 12 in 1891 tot een kleine 290 eind jaren zestig. Vooral de zeer populaire ds. Hekhuis zorgde voor een aanwas van leden.
In Borgercompagnie was bovendien een zeer populaire baptisten - zondagsschool te vinden. Een zondagsschool die dankzij de inzet van de familie Van der Deen en aanpak van het organiseren van allerlei activiteiten zeer populair was.
Vanwege de groei van het aantal leden in de gemeente Veendam werd in 1958 besloten om ook in Veendam diensten te houden. Diensten die door Ds. M. de Jong werden gehouden. Om half tien stond hij in Muntendam om vervolgens om elf uur in Veendam de dienst voor te gaan.
Het was duidelijk, in Veendam was dankzij de groeiende belangstelling voor het baptisme, behoefte aan een eigen gemeente en gebouw. In het zelfde jaar viel het oog op het te koop staande bankgebouw van de 'Zeven Provinciën', voorheen Veenkoloniale hypotheekbank. Het gebouw werd aangekocht en omgebouwd tot kerk. De kluis maakte bijna symbolisch plaats voor doopvont en kansel.
De eerste gemeentevergadering werd op 4 augustus gehouden en op 16 september 1959 werd het gebouw feestelijk als Gemeentecentrum ingewijd. Ds. M. de Jong zei tijdens de opening van het nieuwe baptistengemeente Veendam heel toepasselijk: "Waar vroeger verzekeringen werden afgesloten voor het leven, wordt nu gewerkt aan een plaats waar men door het geloof in Jezus Christus verzekerd kan worden voor het eeuwige leven."
