In 1957 werd geconstateerd dat ik polio had. Na een zeer langdurige opname in het Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG) en een revalidatieperiode in het W.A. Scholten kinderziekenhuis in Haren, kwam ik uiteindelijk weer thuis bij papa, mama en broer Klaas. Maar thuis was niet meer thuis zoals het was voordat ik opgenomen werd. Ik voelde me verre van prettig. De buurt bekeek me alsof ik besmettelijk was. Tientallen keren werd aan mama en papa gevraagd: ‘hoe gaat het nou met haar?’ Mij werd helemaal niks gevraagd. Mijn omgeving reageerde anders. Mijn lichaam deed ook niet wat ik wilde. Ik had heel veel pijn en werd constant aangemoedigd. Dan was het van ‘kom op, je kunt het wel’, ‘kom op, wees een grote meid’. Papa zag ik amper. ’s Morgensvroeg vertrok hij naar de boer om te melken, te ploegen en te hooien. Broerlief ging naar school en mama was de godganse dag met mij in de weer; controle AZG, controle W.A. Scholten kinderziekenhuis, naar de masseur, elke dag, ieder uur thuis oefenen. Meerdere keren per week ging ik met mama naar een masseur, meneer Heeg, in Veendam. ‘Hele lieve meneer’, zei mama iedere keer weer als ik heen moest. Ik wist wel beter. Hij was helemaal niet lief, hij deed me ontzettend pijn. ‘Kom op, lopen, armen strekken, rug recht, springen’, was het altijd. Mama en papa waren ervan overtuigd dat alles goed kwam met mij. Zo jong als ik was, wist ik dat ik gehandicapt bleef.
We gingen met de GADO bus naar Groningen. De bus reed toen door Ommelanderwijk. Ik moest op de arm bij mama naar de bushalte. Soms mochten we ook voor het huis in- en uitstappen.
Het hele huis was omgetoverd tot één grote oefenruimte. Mama liet soms ‘per ongeluk’ een pak bruine bonen vallen op de vloer. ‘Ach lieve Annefina, pak jij die boontjes even op?’ Ik werd dan met de bips op de ruwe, stiekelende kokosmatten gezet en zoeken maar… ‘Nee, niet met je gezonde arm’, zei ze dan Zelfs spelen werd gepromoveerd tot oefenen. Ik kreeg een prachtig glimmende blauw/ witte poppenwagen, die bijna een weekloon van papa kostte. ‘Kom Annefina, lekker wandelen met de pop’. Voor mijn gevoel was het dagelijks leven een hel geworden. Mama voelde zich schuldig vanwege de polio en mijn broer had sinds de kinderverlamming een grote hekel aan mij. Mijn ouders hadden geen tijd meer voor hem. ‘Nee Klaas, je kunt nu niet bij mama in huis zijn, ga maar naar de boerderij waar papa werkt’. Zo ging het dag in , dag uit. Altijd moest hij buiten spelen. Papa deed eigenlijk niet mee aan het dagelijks leven. Tegen vijf uur ging hij naar de boerderij, tussen de middag moest hij in een noodgang warm eten, weer terug naar de boer en als afsluiting weer melken. Aanpassingen waren er niet in huis. Ik voelde me een gevangene in mijn eigen huis. Mama deed de huishouding helemaal alleen. Ze kookte op de oude zwarte kookkachel. Daar moesten eierkolen in, een pan er op of een ketel erin. Daar omheen zette ze het rekje met wasgoed om te drogen. Er was altijd heel veel wasgoed door mij.
Elke zaterdag gingen we in de tobbe voor de kachel om gewassen te worden. Ik eerst, want warm water was goed voor mijn spieren, zei mama. Papa werkte ook op zaterdag en zondag. Dan moest hij de koeien melken. Het viel op dat er nooit eens iemand hielp bijvoorbeeld met het beschikbaar stellen van een auto. Papa had namelijk geen rijbewijs. Pas veel later ben ik staat geweest om alles een betere plaats te geven. Aan Ommelanderwijk heb ik niet veel prettige herinneringen. Contact met mijn broer is een zeldzaamheidgeworden. Mijn gevoelens voor hem heb ik op papier gezet.
Broertje
Broertje is alleen,
Mama heeft geen tijd
Ga maar buiten spelen,
Papa komt straks…
Broertje is boos,
Mama heeft geen tijd
Ze is met zusje,
Naar het ziekenhuis…
Broertje is verdrietig,
Mama heeft geen tijd
Zusje is altijd ziek,
Steeds maar ligt ze in bed…
Broertje is alleen,
Papa heeft geen tijd,
Ga maar buiten spelen,
Mama komt straks…
Broertje is boos,
Papa heeft geen tijd,
Hij moet centjes verdienen,
Voor dokter en ziekenhuis…
Broertje is verdrietig,
Papa heeft geen tijd
De koeien moeten gemolken,
Het hooi onderdak…
Broertje is alleen,
Papa en mama hebben geen tijd
Rot zusje ook.
Was ze maar dood!!!
