Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen Burgeroorlog
Gecontroleerd door redactie

Burgeroorlog

[800-1594]
Afbeelding bij dit verhaal

Na het uiteenvallen van het Rijk van Karel de Grote gingen de Friese gebieden bij het Oost -Frankische of Duitse Rijk behoren. Namens de koning of keizer van dat Rijk oefenden hertogen en graven het overheidsgezag uit. In de praktijk stelde dit echter niet veel voor. De officiële gezagsdragers konden in het afgelegen kustgebied nauwelijks een voet aan de grond krijgen. Spoedig raakte de band met het Rijk in vergetelheid. De Friese bevolking - en dan vooral de rijksten onder hen - had hierdoor alle ruimte om haar eigen zaken te regelen.

Het Friese kustgebied was verdeeld in ‘landgemeenten’, die van elkaar gescheiden waren door zeearmen of moeilijk begaanbare moerassen. Binnen deze gebieden gaven de meest aanzienlijken de toon aan. Deze ‘hoofdelingen’ wierpen zich op als rechters en aanvoerders in de strijd tegen vijanden. In hun optreden liepen zorg voor gemeenschappelijke zaken en de behartiging van privé- en familiebelangen door elkaar. De Friese vrijheid ontaardde daardoor in chaos en partijstrijd. Eerst het optreden van de stad Groningen en, vanaf 1500, ‘buitenlandse’ heren, bracht wat meer lijn in de gebeurtenissen tussen Eems en Lauwers. Was er in de Friese Ommelanden nauwelijks sprake van enig gezag ‘van bovenaf’, de koning vond het wel noodzakelijk om een steunpunt in die buurt te hebben. Daarom schonk hij in 1040 een landgoed te Groningen aan de bisschop van Utrecht. Het was zijn bedoeling dat die als een ‘rijksambtenaar’ ter plaatse over de rechten van het Rijk zou waken. Maar weldra bleek dat ook de bisschop niet in staat was orde te brengen in de toestand van het noordelijk kustgebied. De situatie was hier extra ingewikkeld, doordat de verschillende vormen van gezag - de geestelijke en wereldlijke overheid - in verschillende handen was.

De bisschop van Utrecht ging over de geestelijke zaken in Groningen en het Gorecht, maar in de Ommelanden stond alles wat met het geloof en de kerk te maken had onder de bisschop van Münster. De nederzetting Groningen heeft zich al vroeg tot stad ontwikkeld. Dat kwam doordat hier verschillende wegen bij elkaar kwamen, zodat het de meest aangewezen plaats was voor het ter markt brengen van producten uit de Friese Ommelanden. De kooplieden die zich hier vestigden voelden er niets voor zich de wet te laten voorschrijven door de bisschop van Utrecht of diens vertegenwoordigers. Samen met de Friese Ommelanders - die alle belang hadden bij de Groninger markt en die in de muren van de stad ook een garantie voor hun eigen veiligheid zagen - wisten ze zich van het Utrechtse gezag te ontdoen. Samen met de leiders van de Ommelander landgemeenten trof de stad Groningen regelingen ter verbetering van de onderlinge verhoudingen en beveiliging van de koophandel. Doordat eendracht in de Friese landen ver te zoeken was, raakte ook het Groninger stadsbestuur meer en meer verstrikt in de vetes tussen rivaliserende hoofdelingen en hun aanhang. De onderlinge allianties wisselden voortdurend. De strijd werd nog ingewikkelder doordat ook heren van elders, zoals de graaf van Holland en enkele Oostfriese hoofdelingen, zich met de zaken gingen bemoeien. De dreiging van buitenaf dwong Groningers en Ommelanders om zich, ondanks alle onderlinge tegenstellingen, nader aaneen te sluiten. Ook de plattelanders zagen in het sterk gelegen Groningen een bolwerk voor hun vrijheid. Van die situatie maakten de stedelingen graag gebruik, Het stadsbestuur wist steeds meer greep te krijgen op de interne gang van zaken in de Ommelanden en sloot een reeks verdragen waarin de dominante positie van de stad werd erkend en vastgelegd.

Hoezeer Stadjers en Ommelanders ook gehecht waren aan hun vrijheid, toen aan het eind van de vijftiende eeuw de hertogen van Saksen zich op het strijdtoneel meldden was de tijd van onafhankelijkheid voorbij. De keizer wilde een einde maken aan de ongewone en onduidelijke situatie in het noorden van de Nederlanden en gaf de hertog van Saksen de zeggenschap over de Friese landen, met inbegrip van Groningen. Hoofdelingen die Groningen vijandig gezind waren, kozen voor de hertog, anderen schaarden zich aan de zijde van de stad. Er brak een periode aan van bloedige onderlinge strijd waarin niemand won en iedereen verloor. De hertogen van Saksen slaagden er niet in Groningen en de Ommelanden onder hun gezag te brengen en ook de graaf van Oost - Friesland en de hertog van Gelre, die het daarna probeerden, wisten geen blijvend succes te boeken.

Rust kwam er pas toen Groningen en Ommelanden, uitgeput door de strijd en gedwongen door de ontwikkelingen op hoog politiek niveau, zich gedwongen zagen te buigen voor de Habsburger Karel V (1536). Stad en Lande werden samen als één gewest opgenomen in de Nederlandse bezittingen van de keizer. Twee thema’s beheersten de periode na 1536: de opkomst van de kerkhervorming en de zich verdiepende ruzies tussen de stad Groningen en de leidende Ommelanders, die zich in hun ambities beknot voelden. De onderling strijdige belangen van de verschillende bevolkingsgroepen verhinderden dat de hervormingsgezinden zich massaal en metterdaad tegen koning Filips II verzetten en dat degenen die aan de oude leer vasthielden de Spaanse koning onvoorwaardelijk steunden. Duidelijkheid kwam er pas in het jaar 1594, toen prins Maurits van Oranje en graaf Willem Lodewijk van Nassau de stad Groningen veroverden. Hierdoor gingen Stad en Lande onderdeel uitmaken van de Verenigde Nederlanden, die bezig waren zich gewapenderhand los te maken van de Spaanse koning.

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.