Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home > Verhalen > De Amshoff te Kiel-Windeweer
Gecontroleerd door redactie

De Amshoff te Kiel-Windeweer

[1594-1795, 1980-nu]
Afbeelding bij dit verhaal

Op de voorgevel van deze kerk staat te lezen dat deze heilige gebouwen ‘zijn opgericht uit de publieke middelen van de stad’. Deze stad was Groningen, waar het lintdorp Kiel-Windeweer indertijd onder viel. Ook de windvaan op de achthoekige dakruiter verwijst naar de oude machtstructuur:  het heeft de vorm gekregen van het Groninger stadswapen. Dit machtsvertoon was bedoeld om duidelijk aan te geven wie in dit gebied het gezag voerde.

Veen, de noordelijke goudmijn
De bouw van de kerk van Kiel-Windeweer laat de impact zien die de turfwinning gehad heeft op de ontwikkeling van de provincie Groningen. Na het einde van de Spaanse overheersing van Groningen in 1594 kwam een kwart van de kloostergronden, en daarmee een groot deel van het hoogveengebied, in hadden van de stad. Vanuit de groeiende stad Groningen ontstond steeds meer behoefte aan goedkope brandstof en het afgraven van de veengebieden werd een hele lucratieve bezigheid. Men begon met het graven van kanalen om het gebied af te wateren, zo ontstond onder andere het kanaal dat in dit verhaal een hoofdrol speelt: het Kieldiep.

Het Kieldiep, of Kielsterdiep, is een zijtak van het Winschoterdiep. Het afgraven van dit kanaal startte in 1647. Het aanleggen van een infrastructuur van kanalen en wegen kostte handenvol geld. De stad Groningen nam steeds meer veengebieden van ondernemers over, die op pachtbasis verder mochten werken. Een vierde deel van de turfopbrengst was voor de stad. De afgegraven grond bleef in het bezit van Groningen en ook alle kanalen, wijken en bruggen waren stadsbezit. Bovendien werd alle turf via de stad geëxporteerd. Voor de stad Groningen was de turfwinning dus een hele winstgevende aangelegenheid en zo breidde de stad haar invloed steeds verder uit.

De turfwinning bood werkgelegenheid voor duizenden arbeidskrachten die vanuit het hele land naar de veengebieden trokken. Voor veel mensen bood het een kans op een beter bestaan. In dit gebied ontstonden zo allerlei veenkoloniën. In 1637 werd een contract getekend met de ‘Kijlcompagnie’, een groep van tien mensen die dit gebied gingen ontginnmulen. En met succes. In navolging hiervan vestigden zich honderden werkzoekenden in dit gebied rond het Kieldiep en groeide de nederzetting bij de bocht (‘de kiel’) van het kanaal uit tot het huidige dorpje Kiel-Windeweer.

Opvallende verschijning
De kerk van Kiel-Windeweer is een opvallende verschijning tussen de Groninger kerken. Van de buitenkant wekt het eerder de indruk van een boerderij of een landhuis, dan een kerk te zijn. De kerk en pastorie bevinden zich onder één dak, waarbij het kerkgebouw achter de pastorie verborgen ligt.

De pastorie werd zo gebouwd dat het naast als woonhuis, ook als boerderij dienst kon doen. De predikant diende naast zijn bezigheden in de kerk, in zijn onderhoud te voorzien door een boerenbedrijf te runnen. Deze multifunctionaliteit van kerkgebouwen was een verschijnsel dat in het noorden van Nederland vrij normaal was. Zo diende de toren van de kerk ook als schoorsteen, zodat de windvaan met het wapen regelmatig door rook werd omhuld.

De kerk werd in 1755 gebouwd toen de bevolking van de veenkolonie langs het Kieldiep zodanig groeide, dat het noodzakelijk werd een eigen (hervormde) kerk te stichten. In 1754 hadden de inmiddels 800 inwoners van de plaatsjes Windeweer en het nabijgelegen Lula een verzoek ingediend voor de bouw van een kerk. Eerder werd gebruik gemaakt van de kerk in Hoogezand, maar de twee uur durende voettocht er naar toe werd steeds meer ervaren als een probleem. De kerk werd gebouwd in opdracht van de stad Groningen voor ‘5918 gulden en drie stuivers’. Het bewonersaantal bleef echter zo hard groeien dat al na een jaar na in gebruik name van het gebouw, plannen werden gemaakt voor uitbreiding. Er werd een vleugel bijgebouwd, maar ook dat bleek niet genoeg te zijn. Op de tweede gevelsteen staat te lezen dat ‘toen in het achtste jaar na de bouw de grotere toeloop van ingezetenen het onmogelijk maakte genoeg ruimte te bieden voor samenkomst, zijn deze gebouwen precies de helft vergroot door dezelfde vrijgevigheid tot verschuldigde dank aan de goddelijke beschermer en tot blijde hoop op overvloedige vroomheid’.  In 1763 werd de omvang van het gebouw verdubbeld. Blijkbaar had de stad Groningen bij het bouwen van de kerk niet voorzien dat het inwonersaantal in de veenkolonie zodanig zou stijgen.

Eten in de Varkensstal
Na deze verbouwing heeft de kerk weinig veranderingen meer ondergaan. Pas in 1870 is de oorspronkelijke stal verbouwd tot woonruimte. In 2001 is de kerk gerestaureerd en heeft het zijn huidige bestemming gekregen. Het gebouw kreeg de naam ‘De Amshoff’ vernoemd naar de eerste bouwmeester van de kerk. Tegenwoordig is in de Amshoff een conferentiecentrum en doet het dienst als erfgoedlogies. In wat vroeger de varkensstal was, is nu een restaurant gevestigd. Bij de restauratie is door middel van een voeg de grens met het eerste kerkgebouw uit 1755 aangegeven. Ook de oude plavuizen vloer is onder de huidige houten vloer bewaard gebleven. Het kerkgebouw bevat nog de originele houten preekstoel uit 1755 en ook de banken zijn grotendeels nog de oorspronkelijke. Rondom de kerk bevindt zich een mooie Engelse tuin die in de 19de eeuw is aangelegd.

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.

Verwante items