Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen De graftombe van de Heren van Nienoord
Gecontroleerd door redactie

De graftombe van de Heren van Nienoord

[1594-1795]
Afbeelding bij dit verhaal

Al in de zestiende eeuw ondervonden de dorpelingen in Midwolde de macht van Nienoord. De familie op de borg verwierf steeds meer rechten en rijkdom in de streek Vredewold en nam de adellijke traditie over om dit in de dorpskerk te tonen met prachtige schenkingen. De laatste Van Ewsum, erfdochter Anna, maakte de kerk definitief tot een familiekwestie door op de plaats van het voormalige altaar een reusachtig grafmonument te plaatsen. Eronder was de grafkelder van de familie. Voor de dorpelingen bleven niets anders over dan staanplaatsen in de kerk en graven op het kerkhof.

Borgvrouwe Anna contracteerde Rombout Verhulst voor de bouw van het praalgraf. Op dat moment waren Verhulst (1624-1698) en Bartholomeus Eggers (1637-1692) de bekendste Nederlandse beeldhouwers. Verhulst had een nieuw type praalgraf ontworpen, waarop een weduwe waakt bij haar overleden echtgenoot. Anna van Ewsum koos voor deze moderne vorm.

De vormgeving werd dramatisch: een witmarmeren beeldengroep op een zwartmarmeren sokkel en tegen een zwarte achterwand (waarvoor een kerkraam werd dichtgemetseld). De voornaamheid van de hoofdpersonen blijkt uit de wapenschilden van 32 adellijke titels. Anna is afgebeeld in liggende houding, iets opgericht om te wijzen naar haar overleden man Carel Hieronymus. Hij ligt natuurgetrouw op een biezen doodsmat in zijn “japonsche rok”, zijn kamerjas, en muts. Rondom zijn symbolen van sterfelijkheid te zien: een engeltje met een gedoofde toorts, eentje met een halfbedekte spiegel, een (leeglopende) zandloper met vleermuis- en vogelvleugel (het einde bij nacht of dag), een lamp met het levenslicht, en een schedel met doodsbeenderen. Maar er zijn ook symbolen van roem: een lauwerkrans en een loftrompet. En natuurlijk is er in het - deftige en internationaal gekende - Latijn een toelichting gebeiteld. De Nederlandse titel luidt: ‘De weg des doods is de weg ten leven’.

Tijdens de bouw van het monument was Anna dus hertrouwd, en wel met een andere Von Inn- und Knyphausen: baron Georg Wilhelm. Deze talentvolle en krachtige edelman toog aan het werk om de vele schulden van Anna en Carel Hieronymus in te lossen. Het is niet verwonderlijk dat hij wilde delen in de roem van dit monument. Boven de tekst werd Anna’s wapenschild nu vergezeld door twee mannelijke schilden. Nu nog Georgs beeltenis en familiewapens… Deze lacune werd gevuld door Verhulsts collega Eggers een passend standbeeld van de tweede echtgenoot te laten maken, met zijn complete wapenschild, en dit uiteindelijk te plaatsen aan het voeteneinde van de twee hoofdpersonen. Eggers werkte voor meerdere Duitse vorsten. Het engeltje met de toorts moest plaats maken en verdween naar de borg (zie de inventaris van de antichambre in 1737). Een zwartgeverfd smeedijzeren hek moest het monument beschermen tegen smoezelige handen.

Door de eeuwen heen bleef het praalgraf bezit van de eigenaar van Nienoord. Toen na de ramp van 1907 de laatste twee kinderen van de familie onder voogdij kwamen van hun tante Ernestine van Panhuys, schonk deze in 1909 het monument aan de Staat. Kort daarna bleek een kostbare restauratie van fundament en achtermuur nodig. Tenslotte kwam het in 2003-2004 tot een grondige restauratie van het gehele praalgraf.

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.

Verwante items