Zaterdagavond, 12 mei 2007. Vanaf vliegveld Heringsdorf, een badplaats op het Oostzee-eiland Usedom, stijgt een vliegtuigje op. De piloot meldt aan de luchtverkeersleiding zijn bestemming: Emden. De wind is zuidwest 5 tot 6 met uitschieters naar 7, het is zwaar bewolkt met een minimumzicht van vijf kilometer.
Achter de stuurknuppel van de Cessna zit miljonair Werner Hermann Janssen, 64 jaar, een ervaren piloot en oprichter van de Emder Hotelketen Upstalsboom. Hij bezit op Usedom een aantal hotels en vakantiewoningen. Met zijn privé-vliegtuig is hij op weg naar Emden om ook daar zaken te behartigen.
Negen jaar geleden kwam de familie Janssen in het nieuws toen hun 24-jarige zoon Bodo werd ontvoerd en Werner met 3 miljoen Mark aan losgeld in twee koffers naar Klagenfurt in Oostenrijk werd gedirigeerd om het daar te overhandigen aan de kidnappers. Korte tijd later werd Bodo bevrijd, de ontvoerders gepakt en een gedeelte van het geld teruggevonden.
Op het moment dat Janssen boven het Duitse vasteland vliegt kan hij nog niet vermoeden dat hij die dag driemaal een grens voorbij zal gaan. Eenmaal die tussen Duitsland en Nederland, die tussen land en zee en tenslotte die tussen leven en dood.
In plaats van te landen in Emden vliegt Janssen met zijn éénmotorige machine over de stad, richting het Westen. Hij reageert niet op oproepen van de Duitse luchtverkeersleiding waarop die rond half acht de luchtverkeersleiding in Nieuw-Milligen waarschuwt dat een Duits vliegtuigje, zonder zich te hebben gemeld, het Nederlandse luchtruim binnenvliegt.
Vanaf de vliegbasis Leeuwarden stijgen onmiddellijk twee F-16 straaljagers op om het toestel te onderscheppen. Maar de F-16’s krijgen geen contact met Janssen. Wel kunnen ze, ondanks het slechte zicht, zijn ineengezakte lichaam onderscheiden. Daarom wordt een Beech lesvliegtuig van de KLM opgeroepen om poolshoogte te nemen. De Beech-piloot kan niet anders constateren dan dat Janssen onwel moet zijn.
Omdat de Cessna richting de Waddenzee vliegt, alarmeert het kustwachtcentrum Den Helder de reddingstations Harlingen, Vlieland en Terschelling. Helikopters van luchtmacht en marine begeven zich eveneens richting Wad.
De Cessna vliegt Nederland over de Eems in en zet dan via de stad Groningen koers over de Friese dorpen Kollum, Augustinusga, Gerkesklooster en Damwoude. Als Leeuwarden is gepasseerd gaat het richting Franeker, Harlingen en de Waddenzee. Naarmate de vlucht vordert verliest het toestel aanmerkelijk hoogte. Langzaam raakt de brandstof op.
Op de hele route worden mensen opgeschrikt door het kabaal van de F-16’s. Bij de familie Van der Meer in de Leeuwarder wijk Westeinde ploft een stuk ijs neer in de achtertuin, afkomstig van een F-16. Van der Meer: ‘Ik had het niet op mijn hoofd willen hebben en bewaar het nog steeds in de vriezer’.
Tussen Franeker en Harlingen overweegt de luchtmacht het vliegtuigje neer te schieten omdat de daling zich nu snel voltrekt. In Harlingen zit mijn man Johan van der Wal om half negen zijn e-mail te checken met harde muziek op zijn koptelefoon. Dan hoort hij een nog veel harder geluid, boven de muziek uit. Hij zet de koptelefoon af en rent ongerust naar buiten. ‘Ik hoorde direct dat het geluid van een straalmotor afkomstig was.
Buiten zag ik hoe een F-16 vlak boven onze schoorsteen, misschien een meter of twintig, dertig, bijna op zijn kont stond te balanceren. Vandaar dat die motor op nagenoeg volle kracht draaide. Ik keek omhoog en zag boven onze tuin een klein vliegtuigje uit het wolkendek zakken. Het vloog nauwelijks meer, het was eerder dwarrelen. Vlakbij het vliegtuigje bewoog een tweede F-16 zich schokkerig voort. Het hele spul vloog richting zee en was na een paar minuten verdwenen’.
Ikzelf sta buiten op een trapje bloemen op te binden en hoor de twee F-16’s over mijn huis komen. Ik kijk omhoog. Vlak boven mij zie ik de straaljagers op hun kont als twee krabben schuin de straten van Harlingen afwandelen. Van het lawaai val ik bijna van de trap. Johan komt uit huis rennen en samen met onze eveneens gealarmeerde buren rijden we in de auto naar de haven.
Op zee ligt een hele batterij reddingboten, erboven hangen twee helikopters. De Cessna dwarrelt uit de wolken en verliest snel hoogte. Rechtstandig komt het neer op een kleine zandplaat, het Langezand, een paar kilometer westelijk van Harlingen. Een van de F-16’s vliegt kringetjes boven zee en schiet lichtkogels af om de reddingboten aan te wijzen waar het vliegtuigje is neergestort. Het is daar niet diep. Het toestel is tot het dak afgezonken. De piloot kan er makkelijk worden uitgehaald, wordt gereanimeerd en naar het ziekenhuis in Leeuwarden overgebracht. Daar overlijdt hij een paar uur later. Hij bleek een hartinfarct te hebben gehad.
We praten er later nog vaak over. Wat als de F-16’s elkaar hadden geraakt? Wat wanneer de Cessna op Harlingen was neergestort? Wie weet, waren dan ook wij een grens voorbij gegaan.
