De heren van Nienoord speelden een rol in de landsverdediging in het Noorden. Zo schaften Wigbold II van Ewsum (1554-1584) en Caspar van Ewsum (1584-1606) kanonnen aan en trokken met een legertje rond. Een verwijzing naar de rol van Nienoord is ook te vinden in de schelpengrot. Bij de bouw ervan (rond 1700) metselde men twee ijzeren kanonsloopjes in de achtermuur als waterafvoer van de wijnkoelbakken. Bovendien werden bij de bouw van de nieuwe borgpoort in 1708 twee afgedankte ijzeren kanonnen als stootpaal ingegraven bij de inrit.
Nog in 1737, bij het opmaken van de inboedel van de overleden borgheer Johan Carel Ferdinand Baron van Inn- und Kniphausen (1717-1737), noteerde men in de “batterie” (aanbouw van de schelpengrot) naast de vele tuingereedschappen “8 grote kannonen, 3 lange kannonen, 3 korte kannonen, 7 kleine kannonen”, tezamen dus 21 kanonnen. Deze zijn in de loop van de tijd verspreid geraakt.
Twee bronzen sierkanonnen hebben de eeuwen overleefd en werden door jonkheer Mr Johan Aemilius Abraham van Panhuys (1884-1907) op affuiten op het binnenplein geplaatst. Na 1907 hebben zij een halve eeuw in het koetshuis doorgebracht, totdat zij weer als museumstukken ’s zomers buiten een plaats kregen. Deze twee stukken heten Nienoord en Vredewold en horen bij elkaar.
Op de bovenzijde hebben zij van beneden naar boven dezelfde opschriften: P.OVERNEY ME FECIT LEOVARDIAE 1676 (Pieter Overney heeft mij gemaakt Leeuwarden 1676). Het wapen van Inn- und Knyphausen van Nienoord onder een gravenkroon siert bovendien beide kanonnen. In een cartouche is te lezen: G.W.G.V.K.H.V.N.V.D.L.V. (Georg Wilhelm Grave Van Knyphausen Heer Van Nienoord Van Den Lande Vredewold) en DOMINUS PROVIDEBIT (de heer zal erin voorzien). De kanonnen onderscheiden zich door verschillende wapens. Op de één is het wapen van Nienoord met de tekst NIENORT afgebeeld, op de ander het wapen van Vredewold met de tekst VREDWOLT.
In 1898 vond er een incident plaats met deze kanonnen. Toen op 6 september van dat jaar Koningin Wilhelmina werd ingehuldigd, was het echtpaar Van Panhuys bij de kroningsfeesten in Amsterdam aanwezig. Zoon Hobbe had bedacht om op die dag met de kanonnen voor de borg elf saluutschoten af te vuren.
Zo stond ’s ochtends buiten de poort een klein gezelschap: de burgemeester met zijn vierjarig zoontje, de gemeentesecretaris, de koetsier en de boswachter Gerrit Pruim. Pruim was oud-kanonnier, en wist precies hoe hij met de laadstok kardoezen kruit in de loop moest schuiven. Beurtelings klonk uit beide kanonnen een luide knal. Na het vijfde schot duwde de kanonnier een kardoes in een nog rokend kanon. Jonkheer Hobbe waarschuwde nog: “Pas op Gerrit, dat kanon rookt nog, er zal nog vuur in den loop zijn!” Maar Gerrit zette voort met de woorden “als het afgaat kom ik door het schot nooit verder dan de boerderij van Hylke van der Veen”. Hij bedoelde Oosterheerdt achter het hertenkamp. Maar plots ging het schot af en vloog de laadstok door de lucht, mét stukken van Gerrits broek, vest en jas. Die kwamen inderdaad bij Van der Veen op het land en in de bomen terecht. Gehavend en met verbrande hand lag de kanonnier kermend op de grond. Snel werd een emmer water gehaald om de hand te koelen, en een paar borrels om de geest te sterken. Toen Pruim opstond, kwam er nog rook uit zijn ondergoed. “Man, je staat van onderen in brand!” zei de verschrikte jonkheer. De gemeentesecretaris pakte subiet de emmer en gooide het water tegen het slachtoffer. Uiteindelijk viel de verwonding mee en na een paar weken was de boswachter weer in functie. Maar kanonnen heeft hij nooit meer afgevuurd.
Naast de kanonnen bij de Nienoord is er in het Victoria and Albert Museum in Londen een licht kanon. Deze is 118 cm lang, voorzien van het wapen van Georg Wilhelm Graaf von Inn- und Kniphausen (1665-1709), de spreuk Dominus Providebit en het jaartal 1681. Het is gegoten door Overney. Waarschijnlijk is het in Engeland gekomen als een geschenk aan Willem III van Oranje-Nassau, die in 1689 de Engelse troon besteeg als echtgenoot van Koningin Mary Stuart. Thans zijn er dus vier ijzeren en drie bronzen kanonnen van Nienoord overgebleven.
