Het dorp Noordwijk heeft zijn naam te danken aan zijn ligging ten noorden van Marum op de diluviale rug van het Vredewold. In het hart van het dorp ligt de fraai gerestaureerde kerk, bepleisterd in imitatie-natuursteen, zoals dat in het laatst van de negentiende gebruikelijk was. Deze bepleistering maakt het moeilijk om precies te zeggen hou oud dit gebouw is. Maar de smalle romaanse vensters in de oostgevel wijzen erop dat dit godshuis in de dertiende eeuw gebouwd moet zijn. In het begin van de achttiende eeuw kreeg de kerk een dakruiter en een nieuwe luidklok. De makers van deze klok waren Jan Albert de Grave en Claes Noorden stadsgieters te Amsterdam en afkomstig uit de school van Hemony. Op de klok prijkt de naam van baron Carel Ferdinant, graaf van Inn- und Kniphausen, heer van de Nienoord. Hij was toen de belangrijkste collator van de kerk en liet daarom zijn naam op de klok vereeuwigen. Hij vereerde de kerk met een windvaan op de toren en liet deze versieren met zijn eigen familiewapen.
Het interieur is goed bewaard gebleven en fraai gerestaureerd. Het bankenplan, in hout-imitatie geschilderd, is gemaakt in de negentiende eeuw en de preekstoel is afkomstig uit de kerk van Leek. Deze zeventiende eeuwse kansel met renaissancistische kenmerken, is versierd met Ionische kapitelen. Het doophek werd enkele decennia geleden aangetroffen op een boerderij en kwam weer op zijn oude plek in de kerk terug.
Door de verkoop van veengrond beschikte de gemeente in 1871 over voldoende geld om een orgel te kopen. Dit instrument werd vervaardigd de orgelmakers P. van Oeckelen en zonen te Harenermolen. De zon op de middentoren moest als wijzerplaat gaan dienen, maar het beoogde uurwerk werd echter nooit aangeschaft.
In het begin van de negentiende eeuw stonden er hoge eiken rondom het kerkhof. Het woordenboek van Van der Aa zegt hierover het volgende. 'De verheven godsakker is rondom met hooge eiken omgeven, alwaar de afgestorvenen, in de schaduw van een zacht groen, waarin het kerkje als verscholen staat, den eeuwigen morgen verbeiden'. Nadat deze bomen gekapt waren werd het kerkhof omzoomd met een hek of haag. Het lijkenhuisje op het kerkhof is in 1876 gebouwd en vanaf dit moment moesten de doden daar opgebaard worden en niet meer in het sterfhuis.
Dankzij de recente restauratie ziet de kerk er weer stralend uit. Naast kerkdiensten biedt ze ook mogelijkheden voor andere activiteiten, zoals tentoonstellingen, concerten en lezingen. Dit kerkgebouw is tevens het startpunt van een wandelroute in de directe omgeving. De route begint bij het lijkenhuisje.