De gereformeerde Westerkerk aan de Kraneweg in de stad Groningen had een markant uiterlijk. Toen bekend werd dat het religieuze gebouw uit de 20ste eeuw moest wijken voor woningen voor de gegoede burgerij, viel dat bij de buurtbewoners en verschillende linkse groeperingen niet in goede aarde.
Tjeerd Kuipers
De Westerkerk werd in 1906 gebouwd naar een ontwerp van de Amsterdamse architect Tjeerd Kuipers (1857-1942) in samenwerking met de Groninger bouwkundige Y. van der Veen. De kerk had vele Jugendstil en Berlagiaanse kenmerken. Aan de zuidwestkant was de kosterswoning aangebouwd.
Vestingwerken
De ligging van de kerk met de pastorie was markant te noemen. De kerk stond op de plaats waar de vroegere Cranedwinger (de Cranedwinger maakte deel uit van de vestingwerken rond de stad Groningen) overging in de Kraneweg. De Kraneweg was vroeger al een belangrijke weg naar het stadscentrum, maar is dat nu nog.
Het kerkgebouw aan de buitenkant
Het kerkgebouw lag een aantal meters van de weg af, zodat er een voorplein ontstond. De hoofdingang was driedelig met een dubbele blankhouten paneeldeur die versierd was met zwaar ijzerbeslag. Het portaal had drie rondboogopeningen op twee natuurstenen zuilen met bewerkte kapitelen. De topgevel had een opening door een breed venster met een gemetselde versiering van geprofileerde baksteen en glas-in-loodramen. De bovenste helft van het venster bevatte een roosvenster (rozet).
De hoofdgevel met bruinrode baksteen was drie booggewelven breed. Hierop stonden twee ongelijk hoge torens. De linkertoren was klein en laag en vormde een overgang naar de kosterswoning. De rechtertoren (klokkentoren) was groot en voorzien van een rondboogdeur, smalle glas-in-loodramen, natuurstenen draagbalken en kozijndelen, toppen met uurwerk en een hoge spits. De met leisteen gedekte spits had een schitterende lantaarnachtige bekroning met waterspuwers.
Het interieur van de Westerkerk
Het kerkinterieur was vóór de sloop een van de best bewaard gebleven interieurs van het werk van Kuipers. De drie armen met galerijen waren gericht op de kansel, evenals de banken waarvan de zijpanelen met Jugendstilmotieven waren besneden. De glas-in-loodramen waren bijzonder. Het grote venster boven de ingang, in de noordgevel, was een zevendelig venster met de Ark des Verbonds. De westgevel droeg eveneens een zevendelig venster waarop de Ark van Noach was afgebeeld. De kleine rozetten in de grote vensters in de kopwanden hadden symbolische afbeeldingen zoals paddenstoelen, bloemen, een vis en een koe.
De kogel ging door de kerk ... de Westerkerk moest gesloopt
De media besteedde veel aandacht aan de te slopen Westerkerk. In juli 1987 meldde het Nieuwsblad van het Noorden dat de Westerkerk gesloopt zou worden. De fracties PSP, PPR, CPN en D66 waren tegen dit gemeenteraadsbesluit. Zo’n karakteristiek bouwwerk mocht niet verloren gaan. Zeven jaar later, op 13 januari 1994 moest de Mobiele Eenheid er aan te pas komen om de sloop van de kerk mogelijk te maken. Krakers hadden de kerk bezet en wilden de sloop van het monumentale pand tegenhouden.
De volgende dag kregen de medewerkers van de Stichting Monument & Materiaal de gelegenheid waardevolle glas-in-loodramen, deuren, roosvensters, en dergelijke uit de kerk en de pastorie te verwijderen (Groninger Gezinsbode 14 januari 1994).
Het meest fraaie, grote ronde glas-in-loodraam heeft een jaar later een passende bestemming gekregen in het kerkgebouw van de gereformeerde kerk in Leek die ook in 1906 is gebouwd. Het haantje van de Westerkerk heeft zijn plek op de nieuwbouw gekregen, precies waar de Westerkerk heeft gestaan
