In 1968 werd de strokartonfabriek De Toekomst van de ene op de andere dag gesloten. Voor de werknemers van toen een ingrijpende gebeurtenis. De Toekomst zit nog bij velen in het geheugen gegrift. Als alles goed draaide bij de fabriek, dan had je een mooi leven. De woorden van Stoffer AB, ooit werknemer bij de voormalige strokartonfabriek De Toekomst, verwoorden zijn verbondenheid met de fabriek. Die is er niet alleen bij AB, alle betrokkenen dragen de fabriek een warm hart toe. Zo vertelt Jan Grijze over zijn vader; De Toekomst dat was ‘zijn’ fabriek. Hij leefde er voor. Voor mijn vader was het een klap dat de fabriek dicht ging. Aan de Oosthofflaan, het landpaadje naar De Toekomst, woonden veel werknemers. Rikus Niewold, Jan Grijze, Lucas Tiggelaar en Heiko Timmer vertellen over het leven aan de Oosthofflaan.
Rikus Niewold
Mijn ouders woonden op nummer vijf. Toekomst I en Toekomst II stonden letterlijk in hun achtertuin. Aan de Oosthofflaan woonden allemaal werknemers van De Toekomst. Ze konden goed met elkaar opschieten. In het eerste huis woonde bijvoorbeeld opzichter Brinkema met zijn gezin. Later woonde daar de familie Grijze. Verderop in de straat was er een blok met vier huizen, Oosthofflaan 2,3,4 en 5. Op nummer 5 ben ik geboren. De vrouw van meneer Mulder, onze buurvrouw, heeft geholpen bij de bevalling. Zo ging dat toen.
Mijn vader werkte rond 1925 vanaf zijn 21e als kollerbaas op Toekomst II. Wanneer de pap dun genoeg was, gaf hij signaal bij de kollergang, zodat het verder tot papier gemaakt kon worden. Soms moest ik naar de fabriek om mijn vaders broodtrommel te brengen als hij die was vergeten. Mijn vader stond dan bij de kollergang. Daar was het soms wel 40 graden. Maar hij was goed in zijn werk. Hij wilde ook niet anders. Hij kreeg een keer een andere baan aangeboden, maar daar bedankte hij al snel weer voor. Hij was het harde werken daar niet gewend, en het werk als kollerbaas beviel hem goed.
Een vriend van mijn vader, Harry Franken, was smid aan het Winschoterdiep. Ik weet nog dat hij een motor had opgelapt die hij niet helemaal onder controle had. Het ding schoot dwars door de deuren heen het Winschoterdiep in. Doordat het water zo erg vervuild was, konden ze de man nauwelijks meer terug vinden. Hij is ternauwernood gered.
Het diep is wel eens uitgebaggerd. Tijdens het spelen vond ik toen allemaal munitie die de Duitsers aan het einde van de oorlog in het Winschoterdiep hadden gegooid. Met het baggeren was dit boven water gekomen. Vervolgens mocht ik hier niet meer spelen en werd het spul opgeruimd.
Jan Grijze
De vader van Jan Grijze kwam op 54 jarige leeftijd, toen hij werd benoemd als opzichter, in een opzichterwoning aan de Oosthofflaan te wonen. Jan Grijze: om opzichter te worden moest hij wel een cursus doen. Ik zat toen op het HBS in Winschoten, en heb hem daarbij geholpen. Mijn vader zat wel regelmatig in de bibliotheek, maar was het leren niet gewend. Als arbeider liep mijn pa altijd over straat met een pet op. Maar toen kocht hij opeens een hoed. Hij was plotseling een man van aanzien.
Lucas Tiggelaar
Op nummer 4 woonde de familie Tiggelaar. Lucas Tiggelaar is vanaf zijn15e jaar werknemer geweest bij De Toekomst. Hij werkte er van 1954 tot 1967: Eerst bij de kleverij, waar stukken karton op elkaar gelijmd werden, daarna een stapje hoger, ‘achter de messen’ bij de papierbanen. Het laatste jaar deed ik een zogenaamde ‘cursus strocarton’, waar ik een getuigschrift voor heb gekregen. Hier heb ik weinig gebruik van kunnen maken, omdat de fabriek al snel dicht ging. Mijn vader, Hendrik Tiggelaar, werkte aan dezelfde kartonbaan. Het was hard werken bij De Toekomst. Mijn vader werkte er vanaf zijn trouwdag tot aan de sluiting. Dit was bij elkaar 40 jaar. Er waren regelmatig storingen en dan werd er van je verwacht dat je dan op kwam dagen. Maar de volgende dag moest je gewoon weer om 6 uur beginnen.
Als je jarig was kreeg je een boek cadeau. Het bijzondere was dat mijn vader niet kon lezen. Wij als kinderen wisten dat zelfs niet eens. Als we hem vroegen een stuk voor te lezen, zei hij gewoon dat hij daar een bril voor nodig gehad. Mijn moeder las hem ook altijd voor uit de krant. Maar rekenen kon hij als de beste. Als een half uur te weinig was uitbetaald, dan stond hij al op kantoor.
Toen ik 17 jaar was, had ik een lot gekocht en daarmee een auto gewonnen. Maar ik wist helemaal niet hoe zoiets werkte. Mijn vader zei dat ik met mijn lot maar naar directeur Folkers moest gaan. Het bleek dat de auto helemaal uit Den Haag moest komen. Folkers heeft toen de auto verkocht, en ik kreeg het geld. De auto heb ik dus nooit gezien. Van een deel van het geld heb ik een fiets gekocht en mijn moeder een stofzuiger. Later kon ik het gebruiken om een huis in Winschoten te kopen.
Mijn vader had bijna zijn jubileum gehaald, toen De Toekomst ging sluiten. Hij heeft erg veel last gehad van de sluiting, en was daar ontzettend emotioneel over. Toen de fabriek dicht ging, heeft hij de woning aan de Oosthofflaan gekocht. Het blok van vier huizen waar wij in woonden, werd ook wel ‘De kazerne’ genoemd.
Heiko Timmer
Heiko Timmer, voormalig smid van De Toekomst, woont nog steeds aan de Oosthofflaan; In 1956 was er een vacature bij De Toekomst voor een smid. Ik meldde me bij de fabriek, maar werd niet aangenomen omdat ze een betere kandidaat hadden. Maar op maandagochtend stond meneer Folkers bij me aan de deur. Hij kwam vragen of ik toch bij de Toekomst wilde komen werken, omdat die andere smid zich had teruggetrokken. Maar dat wilde ik natuurlijk niet zomaar. Eerst was ik niet goed genoeg, en nu wilde die andere niet en moest ik het toch maar worden. Dus ik zei, ik wil alleen voor 10 gulden extra. Nou dat kon niet doorgaan zei Folkers. Maar ’s avonds kwam hij toch weer terug. Het moest toch maar doorgaan!
We konden het zesde huisje aan de Oosthofflaan huren voor vijf gulden in de week. In die tijd was dat een behoorlijk bedrag. Maar voordat we het huis introkken, liet ik meneer Folkers weten graag een aantal aanpassingen in het huis te willen hebben. Hier was de directie natuurlijk niet zo blij mee, maar uiteindelijk is er in het huisje voor 8000 gulden aan subsidies vertimmerd.
Gert en Leo Folkers
Ook Gert en Leo woonden bij De Toekomst, in de directeurswoning. In 1952 werd de vader van Gert en Leo Folkers benoemd tot technisch bedrijfsleider. Met deze benoeming was de familie Folkers verplicht bij de fabriek te wonen in de daarvoor bestemde woning: de directeurswoning bij de entree van het fabrieksterrein. De jongens Gert en Leo speelden dan ook vaak op het erf van de fabriek: Onze vader was met de fabriek getrouwd! Hij leefde echt voor de fabriek. Dag en nacht stond hij paraat om de fabriek draaiende te houden. Maar dat had er natuurlijk ook mee te maken dat wij op het fabrieksterrein woonden.
