“Het is verboden paarden, rundvee, ezels, schapen, lammeren, varkens of geiten bij de publieke onder schermstaande wegen of voetpaden met het doel om te weiden, te laten lopen, hetzij los of aangebonden met of zonder geleide, alsmede om zijne zwanen binnen de afstand van vijfhonderd ellen van de publieke wegen te laten nestelen”, zo staat te lezen in artikel 1 van de gemeentelijke verordening van Warffum uit 1865. Met andere woorden het vee mocht niet op of nabij de openbare weg komen.
Schutten
Dieren die toch losliepen of waren uitgebroken, werden ofwel door de plaatselijke agent of door degene op wiens land het dier werd aangetroffen gevangen genomen. Vervolgens werd het dier naar een speciaal daarvoor aangewezen stal gebracht, alwaar het tegen betaling weer door de eigenaar kon worden opgehaald. Het onderbrengen van loslopend of uitgebroken vee wordt ‘schutten’ genoemd en het onderkomen heet een ‘schutstal’. In de gemeentelijke verordening staat hierover: “Het vee zonder geleide op de gemeente of particuliere gronden of openbare wegen of voetpaden (uitgezonderd de voetpaden welke door weiland loopen) wordende aangetroffen, wordt geschut, in verzekerde bewaring gesteld en voor rekening van den eigenaar onderhouden. Geene zwanen zullen op de wegen of in de wateren bijlangs die wegen mogen gevonden worden. Geschiedt zulks dan is de eigenaar daarvoor aansprakelijk. De schutting geschiedt door den Rijks- of gemeenteveldwachter of door den gebruiker van de grond waarop het vee wordt aangetroffen, geassisteerd door twee door hem gekozen en bij den burgemeester der gemeente bekende getuigen.”
Logement Het Gemeentehuis
In Warffum werd het ‘opgepakte’ vee bij ‘Logement Het Gemeentehuis’ gestald. De naam van het logement was een verwijzing naar het feit dat de gemeenteraad aanvankelijk zijn vergaderingen hield op de eerste verdieping van het pand. De logementhouder was aangesteld als schutstalhouder en werd betaald voor de tijdelijke stalling en verzorging van het dier. In de gemeenteraad werd bepaald dat: “’Het Gemeentehuis’ wordt voor de Schutting aangewezen, de bewoner daarvan is gehouden om het geschutte vee behoorlijk te onderhouden. Hij wordt daarvoor door de gemeente billijk beloond.” De eigenaar van een geschut dier diende zich binnen 72 uur te melden en kon dan na het betalen van het schutgeld en een boete het dier weer meenemen. Als niemand het dier kwam ophalen, dan werd de gemeente eigenaar van het beest en bij openbare verkoping kwam het dier dan in andere handen. De opbrengst verdween in de gemeentekas.
Bergplaats
’De Schutstal’ van Warffum, tegenwoordig restaurant van Openluchtmuseum Het Hoogeland, werd in 1915 door de gemeente voor de stalling van het loslopend en/of uitgebroken vee aangewezen. Het pand is echter ouder dan dat en werd oorspronkelijk als opslagruimte gebouwd. In 1867 werd de schuur in opdracht van Jacob Werkema neergezet. In 1864 waren Werkema en zijn vrouw in een pand aan de Hoofdstraat gaan wonen, waar zij een kruidenierswinkel en later ook een kroeg runden. De schuur die zijn in 1867 achter hun huis lieten bouwen, stond in het kadaster aangeduid als ‘bergplaats’. Wanneer hun dochter Jacoba, ‘Coba’, in 1915 de zaak overneemt doet zij de schuur over aan haar buurman Mattheus Hamstra, eigenaar van ‘Hotel het Gemeentehuis’. Hij gebruikt de schuur om paarden van gasten te stallen en om het vee te schutten. In 1935 brandt ‘Hotel het Gemeentehuis’ volledig af en verliest de er achtergelegen schutstal zijn functie. De schuur wordt verkocht aan notaris Keyer, die in de nabijgelegen kosterij woont. Hij gebruikt het pand als koetshuis en later als garage. In 1964 komt de ‘Schutstal’ in het bezit van Openluchtmuseum het Hoogeland. In 1970 wordt het pand gerestaureerd. Om de verbintenis met het oude logement/hotel te benadrukken wordt in de voorgevel een steen met initialen van de eerste logementhouder Jacob Eltjes Werkman (niet te verwarren met de winkelier/herbergier Jacob Werkema) en zijn vrouw Ebeltje Pieters Kopinga geplaatst. Het jaartal 1841 op de steen herinnert aan een verbouwing van ‘Logement Het Gemeentehuis’.