Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen De siësta
Gecontroleerd door redactie

De siësta

[1945-1980]
Afbeelding bij dit verhaal

Er werd vroeger in het noorden meestal tussen de middag warm gegeten. Zo ook in Stadskanaal. Om 9.00 uur zette oma de spruiten op die om 12.00 uur gegeten werden: ze waren dan ook roze van kleur. Ook was het eten vaak vet, want daar werd je lekker dik van: het figuur van de rijken!

Normaal gesproken at men bij opa en oma in de keuken, maar ’s zondags en bij feestelijke gelegenheden kwam het uitgebreide porseleinen eetservies op de tafel en vanzelfsprekend het mooie tafellinnen en kristal. Het was toen heel normaal dat je elke dag een linnen servet gebruikte. Daar hoorde een servetring bij, die veelal van zilver was met monogram. Opa knoopte de servet achter zijn nek: ik vond dit als kind een vreemd gezicht.

Ik herinner mij de familiediners nog goed. Na afloop werd de tafel zo snel mogelijk afgeruimd. Dit werd gedaan door de dames, want mannen hoorden niet in een keuken. Zo gauw deze klus was geklaard, legden de heren zicht te ruste: opa (1880) op de divan tegen de muur. Aan deze muur hingen schilderijen van Berend Kunst: portretten van opa’s grootouders uit 1853. Mijn vader (1908) en zijn broer (1910) moesten genoegen nemen met een grote leren fauteuil. Nu werd er ruim een uur zeer diep geslapen. Ik moest zo lang in de woonkamer blijven, zonder geluid te maken. Naar de keuken mocht ik niet: een jongen werd niet geacht zich met keukenwerk te bemoeien!

Behalve aan de uitgebreide afwas, werd er gewerkt aan de voorbereidingen van het theedrinken. Oma had een groot eikenhouten dienblad met een opstaande rand en grote koperen handvatten. Hierop stond alles klaar op afroep. Als opa uitgeslapen was, mocht hij vooral niet wachten. Zijn zoons moesten dan ook maar ontwaken. Het wachten in de keuken was op het teken.

In de kamer werd opa wakker. Voorzichtig ijsbeerde hij naar de deur van de hal, opende deze en riep keihard: “Thee”! Dit was het signaal. Onmiddellijk sjouwde oma met het dienblad naar de kamer. De familie verzamelde zich en de theeceremonie kon beginnen. Het theesignaal was bij opa en oma Borgman een vast ritueel.

Zoals eerder aangegeven was de vrouwenemancipatie nog niet in Stadskanaal doorgedrongen. Ik herinner mij dat opa een inktpot liet vallen op de mooie vaste vloerbedekking: hij bleef stokstijf staan en riep:”Menje!” Toen oma snel kwam aangelopen zei hij: ”Maak schoon”. Bovendien stond oma ‘s winters om 5 uur ’s ochtends op om de kachel “aan te leggen”. Als opa dan in de kamer kwam, was het lekker warm.

Veel kleren had oma niet. Ze vroeg nooit om nieuwe kleren, tot mijn moeder eens tegen haar schoonvader zei dat een nieuwe japon moest worden aangeschaft voor oma. Oma werd er bij geroepen en opa zei : “Is dit echt nodig?” Met tegenzin gaf hij zijn vrouw geld voor de japon, waar ze uiteindelijk nog jaren in heeft gelopen.

Tijdens de begrafenis van oma in 1956 vroor het 20 graden. Toen ik aan het open graf stond, heb ik heel bewust in de grafkelder gekeken. Rechts stond de kist van opa (hij was al in 1950 overleden). Oma kwam zoals het hoorde, links naast haar man te staan. De kelder was wit gepleisterd met in het midden aan het hoofdeinde een zwarte treurwilg. Daarna kwam ik zelden meer in Stadskanaal.

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.

Verwante items