Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen De zalige dood
Gecontroleerd door redactie

De zalige dood

[1594-1795]
Afbeelding bij dit verhaal

In december 1987 kocht het Groninger Museum op een veiling een achttiende-eeuws schilderij, getiteld 'De Zalige Dood'. Het schilderstuk verkeerde in slechte staat en was niet gesigneerd, maar men vermoedde dat het van de hand van de Groningse schilder Hermannus Collenius (1650-1723) was. Het bewijs daarvan zou pas later geleverd worden. Wel was meteen al duidelijk dat het doek betrekking had op een broederschap die verbonden was aan de voormalige jezuïetenstatie aan de Hoge der A, namelijk de Broederschap van de Zalige Dood.

Na de opheffing van de staties in Groningen maakte ´De Zalige Dood´een reis langs vele eigenaren in Groningen, tot het uiteindelijk terecht komt in het Groninger Museum. Schuilkerk en Broederschap Het schilderstuk is gemaakt in opdracht van de Broederschap van de Zalige Dood, verbonden aan de jezuïetenstatie aan de Hoge der A te Groningen. Omdat de katholieken sinds de Reductie in 1594 geen openbare godsdienstoefeningen konden houden, hielden zij bijeenkomsten in schuilkerken, hetgeen door de stedelijke overheid gedoogd werd. In 1702 gaf paus Clemens XI toestemming voor de oprichting van een Broederschap van de Zalige Dood aan de Hoge der A in Groningen. De Broederschap had ten doel voor de leden een zalig stervensuur te verkrijgen door de devotie tot de stervende Jezus en zijn Moeder Maria. De Groningse Broederschap stond voorts onder bescherming van de Heilige Jozef, de patroon van de statie Hoge der A. De leden konden aflaten verdienen door ter kerke te gaan en ter communie. Ook door zelfkastijning kon men aflaten verdienen. Wie op zijn sterfbed Christus aanriep en zich verzoende met de dood, kreeg een volle aflaat en kon rekenen op een zalige dood.

Beschrijving van het schilderij
Centraal op het schilderij staat een praalbed met hemel waarin een stervende man ligt. Achter het bed staat een geestelijke, die de stervende een brandende kaars geeft en wijst naar de stervende Christus aan het kruis. Rechts van Christus staan Maria, de moeder Gods, met een doorstoken hart en de Heilige Jozef met een lelietak. Achter het kruis breekt de hemel open en is de naam van God, JHWH ´Jahweh´ zichtbaar, omgeven door enkele engelenkopjes. Links op de voorgrond verslaat de aartsengel Michaël de duivel. Michaël draagt o.a. een vlammend zwaard en een schild waarop een kelk met hostie, een brandend hart en een anker zijn afgebeeld. Hij staat met zijn rechtervoet op een gevleugelde duivel die in zijn linkerhand een slang en in zijn rechter een gedoofd zwaard heeft. De duivel lijkt in een afgrond te storten. Rechts voor het bed staat een tafel met een wit altaarkleed. Daarop bevindt zich: een kruisbeeld, twee zilveren kandelaars waarvan één met kaars, een gebedenboek, een wit altaardoekje, een rood foedraal en een wijwatervat met daarop een buxustak. Op de achtergrond een klassiek gebouw met pilasters en kroonlijst zichtbaar. De uitwerking van het thema Voor deze compositie Collenius gebruikte verschillende sterfbedthema's en heeft hij zich verdiept in de katholieke rituelen en gebruiken. Een zieke werd door een geestelijke bediend met de heilige sacramenten. De geestelijke hoorde de biecht van de stervende en diende hem de communie toe. Daarna zalfde hij hem op ogen, oren, neus, mond, handen en voeten, en zegende hem met wijwater. Alle voorwerpen die nodig waren voor de bediening, liggen op de tafel. De biechtvader heeft de stervende zojuist bediend en geeft hem de brandende kaars die hij uit één van de kandelaars heeft genomen. Volgens oud volksgebruik beschermt een brandende kaars je tegen de duivel. Deze oude gewoonte kwam tot aan het begin van de 20ste eeuw nog voor. De geestelijke is door zijn kleding herkenbaar als jezuïet. Ook andere details wijzen daarop. De stervende draagt een ketting waaraan een penning hangt, waarop het ordezegel van de jezuïeten. Hierop staan de letters IHS met een kruis en de drie nagels van de kruisiging van Christus. Op het rode foedraal op de tafel, waarin oliesel en hostie vervoerd werden, staat hetzelfde symbool. De jezuïet brengt de stervende de devotie van de Broederschap in gedachten en wijst daarbij naar de gekruisigde Christus en naar Maria. Maria wordt in de jezuïetenorde vaak voorgesteld met een doorboord hart, als uitbeelding van de uitspraak van Simeon: 'En door uw eigen ziel zal een zwaard gaan'. In een reële situatie zou de biechtvader wijzen naar het kruis op de tafel. Nu wordt de heiligengroep, waarin ook de Heilige Jozef is opgenomen, zichtbaar voor de stervende als een soort visioen. Het is hierdoor onduidelijk of de gebeurtenis zich binnen of buiten afspeelt. Het gevecht van Michaël en de duivel is een uitbeelding van de eeuwige strijd tussen Goed en Kwaad. De aartsengel overwint met een vlammend zwaard de duivel, wiens vlam gedoofd is, als teken van het verlies van kracht. Het schild van Michaël is voorzien van de symbolen van geloof, hoop en liefde. Meestal wordt voor het symbool van geloof het kruis gebruikt. Hier wordt echter een kelk gebruikt, die duidt op het toedienen van de communie.

Andere kunstwerken met hetzelfde thema Uit het achttiende eeuwse Groningen zijn nog drie kunstwerken bekend met hetzelfde onderwerp. Één ervan is een gravure, waarvan op het middenpaneel dezelfde afbeelding als die van het schilderij. Op de gravure wordt de 'ontwerper' Herman Collenius genoemd. Een koperen plaat komt overeen met deze gravure. Hierop staan koppen van personen en geraamten afgebeeld, en de aartsengel Michael met zijn schild. Ook een klein houten paneel (waarschijnlijk een devotiepaneel) stemt overeen met de opzet van de gravure en de plaat. De tekst roept op een gebed uit te spreken voor de zieke en gestorven leden van de Broederschap. Collenius-kenners hebben aan stijlen uitvoering kunnen vaststellen dat het schilderij geen 19e eeuwse kopie is. De kans dat het houten paneel als model heeft gediend voor het schilderij is erg klein. Katholieke opdrachtgevers De Broederschap zal ter gelegenheid van de plechtige oprichting in 1704 de opdracht hebben verleend aan Collenius. De teksten op de gravure en de koperen plaat versterken die gedachte. Collenius heeft in datzelfde jaar nog een altaarstuk gemaakt, 'Ten Hemelopneming van Maria' , waarschijnlijk ook bestemd voor de statie Hoge der AA. Enkele welgestelde en adellijke leden van de Broederschap waren vermoedelijk via familie of kennissen bekend met de kwaliteiten van Collenius als schilder en gaven hem daarom deze opdracht. In zijn tijd was Hermannus Collenius de beste schilder in Groningen. Het gedoogbeleid van de overheid ten aanzien van de katholieken, stelde Collenius in de gelegenheid om deze opdracht aan te nemen en de Broederschap kreeg steeds meer de vrijheid om de schuilkerk als permanente ruimte in te richten. Een aantal kapitaalkrachtige gelovigen maakte de aanschaf van fraaie kunststukken mogelijk.

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.

Verwante items