‘Geneeskundig kunstenaar’ Koos van Bruggen is in 2007 terug in de doopsgezinde kerk aan de Oude Boteringestraat. Twaalf door hem gemaakte apostelbeelden stonden in 1974 in de kerk centraal in een vesper en vormen drieëndertig jaar later de kern van een tentoonstelling van zijn werk. Huisarts Van Bruggen werd eigenlijk bij toeval kunstenaar. Zo leerde hij tekenen en schilderen van vismaat Jan van der Zee en houtbewerken van een patiënt.
Jacobus Adriaan Rijkel van Bruggen wordt in 1914 in Diepenveen geboren uit Groningse ouders. Van Bruggen senior is huisarts en het grote voorbeeld voor Koos. Het is dan ook geen wonder dat hij net als zijn vroeg overleden vader, in Groningen medicijnen gaat studeren. In augustus 1932 komt Koos met zijn moeder, jongere broer en zus vanuit Gouda naar de stad. De anderen vertrekken na een jaar weer, maar Koos blijft.
In november 1940 neemt hij de praktijk over van huisarts Douma op Zuiderpark 10. Naar het voorbeeld van zijn vader wordt Van Bruggen een gedreven arts, die 24 uur per dag klaar staat voor zijn patiënten. Hij is zeer begaan met mensen, maar in relaties geen gemakkelijke. Zijn in mei 1941 gesloten huwelijk, waaruit vier kinderen worden geboren, loopt uiteindelijk dan ook op de klippen.
Uit behoefte aan wat buitenlucht gaat Koos in 1951 met zijn schoonvader vissen. Hierdoor leert hij kunstenaar Jan van der Zee kennen, die hem een half jaar les gaat geven. Haast vanzelfsprekend is de invloed van Van der Zee, maar ook van andere Ploegers als Werkman en Hansen zichtbaar in het werk van Van Bruggen.
Ook het houtbewerken leert hij ‘bij toeval’. Als een patiënt van hem - meubelmaker H. Vos sr. - depressief is door het overlijden van zijn vrouw, bedenkt Van Bruggen als remedie lessen houtbewerken. Zo krijgt de meubelmaker weer zin in het leven en leert Koos omstreeks 1960 houtsculpturen maken.
In deze periode verhuist hij naar een woning en werkruimte boven boekhandel Scholtens aan de Grote Markt. Koos van Bruggen werkt altijd bij luide muziek. Meestal zijn dit grammofoonplaten, maar een keer laat hij een beatband opdraven. Tijdens het oorverdovende concert, smijt de dokter de verf op een enorm doek.
Zijn extreme manier van leven eist echter z’n tol. Na twee hartinfarcten wordt de dokter in september 1968 - op 54-jarige leeftijd - gedwongen te stoppen. Met zijn tweede vrouw verhuist hij in het begin van het volgende jaar naar Pieterburen. Hier wordt Koos van Bruggen fulltime kunstenaar. Naast olieverfschilderijen, aquarellen, gouaches, druksels, maakt hij hier veel beeldhouwwerken in hout met vaak religieuze onderwerpen.
Koos van Bruggen is erg spiritueel. Hij is betrokken bij de Citygroep van Herman Verbeek en wordt in 1966, in de voetsporen van zijn ouders, ook gedoopt in de doopsgezinde kerk. Als er bij buurvrouw Dijkstra een pruimenboom in de gracht ligt, ziet hij er een Christusfiguur in en zo krijgt de Doopsgezinde kerk van Eenrum het beeld ‘Christus uit de gracht’.
Zijn bekendste houtsculptuur is de Sint Martinus in de Martinikerk. Het beeld, dat ontstaat in de periode 1973-’75, staat centraal in een televisiedienst in 1973 en een op 25 en 26 oktober ’75 ter gelegenheid van de heropening van de kerk uitgevoerd muziekspel ‘De man met de vier handen’.
Twaalf door Koos van Bruggen gemaakte apostelbeelden vervullen een vergelijkbare rol bij een vesper in de doopsgezinde kerk op 29 maart 1974. De schenking van deze houtsculpturen aan de doopsgezinde gemeente vormt de aanleiding voor een overzichtstentoonstelling van het werk van de op 21 mei 1979, aan een nieuwe hartaanval overleden kunstenaar.
