Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen Een beerput met apostelkoppen in Groningen
Gecontroleerd door redactie

Een beerput met apostelkoppen in Groningen

[800-1594]
Afbeelding bij dit verhaal

Op 17 maart 1911 meldde De Provinciaal Groninger Courant:
Bij het maken der fundamenten voor het nieuwe meubelmagazijn van de heer Zigterman in de Oude Ebbingestraat, waar tot voor kort de magazijnen en kantoren van de heeren Gebr. Catz gevestigd waren, is vanmorgen een belangrijke ontdekking gedaan. Men heeft er in een vroegeren beerput 9 koperen heiligenbeeldjes gevonden voorstellende 9 van de 12 apostelen en eenig nader oud koperwerk. Men vermoedt dat zij daar bij den beeldenstorm in 1566 terecht zijn gekomen. Hier en daar zijn de beeldjes iets beschadigd, maar bij alle is de kop en het borstbeeld over 't geheel gaaf gebleven.

In zijn publicatie over de vondst in datzelfde jaar schreef rijksarchivaris mr J. A. Feith, dat de beerput gevonden werd achter het vierde huis vanaf de Jacobijnerstraat. Bij het graven van een kelder stuitte men op een dichtgemetselde beerput. Deze bleek nog vol met beer en helemaal onderin werden, aldus Feith, acht apostelbeeldjes gevonden samen met veel fragmenten bladkoper. Bij het bladkoper waren vattingen voor edelstenen. Hij herkende in de vondst resten van het koperbeslag van een kerkelijk object uit de 12e eeuw. In het begin van de 17e eeuw was over de beerput een muur gebouwd. Klaarblijkelijk werd de put niet meer gebruikt. In de beerput werd ook een 16e-eeuws kruikje gevonden. Dit kruikje en de beschadigde resten koperbeslag deden de geleerden vermoeden dat de resten in de 16e eeuw bij de beeldenstorm in de put belandden. Feith veronderstelde, dat de apostelkoppen en het overige koperwerk van een reliekschrijn afkomstig waren. Bij de vondst van 1911 hoorden ook fragmenten van teksten, waaronder één met het woord Waltburg en één met Idburgis. Op basis hiervan is altijd aangenomen dat de reliekschrijn (of een ander kerkelijk meubelstuk waar de apostelen op bevestigd waren) in de Sint Walburgkerk heeft gestaan.

Het raadsel van de negende apostelkop
Het bestuur van het Groninger Museum onderkende direct het belang van de vondst en kocht deze aan. Het kasboek van het museum geeft aan dat er op 21 maart 1911 voor acht apostelbeelden etc. 500 gulden is betaald. Binnen vier dagen had het museum de vondst aangekocht. Voorwaar een doortastend optreden.

Reeds enkele malen werd het aantal van acht apostelkoppen genoemd. Dat is ook het aantal dat Feith in zijn publicaties noemde en dat algemeen bekend werd. Ruim vijftien jaar geleden was hef voor prof. dr J. H. P. Jonxis, in die tijd bestuurslid van het museum, een grote verrassing dat hij in het Metropolitan Museum in New York een negende apostelkop zag. Het bijschrift vermeldde keurig dat het tot de Walburg-schrijn behoorde. Het Metropolitan Museum had de apostel in 1917 gekregen van de grote Amerikaanse verzamelaar J. Pierpont Morgan. Deze kocht overal in Europa middeleeuwse voorwerpen op. Jonxis veronderstelde dat het wel altijd een raadsel zal blijven, hoe dit beeldje tussen 1911 en 1917 in Amerikaanse handen was gekomen. mr. G. Overdiep gaat daar in zijn korte beschrijving van de apostelkoppen ook van uit. Toch geeft hij ongemerkt een aanwijzing als hij schrijft:

Professor A.E. van Giffen vertelde mij, dat hij deze vondst voor 60 gulden van de arbeiders voor het museum had gekocht.

Nergens in het archief van het Groninger museum wordt de naam van Van Giffen als bemiddelaar genoemd, maar hij heeft vaker bemiddeld. In zijn derde publicatie over de St. Walburg in 1973 meldt Van Giffen terloops de vondst van negen apostelkoppen. Sinds 1911 was dit aantal nergens meer genoemd. Het lijkt er op dat hij altijd geweten heeft dat er geen acht, maar negen apostelkoppen gevonden waren. De negende apostel had hij bij de voor hem gunstige deal kennelijk mogen houden, of had hij deze al verkocht? Dat lijkt niet aannemelijk, gelet op de snelle aankoop. Er zijn overigens meer voorbeelden van Van Giffens handel in oudheden bekend.

De vondst zelf is helaas nog niet uitvoerig bestudeerd. In totaal heeft het Groninger Museum ruim honderdvijftig fragmenten uit de vondst. Kunsthistorici hebben bepaald dat de fragmenten in twee groepen uiteenvallen en gaan er daarom vanuit dat we met de resten van twee kerkelijke meubels te maken hebben. 
De ene groep bestaat uit negen apostelkoppen, een hoofd van Christus en een tekst in Romaanse letters die rond 1130 wordt gedateerd. Tot deze groep behoort het tekstdeel met het woord Waltburg. De andere groep bestaat uit een groot aantal gedreven en graveerde fragmenten die rond 1220 zijn gedateerd. Op beide groepen zijn roetsporen aanwezig, zodat beide objecten in één keer gesloopt en vermoedelijk verbrand zullen zijn na de roof van de edelstenen. Of ze beide uit dezelfde - en dan dus de St. Walburgkerk komen staat echter niet vast. Bij welke gelegenheid de objecten uit hun kerk zijn gehaald is evenmin overgeleverd. Als productiecentrum wordt wel aan Nedersaksen gedacht, maar feitelijk is er nog weinig onderzoek naar gedaan.

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.