Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen Een dorpswinkel in Nieuwe Pekela
Gecontroleerd door redactie

Een dorpswinkel in Nieuwe Pekela

[1945-1980]
Afbeelding bij dit verhaal

Toen mijn ouders een schildersbedrijf annex verfwinkel wilden beginnen, zo'n 45 jaar geleden, kochten zij een oud winkelpand aan de Ds. Sicco Tjadenstraat, dat ooit de eerste, door carbidlampen, verlichte winkel was. Aangezien de uitgewerkte carbid-brokken in de tuin werden gegooid, heeft daar jaren, ondanks verwoede pogingen, nooit iets willen groeien. Bodemonderzoek wees uit dat de grond totaal verzuurd was... Ach ja, milieuvervuiling en de chemo-kar bestonden nog niet: ook mijn vader kon nog straffeloos oud glas en lege verfblikken in het Pekelderdiep gooien.

De verfwinkel was typisch een dorpswinkel: flexibele openingstijden (na zessen achterom), het uitwisselen van roddeltjes, en zo nu en dan iets spectaculairs. Met name tussen de middag was het een drukte van belang: de klanten wisten dat mijn vader voor het middageten thuis was en die was natuurlijk de expert ("k wol vroagen: is Jan der nait?"). Dit leerde ons allen zeer snel het middageten naar binnen te schrokken en bood ons als kinderen de mogelijkheid, wanneer beide ouders in de winkel moesten helpen, om onsmakelijk eten door de gootsteen te spoelen (met name krentjebrij).

Verf en behang zijn aan mode onderhevig en vooral in de jaren '70 ging dat een grote rol spelen: na paars en oranje moest opeen alles nostalgisch bruin geschilderd worden, en daarna kwam helder wit weer eens in de mode... Mijn vader bleef dan met partijen verf zitten met onmogelijke kleuren. Gelukkig kon hij dit meestal tot een ondefinieerbare kleur grijs mengen, ideaal en goedkoop om fabriekshallen mee te schilderen. In de herfst werden vele verfblikken tomaat-rood, kanarie-geel en "koegeltjesblaauw" verkocht aan landbouwers, waarmee de tractor en andere landbouwmachines werden opgeknapt na gedane arbeid.

Voor kinderen was het natuurlijk een prachtige plek om winkeltje te spelen. En een aantal oude namen van kleuren zal ik nooit vergeten: salon-groen, arizona-beige, marine-blauw. Zo nu en dan viel er een blik verf om in de winkel, maar, geen nood: de vloerbedekking bestond uit losse tapijttegels en daar kon zo een nieuwe in worden gelegd. Ook ideaal als er iemand binnen was gelopen met klompen onder de modder.

Het betalen was vaak ook een aparte ceremonie: veel klanten lieten hun aankopen "aanschrieven" en ontvingen na verloop van tijd een nota thuis. Met name bij oude boeren was het een gebruik om 's avonds op bezoek te komen om af te rekenen en ze verwachtten dan koffie, koek en soms ook nog wel eens een borreltje. Op deze manier zat je de hele avond met ze opgescheept en vooral wij als kinderen vonden dit heel vervelend en een inbreuk op onze privacy. Op een keer waren onze ouders er 's avonds niet en wilde een oude boer op de ouderwetse manier afrekenen. Een kop koffie kreeg hij nog van ons, daarna bleven we hem totaal negerend televisie kijken, waarna de man uit arren moede de ondertitelingen ging oplezen. We durfden elkaar niet aan te kijken, want dat had mijn vader vast een klant gekost.

Maar toen ging toch na meer dan 40 jaar de winkel dicht. Er was een opheffingsverkoop, de winkeldeur werd eruit gehaald en de originele deur van vroeger, die altijd op de zolder had gelegen, werd weer geplaatst en de winkel van vroeger was nu opeens een logeerkamer. En zo verdween er weer eens een ouderwetse dorpswinkel met een eigen assortiment en inrichting en zullen uiteindelijk een aantal winkelketens overblijven met allemaal dezelfde eenheidsworst.

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.

Verwante items