Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen Een historische grensoverschrijding
Gecontroleerd door redactie

Een historische grensoverschrijding

[1795-1914, 1914-1940 , 1940-1945, 1945-1980, 1980-nu]
Afbeelding bij dit verhaal

Een eeuwigheid geleden probeerde ik mijn vader in te lichten over de ontdekking van onze Duitse afkomst. Hij zat net aan de borrel. “Pa, ik mot joe wat nijs vertellen: ons haile familie stamt van de Schlömers oet Duutsland. Ze waren aal rooms eer ain van heur noar Oethoezen kwam.” Verschrikt zette Pa zijn 'klokje' terug op het bijzettafeltje. “Doar heb ik niks mit neudeg, een mof blift altied een mof!”

In het Duitse plaatsje Tunxdorf, even over de Nederlands-Duitse grens bij Bellingwolde, ligt Hof Schlömer, de boerderij van onze Duitse voorouders uit de 17e eeuw. In 1999 woonde daar nog altijd een familielid, Maria Bruns-Schlömer, een van de ongeveer 180 Tunxdörfer.

Een deel van de familie was verhuisd naar Herbrum, een dorpje aan de Eems, waar betovergrootvader Rudolfus Schlömer in 1798 werd geboren. Rudolf werd gedoopt in de roomse Sint Amanduskerk in het nabij gelegen Aschendorf. Zijn vestiging in Uithuizen had tot gevolg dat onze familie tot een katholieke minderheid in Groningen behoorde.

Rond zijn 18e jaar, toog Rudolf naar Nederland, als een in de rij van vele zogenaamde Hollandgänger. Zijn tocht ging wellicht te voet naar Nieuweschans en vandaar per snik (trekschuit) via Winschoten en Groningen naar Uithuizen. En ging de tocht als in een reisbeschrijving uit 1831 van ene Hermann Sandmann? “We verzamelden ons om vier uur in de morgen, om gezamenlijk de reis aan te vangen. Ik was enigszins terneergedrukt en treurig vanwege het afscheid van mijn familie. Maar de opgewektheid van de anderen stak mij al gauw aan en toen de voetmars naar het dorp Halte met zingen begon, was alles achter mij vergeten en voor mij zweefden alleen maar beelden van een heerlijke toekomst.”

“Drie kilometer hadden we achter ons. Van Halte ging het vijf kilometer verder, naar Stapelmoor, waar in een herberg een half uur werd uitgerust. In Stapelmoor liet men ons een grote steen zien, die de boeren meer dan honderd jaar geleden bij de landbewerking hadden gevonden. Een steen die met enige fantasie voor het beeld van Moeder Maria kon doorgaan. Van Stapelmoor ging het over Bunde tien kilometer verder naar Neuschanz, waar werd ontbeten. Uit mijn ‘Essensack’ nam ik roggebrood met spek en daarna nog een ei. In de herberg bestelde ik daar een groot glas melk bij. Na onze voettocht van plm. 18 km, met mijn zware plunjezak op de rug, ging dat er allemaal gewillig in. Om kwart voor tien gaf de snikjongen met zijn trompet het signaal om aan boord te gaan.”

Met de oponthouden meegerekend, moet de tocht met de snik van Nieuweschans naar Groningen, ruim vijftig kilometer, ongeveer negen uur hebben geduurd. “Voortdurend werd door de passagiers gevraagd: ‘Schippertje, hoe ver zijn we al?’ Om de tijd te doden begon men verhalen over vroeger te vertellen. Tegen zeven uur 's avonds bereikten we Groningen.”

In Groningen kan Rudolf de volgende dag, voor de prijs van zo’n 35 cent, aansluiting hebben gevonden op een snik naar Uithuizen. Daar legde de snik aan in de haven, aan het eind van het Boterdiep. De snikjongen leidde het paard naar de snikstal op de Blink. Rudolf moet eigenlijk eerder worden beschouwd als wat tegenwoordig ‘gastarbeider’ wordt genoemd, dan als ‘trekarbeider’. Hij hoopte door een timmerbaas in Uithuizen meteen als knecht te worden aangenomen op een jaarloon van 50 tot 80 gulden.

Een aantal jaren geleden dachten wij ons in te schrijven voor een sniktocht á la mijn betovergrootvader. Ik hoopte dat het paard en de snikjong niet zouden ontbreken en ik verheugde me op de stilte, de traagheid, de lang vervlogen sfeer en de ‘schuytepraatjes’ aan boord. Het was even slikken toen we in Onderdendam op een rondvaartboot moesten stappen. Het ‘schuytepraatje’ stond op een uitgereikt programmablaadje: “Tijdens uw reis van Onderdendam naar Rasquert, zo’n acht kilometer, wordt u teruggeplaatst in de tijd. In de eerste plaats naar de tijd van de trekschuit. Die trekschuit begon ten noorden van de stad Groningen pas halverwege de zeventiende eeuw te varen. Tijdens de tocht vaart een replica mee van een negentiende-eeuwse trekschuit. Het is de enige in Europa. Als u er niet op vaart, kunt u er in ieder geval naar kijken.”

Wij behoorden tot de meerderheid die op een rondvaartboot meevoer. Alsof die dooie mus nog niet genoeg was, ging het blaadje verder: “Als een rode draad door de tocht loopt de strijd tussen de Schieringers en de Vetkopers.”

Een stemmig blaaskapelletje en een groepje acteurs in voddenkleding deden hun best om de passagiers naar de vijftiende eeuw te verplaatsen, toen de trekschuit nog helemaal niet bestond. Halverwege zijn we naar Onderdendam teruggelopen. Prachtige wandeling door het zonovergoten Hogeland! Onderweg plaatste ik mijzelf terug in de tijd en hoorde mijn Eemslander betovergrootvader brommen: “Al die rijkelui! Hun beeld van het verleden, davan stimmt ja gaar nix!”

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.