Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen Een mateloos leven: De passies van Ekke Fransema
Gecontroleerd door redactie

Een mateloos leven: De passies van Ekke Fransema

[1795-1914, 1914-1940 ]
Afbeelding bij dit verhaal

Terwijl zijn familie achter de slordige stapels boeken op zolder de laatste lege drankflessen bij elkaar scharrelde, ging na zijn overlijden op 11 januari 1928 bij Café Kooi de vlag halfstok. Boeken en alcohol - niet noodzakelijk in deze volgorde - dat was het leven van Ekke Fransema, bibliofiel en collectionneur te Godlinze. Deze rentenierende intellectueel bracht, bij ontstentenis van enige maatschappelijke ambitie, gedurende zijn leven een indrukwekkende verzameling boeken bij elkaar, die op het gebied van Oudnederlands recht, geschiedenis en theologie nog altijd uniek mag heten. In Noord-Nederland blijft Ekke Fransema in de collectieve herinnering als de meest belezen alcoholverslaafde van het tweede millennium. Voor de inwoners van Godlinze was hij `Den Frans`: een merkwaardig, maar goedhartig - tenminste vrijgevig - man. Zijn vrouw Hillegonda Venhuis vond hem eerder verkwistend en onhandelbaar, maar zij moest dan ook met hem samenleven. Wat hiervan zij, van Ekke Fransema gingen er geen dertien in een dozijn.

Ekke Fransema werd in 1864 geboren te Huzaarekkum, een gehucht bij Adorp, als kind van zeer welgestelde ouders. Hij had een zorgeloze jeugd en een liefdevolle band met zijn moeder, die haar enig kind behoorlijk verwende. Zo gaat het verhaal dat Ekke eens op het dak van zijn ouderlijk huis klom en dreigde eraf te springen als zij hem niet gauw tien gulden gaf (een fortuin in die tijd). Op die manier zat Ekke nooit zonder geld. In 1873 kocht Ekkes vader, die met hard werken een behoorlijk vermogen opgebouwd, een herenhuis met grond in Godlinze. Hier heeft Ekke een groot deel van zijn leven gewoond en hij is er ook gestorven. Hij bezocht in Godlinze de lagere school van meester Venhuis, wiens dochter, Hillegonda, ook tot een van de leerlingen behoorde. Later is hij met Hillegonda getrouwd. Op 13-jarige leeftijd ging hij een jaar naar Kostschool en kon na een toelatingsexamen op het Stedelijk Gymnasium in Groningen zijn opleiding vervolgen. Na een aantal jaren gymnasium diende Fransema een jaar bij de Huzaren. Hij had vrijwillig getekend voor vijf jaar, maar het leven was er minder gemakkelijk dan bij zijn moeder in Godlinze, die haar zoon vreselijk miste. Een en ander leidde ertoe dat Ekke's vader al spoedig het Nederlandse leger moest schadeloosstellen met een - door hem te bekostigen - plaatsvervangend huzaar.

Na de huzarentijd genoot Ekke een tijdje christelijk voortgezet onderwijs op de school Ruimzicht van de befaamde Ds. Jan van Dijk te Doetinchem. Terug in Godlinze trouwt hij in 1886 met Hillegonda Venhuis. Ekke was nog steeds zonder beroep en nog hetzelfde jaar wordt hun eerste zoon Jan geboren. De familie, financieel gesteund door Ekke's ouders, verhuist hierop van het platteland naar het westen van het land, zodat Ekke in Leiden een begin kan maken met zijn rechtenstudie. Dit nadat hij als 28-jarige nog eerst zijn Gymnasium-diploma (A + B!) behaald had.

In Leiden begint Ekke aan zijn collectie boeken op het gebied van Oudnederlands recht. En in Leiden ontwaakt ook zijn bovengemiddelde belangstelling voor de alcohol. Al snel haalt hij zijn kandidaatsexamen, maar door de drank komt hij niet tot nader resultaat. In 1893 wordt zijn tweede zoon Toon geboren. Na het overlijden van Ekke's vader in 1895, breidt Ekke zijn bibliotheek enorm uit. Hij verzamelt documenten en boeken op het gebied van recht, theologie en geschiedenis van de drie noordelijke provincies. Hij verzamelt precies dat wat hij nodig heeft voor verdere studie en wat zijn interesse heeft. De bibliotheek is Fransema's levenswerk geworden: hij blijft voor de rest van zijn leven bezig met zijn collectie. Twee jaar na het overlijden van Ekke's moeder (in 1904) verhuizen Ekke en Hillegonda naar Godlinze om het familiebezit te beheren. Terug in het dorp van zijn jeugd heeft Ekke het voornamelijk druk met zijn boekenverzameling en de dagelijkse bezoeken aan het stamcafé van Lub Kooi. Al snel raakt hij dusdanig verslaafd, dat het gezinsleven eronder begint te lijden. Zoon Jan, inmiddels ingenieur, emigreert naar de Verenigde Staten. Ekke en Hillegonda groeien uit elkaar. De drank maakte meer kapot dan hen lief was, ook in hun relatie.

In café Kooi bleef `Den Frans` een graag geziene gast. Hij gaf vaak eens een rondje en was altijd in voor een goeie grap. Eens kocht hij van een varkenshouder al zijn biggen. Ekke liet de laadklep van de veewagen openmaken, waardoor de biggen door de dorpsstraat renden, hetgeen grote consternatie veroorzaakte. In 1914 werden deze en vele soortgelijke dwaasheden zijn vrouw teveel en liet ze Fransema onder curatele stellen. Zijn boekenverzameldrift en drankzucht kostten hem meer dan hij zich als rentenier kon veroorloven. Uiteindelijk hervat Ekke, 47 jaar oud, zijn rechtenstudie en behaalt op 61-jarige leeftijd alsnog zijn doctoraalexamen. Lang mag hij niet meer van zijn titel genieten: mr. Ekke Fransema overlijdt op 63-jarige leeftijd te Godlinze.

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.

Verwante items