Geert Oostinga
Mijn moeder vertelde graag dat mijn opa een goed amateur fotograaf was. En dat hij vele jaren lid was van de Groninger fotoclub Daquerre. Zij herinnerde zich hoe hij met zijn grote camera op statief foto’s maakte, lang en geduldig wachtend op de juiste belichting. In die camera gingen glasplaten. Over zijn hoofd een grote zwarte doek. Aan de muur in huis hingen naast zijn zelfportret twee grote foto’s die hij maakte van het klooster in Ter Apel.
Er werd verteld dat oma, na de dood van opa in 1954, de collectie glasplaten naar het archief zou hebben gebracht. Of het waar was? Als ik ruim vijftig jaar later ga zoeken, blijkt het verhaal inderdaad te kloppen. In de fotocollectie van de Groninger archieven zijn 27 foto’s te vinden met als maker G. Oostinga ; mijn opa. De foto’s zijn tussen 1933 en 1953 gemaakt en laten gebouwen zien in de stad Groningen zoals de Martinitoren, het Provinciehuis en het Pepergasthuis. Steeds een spel van licht en donker. Van structuur en diepte.
Jaren doe ik niets met de foto’s. Maar drie jaar geleden overlijdt mijn moeder. Tussen haar spullen vind ik een klapper met geschreven herinneringen en enkele foto’s . Ze vertelt ook het weinige dat ze weet over haar vader. Het is echter niet veel. En dus wordt tijd dat ik het verhaal compleet maak. Ik ga terug naar de zalen van de Groninger archieven en speur rond op het internet. Ik neem contact op met familie. En zo ontstaat een beeld. Geert Oostinga wordt meer dan zijn foto’s. En al doende vertelt hij mij ook over mijn eigen afkomst.
Mijn opa was een echte stadjer. Hij werd er geboren in 1886 en zou met slechts een kleine onderbreking van nog geen jaar, er ook altijd blijven wonen. Zijn, en dus ook mijn, voorouders kwamen uit de omgeving van Ezinge. In het register van naamsgeving van die gemeente zie ik dat ene Geert Jan er in 1812 officieel de naam Oostinga aanneemt. Diens kleinzoon, Geert Simens, trok met zijn gezin aan het eind van de 19 e eeuw via Hoogkerk naar de stad Groningen. Hij vestigde zich in de toen nieuwe, Willemstraat op nummer 61. Zijn zoon Hendrik vestigde zich vervolgens als timmerman en aannemer aan de Hoendiepskade op nummer 3. Daar werd mijn grootvader Geert geboren.
Geert is al niet zo piepjong meer als hij op een verjaardagsvisite Henderika Wilhelmina Zondag ontmoet, de dochter van een architect uit Kollum. Hij is 39 en zij 35. Ze verloven zich en maken in die tijd tochtjes op zijn motor. Ze trouwen in 1926 en het jaar daarop wordt hun enige dochter Ali geboren.
Hij werkt bij de Groningse meubelfabriek Huizinga. In zijn vrije tijd gaat hij graag naar de paardenraces. Daarnaast is hij lid van de reciteervereniging Joost van den Vondel en zoals al eerder vermeldt, van fotoclub Daquerre. In het huis aan de Van Swinderenstraat 48 a is aan het aan einde van de lange, opgaande trap een grote inloopkast; een ideale plek voor een donkere kamer. Wie op bezoekt komt mag meehelpen.
Voor de fotoclub werkt hij met zijn grote fotocamera, een Nagel. Hij meldt dat zelf op een enqueteformulier van de fotoclub, dat ik vind in het archief. Hij moet omstreeks 1933 zijn begonnen met fotograferen. In de zomer van 2011 krijg ik van achterneef Anne een pakje. Het lijken twee tekeningen, met potlood gesigneerd : G. Oostinga, 1933. Het blijken bij nader inzien twee broomolieafdrukken te zijn, een op etsen lijkend afdrukproces.
Tegelijkertijd weet ik van nog een camera, een klein boxje. Hij is bewaard gebleven en staat bij mij in de vensterbank. Daar moet hij de gewone vakantiekiekjes mee hebben gemaakt. Ik vind de kleine afdrukken in een, in leergebonden album, als ik het huis van mijn moeder opruim. Dit zijn andere foto’s. Geen gebouwen maar mensen. De familie. Niet de familie Oostinga maar de familie Zondag, de familie van zijn vrouw Hendrika. Zij had een innige band met haar zus en drie broers . Van het begin van de dertiger jaren gaan ze vaak samen met hun gezinnen op vakantie. Geert fotografeert ze in de duinen van Vlieland. Blije en vrolijke foto’s.
In de eerste oorlogsjaren gaan de gezamenlijke vakanties gewoon door, naar Nijverdal, de Holterberg en Markeloo. Later in de oorlog luistert Geert naar de door hem verstopte radio. En hij staat tot afgrijzen van de familie op het dak van de bovenwoning om naar de overvliegende bommenwerpers te kijken . En hij huisvest onderduiker Simon. ’s Nachts gooit het verzet voedselbonnen door de brievenbus, dochter Ali moet ze ’s ochtends beneden ophalen. Wie Simon was ? Ik weet het niet, maar wellicht een familielid. Namen als Simon en Simen komen veel voor bij de Oostinga’s. Iedereen komt de oorlog goed door en in mei 1945 fotografeert Geert de bevrijdingsfeesten in de straat.
Ook na de oorlog blijft hij fotograferen, maar er is minder tijd. Hij heeft zich inmiddels opgewerkt tot chef van de stoffeerderij van de firma Huizinga. Toch is hij in 1951 een van de winaars van de Spaarbank fotowedstrijd die door Daquerre wordt georganiseerd. Zijn foto’s sieren de kalender van 1952.
In de notulen van Daguerre wordt het als volgt verwoord:
“en het zal hun wel enige voldoening geven, te weten dat hun werk straks in 1000 gezinnen een plaatsje aan de wand zal krijgen, terwijl bovendien hun aardse bezit met f 25,- is vermeerderd”.
Om uw nieuwsgierigheid niet langer op de proef te stellen : de heren Oostinga, Bolwijn, Bierling en Schuur zullen a.s. donderdag met een spaarbankboekje van f 25,- naar huis gaan….
Dochter Ali trouwt in 1954. Geert en Hendrika staan dan nog samen op de foto. Hij zoals altijd in pak, zij zoals altijd met een hoedje op. In het jaar erop verheugen ze zich op de komst van hun eerste kleinkind. Geert hoopt op een kleinzoon. Hij zal het echter niet meemaken. Op 3 juni 1955 sterft hij aan een hartaanval. Ruim een maand voor de geboorte van zijn kleindochter.
In 2000 begin ik, zijn tweede kleindochter, met het verzamelen van zijn foto’s en schrijf er later het verhaal over zijn leven bij. Fotoclub Daguerre brengt op dat moment een boekje uit ter gelegenheid van haar jubileum. Ik krijg het kado van achterneef Anne. Op bladzijde 27 staat een foto van twee heren in het Noorderplantsoen, gemaakt “door G. Oostinga”. Alleen ik weet dat het een zelfportret is, de man links is Geert Oostinga zelf.
