Christelijke kerken herdenken op regelmatige tijden het Laatste Avondmaal. Jezus hield het Laatste Avondmaal samen met zijn twaalf leerlingen op de avond voordat hij gevangen en terechtgesteld werd. Hij gaf de apostelen opdracht om ter nagedachtenis het Avondmaal te blijven vieren. De kerken gebruiken bij hun vieringen doorgaans prachtig zilveren gerei. Het Groninger Museum heeft van vele kerken dit gerei in bruikleen gekregen.
Tot het katholieke zilver kunnen hier een aantal voorwerpen gerekend worden die gewoonlijk op het altaar staan, zoals een altaarkruis, kandelaars, een missaal en canonborden. Verder bezit het museum objecten die tijdens de mis worden gebruikt, zoals ampullen voor wijn en water en de 'vasa sacra', oftewel de gewijde vaten. Bij de mis leest de priester uit een missaal. De boekband voor een missaal is vaak prachtig versierd. Deze 'vasa sacra' bestaan onder andere uit de miskelk, een ciborie om hosties in te bewaren, en de monstrans. In een monstrans wordt de hostie in een bijzondere setting gepresenteerd en vereerd. Opmerkelijk veel van het Groninger katholieke zilver dateert uit de late 17e eeuw en is in Vlaanderen gemaakt. Katholieke schuilkerken werden toentertijd in Groningen gedoogd. In deze schuilkerken werkten geestelijken van de Jezuïeten, Augustijner of Franciscaner orde.
De priesters hadden vaak hun opleiding in het katholieke Vlaanderen genoten en namen van daar het kerkgerei mee. Op deze wijze kwamen prachtige werken, als de tabernakeldeuren en de boekband voor een missaal van de Antwerpse zilversmid Antonius le Pies in Groningen terecht. In 1795 werden de beperkingen voor de Rooms Katholieke kerk opgeheven. De Broerkerk, voorheen de kerk van het Franciscaner Minderbroederklooster en na de reductie de kerk voor de universitaire gemeenschap werd na jaren gesteggel aan de Katholieken ter beschikking gesteld en kon in 1833 in gebruik worden genomen. In 1893 werd deze kerk afgebroken en door de nieuwe neogotische St. Maartenskerk die in 1895 werd ingewijd. Veel zilver van de oude schuilkerk kreeg hier een plaats. Na het sluiten van deze kerk in 1970, kreeg het Groninger Museum de zilverschat in bruikleen. Ook andere katholieke kerken gaven bijzonder zilver in bruikleen aan het Groninger Museum.
In de katholieke kerk verandert het brood en de wijn voor de gelovigen letterlijk in het lichaam en bloed van Christus, in de protestantse kerk zijn brood en wijn slechts symbool van Christus' offer aan het kruis. Het protestantse zilver is eenvoudiger dan het katholieke kerkzilver. Bij de protestanten was het gebruikelijk om letterlijk aan een grote gedekte tafel te gaan, vaak opgesteld in het koor van de kerk. Op de tafel lag wit tafellinnen met hierop geplaatst één of enkele bekers voor de wijn, schalen met wittebrood, kandelaars met kaarsen en een schaal voor de avondmaalscollecte. De bekers waren doorgaans eenvoudige rechte drinkbekers, die niet afweken van de bekers die in huiselijke kring of bij profane feesten werden gebruikt. Aanvankelijk werden vooral tinnen bekers gebruikt. In de loop van de 17e eeuw kregen steeds meer kerken een zilveren Avondmaalsbeker. De vaak mooie graveringen vermeldden naast het doel van de beker ook altijd de opdrachtgever. De opdrachtgever was veelal de plaatselijke jonker, die als collator de macht in het dorp had. Een voorbeeld van mooi gegraveerde bekers, zijn die van de binnenstadskerken van de stad Groningen. Hier staan de kerken zelf afgebeeld: Martinikerk, Aakerk en Nieuwe kerk.
De lutherse kerk gebruikte bij het avondmaal vaak nog een oude miskelk of een nieuwe zonder decoratie maar wel met de oude vorm, zoals te zien is bij de avondmaalskelk en wijkan van de lutherse kerk uit Groningen.
