Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen Gezworen meente
Gecontroleerd door redactie

Gezworen meente

[800-1594]
Afbeelding bij dit verhaal

De gezworen meente trad op als vertegenwoordigster van de Groninger burgerij. Het orgaan bestond uit vierentwintig leden dat zichzelf aanvulde uit vooraanstaande kringen van de burgerij. Hiertoe werden vooral de grote kooplieden gerekend, die handel dreven in vee (in het bijzonder paarden en ossen), spek, boter en kaas (de zogenaamde ‘vette waren’), laken en andere goederen. Net zoals de raad zelf werd de gezworen meente jaarlijks voor de helft vernieuwd. De keurdag van de gezworen meente viel volgens traditie op 15 februari, de achtste dag voor het aanbreken van het nieuwe bestuursjaar (de feestdag van Sint Petrus’ Stoel, 22 februari). Op de traditionele ‘raadskeurdag’ (8 februari) werden vijf gezworenen door het lot aangewezen om als ‘keurheren’ de tien (later acht) personen te kiezen, die de vrijgekomen raadszetels moesten innemen.

Het kwam herhaaldelijk voor dat nieuwe raadsleden enige jaren lang zitting hadden gehad in de gezworen meente. Daarom noemde Ubbo Emmius dit lichaam het seminarium (de kweekvijver) van de raad. De kandidaten voor de raadszetels behoorden tot de rijkste en aanzienlijkste geslachten in de stad. Ofschoon deze met elkaar een soort aparte kaste vormden was deze ‘senatoriale’ kring toch niet geheel gesloten. Ook buitenstaanders konden, mits ze voldoende rijkdom en status bezaten, betrekkelijk snel carrière maken.

Wat zijn werkzaamheden betreft was niet de raad, maar de gezworen meente het college dat het meest te vergelijken is met de huidige gemeenteraad. In alle gevallen waarin beslissingen genomen moesten worden die afweken van de vertrouwde lijn en mogelijk vèrstrekkende gevolgen konden hebben voor de stad als geheel, legden burgemeesters en raad de zaak voor aan de gezworen meente. Maar ook in zaken die ons wat simpeler voorkomen, werd eerst door de gezworenen een ‘principebesluit’ genomen, waarna burgemeesters en raad de uitwerking ervan voor hun rekening namen. Zo besloot de gezworen meente op 2 november 1582 de wachtdienst bij de stadspoorten te verscherpen, waarna burgemeesters en raad op 5 november de details van de nieuwe ordonnantie vaststelden.

Om advies uit te brengen aan de raad hoefde de gezworen meente niet altijd voltallig naar het raadhuis te komen. In vele gevallen was het voldoende dat haar woordvoerders (de zogenaamde ‘taalmannen’) aan het overleg deelnamen. De mededeling van Ubbo Emmius dat de gezworen meente geen deel heeft aan het imperium of de jurisdictio (rechtsmacht), kan ertoe hebben bijgedragen dat de rol van de gezworen meente in de bestuurlijke constellatie van de Groningse staat tot dusver is onderschat en dat zij voornamelijk wordt beschouwd als een kiescollege.

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.

Verwante items