Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen Gouden Eeuw
Gecontroleerd door redactie

Gouden Eeuw

[1594-1795]
Afbeelding bij dit verhaal

De Gouden Eeuw was een periode van bloei en welvaart waar achteraf met heimwee op werd teruggekeken. Hoewel de economie floreerde en de cultuuruitingen een hoogtepunt bereikten, werd in de zeventiende eeuw ook oorlog gevoerd en was de eenheid van de Republiek een wankele. De welvaart was bovendien niet gelijk verdeeld over alle gewesten en de verschillende bevolkingslagen. In stad en Ommelanden werd aanzienlijk minder rijkdom vergaard dan in Holland, hoewel ook hier de handel en cultuur zich ontwikkelden.

De Republiek der Verenigde Nederlanden was een bond van zelfstandige gewesten, voortgekomen uit de Unie van Utrecht tegen de Spaanse overheersing. Nadat de Unie zich in 1581 had ‘losgemaakt’ van landsheer Filips II, gingen de Staten Generaal, het bestuursorgaan van de Unie, op zoek naar een nieuwe soevereine vorst. Na een aantal teleurstellingen besloten de Staten in 1588 zelf de rol te vervullen en was de Republiek geboren. De Ommelanden maakten deel uit van de Unie van Utrecht, maar de stad Groningen werd pas in 1594 bij de Republiek gevoegd. Vanaf dat moment bestond de Republiek uit zeven gewesten.

De rijkdom van de Republiek was gebaseerd op een monopolie op de handel in massagoederen. De Republiek was in staat veel goederen te vervoeren voor weinig geld. Na de reductie profiteerden stad en Ommelanden van een sterke economische groei. De turfhandel speelde een belangrijke rol. Vanaf 1628 werden veengebieden in Oost-Groningen ontgonnen. Turf werd via de waterwegen naar de stad vervoerd. De stad zorgde voor deze infrastructuur en zag haar inkomsten stijgen en haar machtspositie groeien dankzij de turfwinning. De turfhandel stimuleerde de scheepvaart en de scheepsbouw. De stad was het middelpunt van het kanalennetwerk in Stad en Lande. Daarnaast beschikte het gebied over verschillende zeehavens, waaronder in Groningen en Delfzijl. In de Noorderhaven in de stad Groningen werd een scheepswerf opgericht voor de West-Indische Compagnie (WIC).

De afdeling Stad en Lande van de WIC wilde een plaats veroveren in de nieuwe transatlantische handel. Dit werd geen succes. Na 1650 kwamen er geen schepen meer van de WIC in Groningen en na 1670 bouwde de Compagnie zelf geen schepen meer. Van industrie van enige betekenis was in Stad en Lande geen sprake. De middeleeuwse gildestructuur hield de ontwikkelingen tegen, maar ook de ligging van de stad was niet geschikt. De afzetmogelijkheden rond Groningen waren beperkt en er was een gebrek aan grondstoffen. Na 1650 kreeg de Republiek bovendien concurrentie van de opkomende Engelse industrie.

Alleen de traditionele baksteenindustrie en kalkbranderijen floreerde. Hier werd geproduceerd voor lokale markten en er was nauwelijks sprake van im- en export. De productie van bakstenen en kalk was mogelijk dankzij de aanwezigheid van grondstoffen (klei, schelpen en turf) en vaarverbindingen voor de aan- en afvoer. De ambachtslieden en neringdoenden opereerden in stad en Ommelanden op kleine schaal. Ze produceerden voor de lokale markt en organiseerden zich in gildeverband. Op cultureel gebied bereikte de stad een hoogtepunt met de oprichting van de universiteit, de Groninger Hogeschool, in 1614. De academie was bedoeld om predikanten en bestuurders op te leiden. Daarnaast was het stichten van een universiteit een teken van provinciale zelfstandigheid. De eerste rector magnificus was Ubbo Emmius. Tot 1690 kende de Hogeschool een periode van bloei. Dankzij de economische voorspoed was de stad in 1615 dusdanig uit haar voegen gegroeid dat het tijd werd voor uitbreiding. Het grondgebied werd bijna verdubbeld. Dit bleek achteraf te ruim geschat. De nieuwe gebieden werden pas in de negentiende eeuw volgebouwd. De meeste nieuwe ruimte werd in het noorden en oosten bij te stad getrokken. Hier werd een rechtlijnig stratenpatroon aangelegd met imponerende bebouwing en de ruime Ossenmarkt. Ook kwam er een nieuw verdedigingsstelsel om de stad.

Tot ongeveer 1663 stegen de prijzen en groeide de bevolking. Daarna maakten prijsdalingen, oorlogen met Engeland, handelsbeperkingen van Frankrijk en Engeland en het rampjaar 1672 een einde aan de voorspoed. De recessie zette in. In 1672 probeerden Engeland, Frankrijk, Münster en Keulen de Republiek te veroveren. De twee Duitse steden richtten zich op het noorden. De bisschop van Münster, Christoph Bernard van Galen, bombardeerde de stad Groningen, maar deze gaf zich niet gewonnen. Uiteindelijk blies ‘Bommen Berend’ de aftocht, een gebeurtenis die Groningen nog altijd herdenkt op 28 augustus.

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.