Door de Europese Unie zijn de grenscontroles verdwenen. Een bord met ‘willkommen’ en bij het terugrijden ‘aufwiedersehen’ is alles wat aan een grensovergang herinnert. Je kunt gewoon doorrijden zonder angstige momenten van controle over goederen of levensmiddelen die je hebt gekocht en mee terug neemt. Altijd als ik de grens overga moet ik terugdenken aan de tijd toen ik ongeveer 9 jaar oud was.
Ik ga terug naar mijn jeugd in het jaar 1954 toen de situatie heel anders was. Er werd stevig gecontroleerd op paspoort en goederen. Af en toe gingen mijn broer en ik met mijn moeder op de fiets naar Duitsland om een bezoek te brengen aan mijn Duitse oma. Eigenlijk was ze niet mijn echte oma. Mijn moeder, een gescheiden vrouw, kreeg kennis aan een man die uit het dorpje Rhede aan de Duitse grens kwam. Zijn vader was Nederlander en moeder Duitse. Mijn broer en ik verheugden ons altijd op dit bezoek aan het platteland. We gingen er in 1954 een paar daagjes logeren.
Vanaf Winschoten, waar wij woonden, was het meer dan 20 kilometer fietsen, een auto was er nog niet. Alles ging op de fiets, zo ook de logeerpartij bij de Duitse oma. ‘s Morgens vroeg opstaan, brood en ranja mee, maar ook regenkleding voor het geval het zou gaan regenen.
We reden door de polder, het vlakke land met in de zomer prachtige uitgestrekte gele koolzaadvelden, en met bonen- en aardappelland. Af en toe een huisje of boerderij. Voor ons kinderen was het een heel eind fietsen met onze korte beentjes. Onderweg zongen we liedjes het was best leuk deze lange reis. Zo nu en dan gingen we even rusten, wat eten en drinken langs de kant van de weg en bloemetjes plukken voor oma.
Ik vond het altijd erg spannend om naar Duitsland te gaan ik leerde ook Duits en dat was best moeilijk. Veel mensen die in de grensstreek wonen, spreken een Gronings dialect en dat is bijna het platduits wat men ook in Rhede sprak. Voor ons was het erg moeilijk om het te verstaan want wij spraken thuis Nederlands en geen Groningers.
Kort voordat we bij de grensovergang aankwamen waarschuwde mijn moeder ons dat we niets mochten zeggen over de boodschappen in de fietstassen! “Ik ga met de douane praten en jullie blijven gewoon voor de slagboom staan totdat ik er weer aankom en doe maar of je de mannen niet verstaat als ze je iets vragen”, zei ze. Een beetje Duits kenden we al wel maar ik vond het wel heel erg eng dat mijn moeder dit zei.
We kwamen bij de grensovergang aan en de norse douanebeambten vroegen “Haben sie auch etwas an zu geben?” “Waar gaan jullie heen in Duitsland?” Mijn moeder zei nee en legde uit waar we heen gingen. Toen moest het paspoort worden gecontroleerd binnen in het grenshuisje. Wat was ik bang, het zweet brak me uit en in gedachten zat ik al in de Duitse gevangenis. De douanemannen met hun groene pakken en norse gezichten waren niet vriendelijk. Mijn moeder was binnen in het grenshuisje en misschien mochten we helemaal niet naar Duitsland. Wat als ze de boodschappen zouden vinden? Zouden we dan naar de gevangenis moeten? Allerlei gedachten kwamen op.
Mijn broer die maar een jaar ouder is dan ik, deed alsof er niets aan de hand was terwijl ik doodsbang was. Stel dat we het hele eind weer terug zouden moeten fietsen! Het brood en de ranja waren op en de lucht werd ook steeds donkerder, misschien kwam er wel regen en onweer. Ik vroeg aan mijn broer “waar blijft mammie nu? Wat duurt het lang.”
“Stil zijn, straks horen die douanemannen jou ook nog en worden ze kwaad op ons en stoppen ze ons in de gevangenis.” Toen werd ik echt heel bang en durfde niet meer naar die mannen te kijken. Ja, hoor daar kwam mijn moeder weer aan zei “kom we gaan naar oma.” Wat was ik blij dat we daar weg konden gaan.
We fietsten weer verder. Van de omgeving nam ik weinig op, ik was nog erg bezig over wat we bij de grens hadden meegemaakt en mijn moeder had gelogen! We hadden nog wel een lange weg te gaan met aan weerskanten boerderijen en huizen die er anders uitzagen dan bij ons, de ramen waren ook veel kleiner en alles zat dicht met gordijnen ik was dus echt in een ander land.
Eindelijk kwamen we bij Duitse oma aan. Wat was ik moe van het fietsen en wat had ik een dorst. We moesten onze fietsen in de schuur zetten en Duitse oma was heel erg blij met de levensmiddelen. We kregen een kop Duitse thee met diverse koeken wat de gewoonte is in Duitsland, een lekkernij die wij alleen maar met verjaardagen kregen.
Oma was een gezette vriendelijke vrouw en je mocht er veel en was altijd vriendelijk en opgewekt, een topoma!
In de keuken van oma hingen de droge worsten en spek aan het plafond om te drogen.
In die tijd werden de varkens bij huis geslacht en kwam het vlees in weckflessen en aan de zolder. Voor ons als kinderen was het een heel andere wereld. Wij hadden geen varkens of een boerderij we woonden in de stad. Van de slacht kregen wij ook altijd wat mee naar huis. Voor ons als kinderen een feest, want vlees kregen we alleen op zondag.
Als we wakker werden kregen we van oma een bord pap en dan mochten we buiten spelen. In de loop van de tijd hadden we ook vriendjes in het dorp gekregen en daar gingen we naar toe. Deze keer waren ze nog op school en wij hadden al vakantie. Ik mocht mee naar school om te kijken hoe het daar was en dan mocht ik ook Duits leren in de klas. De juf vroeg dan aan mij hoe dit in het Nederlands werd geschreven en gezegd. Als ik dan zelf weer thuis naar school moest kon ik verschillende woorden in het Duits spreken.
