Professor Fokker is een van de wetenschappers die een plaatsje heeft gekregen in de tentoonstelling ‘Verdraaid! Leuk onderzoek’ in het Universiteitsmuseum. Zijn bevlogenheid leverde - net als in de andere gepresenteerde voorbeelden - geen baanbrekend resultaat op maar wel een inzicht in zijn wereld. Aan de hoogleraar hygiëne herinneren in de stad in elk geval een huis, een laboratorium en een straat.
Abraham Pieter Fokker wordt in 1840 in Middelburg geboren. Na een medicijnenstudie in Leiden en een huisartspraktijk in Goes komt hij in 1877 naar Groningen. Zijn benoeming tot hoogleraar heeft Fokker te danken aan een dankzij de Wet op het Hoger Onderwijs ingestelde leerstoel Hygiëne.
Met zijn in Nederlans-Indië geboren echtgenote Petronella Carolina van der Vinne en hun kinderen vestigt Fokker zich in een nieuw gebouwd huis aan de Rabenhauptstraat. Ook later zal hij bij verhuizing steeds de eerste bewoner zijn. Eén keer verkast hij naar een huis dat hij zelf heeft laten bouwen. Dat is in 1888, naar Reitdiepskade 4.
Het ontwerp voor het grote herenhuis komt van de Groninger architect Klaas Hoekzema. Het wordt gebouwd op een stuk voormalige vestinggrond en de inrichting is helemaal naar de zin van Fokker. Zo krijgt hij op de tweede verdieping aan de voorkant van het huis een grote studeerkamer en een spreekkamer. ‘Wegens de langdurige winter’ duurt de bouw iets langer dan gepland, maar in mei 1888 kunnen de Fokkers hun intrek nemen.
Op de universiteit heeft hij dan al een aantal jaren een naar zijn wensen ingerichte werkplek. De eerste jaren is het nog wat behelpen in een medisch laboratorium, maar in 1884 is het door rijksbouwmeester Jacobus van Lokhorst ontworpen ‘Laboratorium voor Hygiëne’ klaar. Heel toepasselijk met de Griekse godin van de gezondheid Hygieia boven de ingang.
In de grote zaal op de begane grond geeft Fokker zijn colleges, die hij vol stopt met humor. De professor is geliefd bij zijn studenten, wellicht vooral vanwege zijn vergevingsgezindheid en soepele opstelling. Tegenover vakbroeders neemt Fokker vaak een andere houding aan, met name als hij er een andere mening op na houdt. Ook in maatschappelijke kwesties roert de hoogleraar zich. Zo trekt hij in 1879 in het geschrift ‘De prostitutie-kwestie’ fel van leer tegen degenen die om welke reden dan ook het sanitair toezicht in de bordelen tegenhouden.
Hoewel Fokkers leerstoel het ‘onderwijs in de kennis der geneesmiddelen en de geneesmiddelleer, de gezondheidsleer, de geneeskundige politie en de gerechtelijke geneeskunde’ omvat, houdt hij zich vooral bezig met de bacteriologie. In tegenstelling tot de meeste anderen is Fokker van mening dat niet bacteriën maar water- en bodemverontreiniging de hoofdveroorzakers van ziektes zijn. Vergeefs probeert hij zijn leven lang z’n gelijk aan te tonen.
Ondertussen zit het hem privé ook niet mee. Twee dochters overlijden in de jaren negentig en zijn relatie is verre van optimaal. Een verhuizing in 1898 naar het nieuw gebouwde Praediniussingel 43 brengt hier weinig verandering in. Zijn echtgenote verhuist in 1903 naar Loosduinen, waarna Fokker zelf kleiner gaat wonen. De in 1904 opgeleverde benedenwoning Melkweg 6 wordt zijn laatste Groningse adres.
Fokker heeft hartklachten en is ziek als op 30 augustus 1906 het Academiegebouw in brand vliegt. Ondanks zijn zwakke gezondheid spoedt hij zich naar z’n laboratorium om reddend op te treden. Dat blijkt niet nodig, maar het is waarschijnlijk voor hem wel de genadeklap want in de nacht van 8 op 9 oktober 1906 overlijdt hij. Het gemeentebestuur eert Fokker in 1921 door een straat naar hem te noemen.
