De Middelbare Beroepsopleiding Civiele Diensten was mijn keuze geworden, nadat ik de MAVO met goed gevolg had afgesloten. Ik was 16 jaar en afkomstig uit een klein dorp. De opleiding waarvoor ik had gekozen was in Groningen. De grote stad. Ik was te jong om op kamers te gaan. Gelukkig was er een internaat aan de Huishoudschool verbonden.
Het internaat was boven de school, in het gebouw aan de Kraneweg. Grote zware deuren gaven toegang tot de hal van het gebouw. Twee brede stenen trappen leidden naar de eerste etage waar de keuken, de eetkamer en de huiskamer waren gelegen. Daarboven waren de kamers voor de bewoonsters met op de gang douches en één ligbad. Ook de kamer van het hoofd van het internaat die intern was, was hier gelegen. Na nog één trap waren er meer kamers. Het hoofd van het internaat was tevens hoofd Huishouding. Zij was niet erg jong meer, ik schat plusminus 60-65 jaar, en ze was verantwoordelijk voor het reilen en zeilen binnen het internaat. Ze was alles wat ze moest zijn. Streng, maar ook begrijpend en aardig. Altijd keurig "gekapt", bleek en knalrode lippen. Verder was er de assistente hoofd Huishouding. Zij zorgde voor de inkoop van het eten, voor het bereiden van de maaltijden en hielp "het hoofd" als wij te lastig werden.
In de eetkamer stonden drie grote lange tafels waar aan de 16 meiden, het hoofd en de assistente konden zitten. Grenzend aan de eetkamer was een smalle lange keuken verbonden met elkaar door middel van een doorgeefluik. We aten altijd in stijl; compleet met servetten, servetringen, messenleggers en koperen vingerkommetjes (voor na het fruit eten). Deze kommetjes bleken zoveel waarde te hebben dat ze zijn gestolen. 's Morgens om 7.30 uur moesten we ontbijten, 's middags warm eten, waarbij we soms de heerlijkste toetjes kregen, die bereid waren in een kookles en 's avonds was er een broodmaaltijd met fruit en... de vingerkommetjes plus fruitmesjes.
In de hoek van de eetkamer stond de telefoon met tikkenteller. Het staat mij bij dat we voor elke tik een kwartje moesten betalen. Bellen mocht alleen 's avonds en niet te lang. Veel privacy had je er niet, want grenzend aan de eetkamer was er de woonkamer in jaren zeventig stijl. Hier stond de enige televisie die het internaat rijk was (de televisie van het hoofd van het internaat niet meegerekend, zij was ook in het bezit van de tweede telefoon in het internaat). Het ligbad op de eerste verdieping was een hele grote. Eén keer in de week mochten we in bad en omdat het bad zo groot was, zetten we vaak de kraan aan en gingen dan ondertussen iets ander doen. Dat ging vaak mis. De gang stond blank en 'het hoofd" was in alle staten.
Natuurlijk waren er regels waar we ons aan moesten houden. Zo mochten we één keer in de week uit op donderdagavond tot 22.00 uur. Eén keer in de maand was er de soos met de landbouwschool tot 1.30 uur. Dit was in de historie zo gegroeid. De meiden op het internaat kwamen veelal van het Hoge Land en waren boeren dochters. Door het contact met de landbouwschool en het internaat kwamen soms relaties tot stand die zijn vruchten afwierpen. 's Avonds om 22.30 uur moest het stil zijn. Het hoofd van het internaat hield hierop controle. Niet naleven van deze regels had huisarrest tot gevolg. Verder moesten we op tijd zijn voor de maaltijden, correct gekleed (niet in pyjama) even stil zijn en goed eten. Corvee hadden we ook, het gekke is alleen dat ik me hier niets van kan herinneren. Misschien heb ik dat uit frustratie ver weg gestopt.
De regels voor het stil zijn 's avonds waren een grote uitdaging. Alle kamers waren voorzien van een balkondeur dat uitkwam op een balkon dat zich over de hele lengte van het internaat uitstrekte. Aan de gevel van het gebouw waren brandtrappen aanwezig. Na 22.30 uur gingen we vaak via deze brandtrappen bij elkaar op bezoek. Soms zaten we met zijn allen op één kamer van drie bij vier meter. We moesten heel voorzichtig zijn want buiten liep de “nachtwacht". Ik heb het alleen van horen zeggen, ik heb hem nooit gezien. Voor ons bestond hij echt en waarschijnlijk werd dit in stand gehouden door "het hoofd". Achter de Kraneweg was een studentenstraat de Josef Israelstraat, waarvan sommige studenten behoorlijk geïnteresseerd waren in het internaat. Dit hebben we ondervonden toen er een kraak gezet is op de kamer van "het hoofd".
Met haar knalrode lippenstift hadden ze allerlei Latijnse teksten op haar spiegel geschreven. De politie werd gewaarschuwd. Wij lagen van de prins geen kwaad wetend in bed te slapen. Tot er lawaai was op de gang. Het beeld wat ik zag toen ik mijn deur opende ben ik nooit vergeten. Twee politiemannen, meiden in pyjama's, nachtponnen en babydolls en een hoofd van het internaat, helemaal overstuur. Volgens mij was er niets gestolen. Hoewel haar kamer, de grootste van het internaat, kostbare stukken bevatte. Zij kwam uit een vooraanstaande boerenfamilie en de kamer was goed gevuld met erfstukken.
Onze kamers waren sober. Een bed, een bureau een wastafel, we mochten het zelf gezellig maken, een radio met op maandagavond zwijmelen bij Candle Light. Maar zachtjes, volgens de regels. Een heerlijke tijd. Later, toen ik op kamers zat en alles deed en kon doen wat ik wilde, besefte ik wat een mooie tijd het was geweest. Met zijn allen en met alle regels die we probeerden ongezien en ongehoord te overtreden. Jammer dat dat alles weg is. Er staat nu nieuwbouw.
