We schrijven woensdag 3 mei 1972, de dag voor Hemelvaartsdag. Een stralende middag en mede daardoor voldoende reden om met twee voetbalcollega's, Gerard Heijne en Harry Specken, af te reizen naar Meppen waar 's avonds de vriendschappelijke wedstrijd SV Meppen - Borussia Mönchengladbach zal worden gespeeld.
SV Meppen, met de beide Nederlanders Harry de Vlugt (later Rot Weiß Essen) en Eddy van 't Oost (later Fortuna '54) in de gelederen, verliest voor 10.000 toeschouwers met 5-1. Om niet meer te achterhalen redenen vertrekken we, zeer tegen onze gewoonte in, vrij snel na afloop richting grens.
Echter, ter hoogte van Schloß Dankern komt bij het invallen van de duisternis een voor ons rijdende Mercedes op de overigens verlaten landweg in aanraking met een overstekende ree. De chauffeur heeft daar kennelijk niets van gemerkt en vervolgt zijn weg, doch de ree stort ter aarde. Wij stoppen, stappen uit en zonder enige kennis van de medische wetenschap stellen wij wél unaniem de dood van het edele dier vast. Voor het overige is de ree buitengewoon gaaf gebleven.
Wetende dat reerug, mits goed bereid, behoort tot de ware delicatessen wordt spontaan besloten het dier via de kofferbak mee te nemen. De vraag rijst hoe de ree over de grens te krijgen.
Goede raad is duur en besloten wordt ons te laten adviseren door de toenmalige uitbater van het specialiteitenrestaurant ‘Casper Gerd’ in Altenberge, Hermann Berends. Zelf bij leven tevens hartstochtelijk jager en we moeten toch langs zijn établissement.
Hermann maakt ons per omgaande duidelijk dat het vervoer van een ree alléén al strafbaar is in Duitsland, en niet zo weinig ook. Terwijl wij ons moed gaan indrinken en een vervolgstrategie proberen te ontwikkelen, laat Hermann zich informeren omtrent de dienstdoende douaniers.
Niet de beroerdste, zo blijkt, want zij behoren tot zijn stamgasten. Daar zal het dus niet aan liggen.
Als expert wijst Hermann er nog op dat het dier de nacht op een koele plaats moet door brengen en meteen de volgende dag moet worden geslacht. Onder het motto: "wie dan leeft, wie dan zorgt!" is onze eerste zorg op dat moment de buit over de grens te krijgen.
Terwijl ons het water al om de mond loopt bij het vooruitzicht van zo'n heerlijk gerecht, realiseer ik mij dat ik een inmiddels afgedankte donkerblauwe regenjas in de auto heb, ooit voor veel geld gekocht in het toenmalige House of England in de Groninger Herestraat.
Wij schatten de doorlaatkansen van de ree het hoogst in, wanneer wij het dier simpelweg als vierde passagier op de achterbank plaatsen en de regenjas daarbij om de rug en schouders gaan draperen. Mochten er bij de grenspassage vragen gesteld worden, zullen we antwoorden dat dit een door alcohol en slaap overmande voetbalvriend is.
Zo gezegd, zo gedaan. Iemand uit het gezelschap komt nog op het geniale idee tussen één van de voorpoten van het dier een soort kaart te bevestigen, dat dan quasi als paspoort zal dienen. Een zwart stuk karton wordt ter plekke op paspoortformaat geknipt. Op hoop van zegen wordt de autotocht voortgezet en groot is de opluchting wanneer we zien dat de douaniers ons van ver al breed zwaaiend en gastvrij onbelemmerde toegang tot ons eigen vaderland verlenen.
In die dagen woonde ik nog in het ouderlijk huis en ik bood aan de ree de nacht door te laten brengen in de badkamer; koelere plaats was niet denkbaar. Mijn reisgenoten waren het daar roerend mee eens. Zélf val ik bij het zien van mensen- of dierenbloed ter plekke in onmacht en voorzover ik mij kan herinneren heeft broer Herman zich daarom belast met het prepareren van de ree om 's avonds als hoofdgerecht te dienen op het te houden feestmaal.
Mijn rol voor de rest van die dag bestond uit het verzamelen van voldoende meubilair en garnituur en het, naast de beide échte medepassagiers, optrommelen van nog een aantal gezellige en sportieve tafelgenoten. Ook de tafelschikking kwam tot mijn takenpakket te behoren.
Mijn toenmalige verloofde en haar familie hadden ruime horeca-ervaring en zij beschikte tevens over uitgebreide gastronomische en culinaire vaardigheden. Met assistentie van vele anderen werden de nodige ingrediënten toegevoegd. Slijterij Frans Muthert zorgde voor de bijpassende wijnen en na het dessert was een ieder het er over eens: nooit viel de reerug zó in de smaak als op deze onvergetelijke Hemelvaartsdag.
Nog steeds word ik bij het bezoeken van het sportcomplex van de vv Musselkanaal door disgenoten van toen herinnerd aan dit wel heel bijzondere avontuur.
