Mijn moeder wilde met haar twee zusters bij ons op bezoek komen. Zij hadden echter geen van drieën een rijbewijs, dus moest ik ze ophalen van Holtland achter Leer in Duitsland. Ik wist dat de douane bij de grens vaak alleen gezichtscontrole uitvoerde.
Toen ik van Nederland naar Duitsland reed om ze op te halen, zag een politieagent met zijn motor aan de Duitse zijde van de grens staan. Ik hoopte dat hij er ook nog zou staan, wanneer ik met mijn moeder en mijn twee tantes terug zou komen.Voor we van Duitsland naar Nederland vertrokken, had ik gevraagd of ze allemaal hun papieren bij zich hadden, omdat ik verwachtte aangehouden te worden.
Vlak voor we bij de Nederlandse grens waren, zei ik tegen de dames dat ze hun hoofddoek op moesten doen en naar de andere kant moesten kijken. Hetgeen ze deden. De politieagent stond er gelukkig nog.
Toen wij hem passeerden, keek hij en kwam meteen achter ons aan. Hij dacht vast en zeker dat er illegale buitenlanders in de auto zaten. Hij begeleidde ons over de grens naar een parkeerplaats waar zijn collega’s van de douane ons stonden op te wachten. Volgens mij vertelde hij hun dat er drie vrouwen met een hoofddoek op achterin de auto zaten. Voordat wij de parkeerplaats op reden, zei ik tegen de dames dat ze hun hoofddoek weer in hun tas moesten doen.
De twee douaniers kwamen op ons af en keken in de auto. Daarna keken ze elkaar aan en ik kon zien dat ze dachten: ”Hier klopt iets niet.” Ze zeiden toen op bitse toon: “Paspoorten alstublieft”.
