Het Zuidelijk Westerkwartier
[800-1594, 1594-1795, 1795-1914, 1914-1940 , 1940-1945, 1945-1980, 1980-nu]Het Zuidelijk Westerkwartier van de provincie Groningen, waartoe naast de gemeente Leek ook de gemeenten Marum en Grootegast behoren, is van oorsprong een veengebied. Het veen ontstond 5 á 6000 jaar geleden op de laagste zandgronden. In het gebied liggen twee zandruggen, Langewold en Vredewold, die vanuit Friesland in de richting van de stad Groningen lopen. Tussen deze ruggen bevond zich - onder invloed van de zeearmen van de Noordzee - een rnoerasgebied, waardoor vroeger goede verbindingen vanuit dit gebied met de stad Groningen erg moeilijk waren.
Het Zuidelijk Westerkwartier is nog steeds het minst Gronings van de Groningse gewesten. De Friese invloed is duidelijk merkbaar in het Westerkwartierse dialect.
Het gebied moet vóór het jaar 1000 reeds bewoond zijn geweest. Friese en Drentse kolonisten vestigden zich op de zandrug Vredewold. De woeste grond werd ontgonnen voor en achter de boerderij. Door gebruik te maken van bomen als perceelscheiding, ontstond in dit gebied de zo kenmerkende opstrekkende percelering in een coulisselandschap. De eerste bewoningsas werd gevormd door het Holmer- en Malijkse pad. In de 16e eeuw werd de (zand)weg tussen Marum - Nuis - Niebert - Tolbert in gebruik genomen, de huidige provinciale weg die nu doorloopt via Midwolde, Lettelbert en Oostwold.
Als er door deze bewoners veen afgegraven werd, gebeurde dat enkel en alleen voor eigen gebruik. De komst van de Groninger edelman Wigbold van Ewsum uit het Groningse Middelstum bracht daarin verandering. Hij vestigde zich in 1508 te Marum en rond 1521 in Tolbert, om in 1525 in Midwolde zijn Nieuwe oord, "Nienoord" te bouwen, van waaruit de verveningen grootschaliger werden aangepakt. In het Zuidelijk Westerkwartier was namelijk sprake van een Hoogveenmoeras, de zgn. Nienoorter en Smilder Venen. Voor een commerciële turfwinning was de grondstof, het veen aanwezig. Ook waren er afzetgebieden, o.a. de stad Groningen, bierbrouwerijen, steen- bakkerijen, enz. Wat nog nodig was, was een infrastructuur in de vorm van het Leekster Hoofddiep, de eerste veenkoloniale vaart in de provincie Groningen.
Het laten graven van dit kanaal met de vele sluizen en bruggen, heeft de familie Van Ewsum heel veel geld gekost. Aanvankelijk waren de opbrengsten laag en ook door de Schansenoorlog rondom de stad Groningen (1580-1594) ging Nienoord failliet. Pas in de 17e eeuw werd er winst gemaakt. De latere bewoners van Nienoord (door aanhuwelijking), het Oostfriesche geslacht Von lnn und Kniphausen, leefden rijk en zouden tot het einde van de 18e eeuw in het gebied oppermachtig blijven.
