Mijn geboortehuis stond in de Graaf Adolflaan 4 in Winschoten. Helaas staat het er niet meer, een modernere woning is er voor in de plaats gekomen. In de loop der jaren is er nogal wat veranderd in en rondom het huis. Aan de overkant staan nog dezelfde, veel groter geworden kastanjebomen. Echter, achter de bomen was vroeger een gracht, waarop in de winter meestal geschaatst kon worden. Jaren geleden is het gedempt waardoor je je nu nauwelijks kunt voorstellen, dat je daar stekelbaarsjes of salamanders kon vangen in de zomer! Aan de overkant van de gracht was een proeftuin aangelegd met vele soorten vruchtbomen en bessenstruiken. Voor ons was het een paradijs, waar we beslist niet mochten komen, maar daar trokken we ons meestal niets van aan. Jaren geleden heb ik gemerkt dat de proeftuin was verdwenen, daarvoor in de plaats was een huishoudschool gebouwd. Maar ook deze school is er inmiddels niet meer! Nu staat er een seniorenflat.
In 1947 ging ik voor het eerst naar de grote school aan de Dwingeloweg (de Dwingelowegschool), vlakbij ons in de buurt. De juffrouw konden wij niet verstaan want iedereen vanaf twee jaar sprak Gronings. Het duurde niet lang of wij waren de Nederlandse taal ook machtig. Lang geleden is de school afgebroken. Wat er nog staat is de woning van het schoolhoofd. Helemaal links daarvan staat nog de prachtige beukenboom op de plaats waarachter de eerste klas was. Als ik de geur van een beuk ruik, denk ik nog altijd aan die boom!
Tegenover de plaats waar vroeger de school stond, staat nog steeds de kerk van de ‘Vrije Christelijke Gemeente Rehoboth’. Daar ging ik altijd naar de zondagschool, waar iedere week een ‘versje’ geleerd moest worden, dat je de week daarop uit het hoofd moest opzeggen. Vorig jaar ben ik er weer eens naar binnen geweest. De kerk bleek al jaren een fietsenzaak te zijn! Van de eigenaar mocht ik even naar binnen komen om een kijkje te nemen. Daar heb getracht mij te herinneren hoe wij er ieder jaar kerstfeest vierden in een volle kerkzaal. Na het kerstfeest kregen de kinderen die hun ‘versjes’ goed hadden geleerd een boek cadeau! Ik bezit nog steeds het boekje: ‘Peerke en z’n kameraden’, geschreven door W.G. van de Hulst.
Naast veranderingen rondom het huis veranderde er ook veel in het huis. Zo werden we in 1950 op het elektriciteitsnet aangesloten. Toch hadden we voordien op twee plaatsen voldoende verlichting door middel van grote bolvormige gaslampen, die moeder iedere avond met een lucifer aanstak! In de gang was het ‘stikdonker’, zodat je altijd op de tast moest lopen. Aan het eind van de gang zag je het kleine lichtje van het olielampje in de keuken, dat net genoeg licht voortbracht om de keuken zonder ongelukken te bereiken. In de keuken werd het lampje hoger gedraaid om op die manier beter te kunnen zien. Ik herinner mij nog als de dag van gisteren dat elektriciens bij ons thuis metalen elektriciteitsbuizen en zwarte draaischakelaars kwamen monteren. Deze schakelaars gaven een hard geluid als de knop omgedraaid werd. Nu hadden we zelfs in de gang, de keuken en de wc verlichting! Wat een weelde! Wat was ik verbaasd dat ik nu alleen maar een knopje hoefde om te draaien!
In de keuken was een oud granieten aanrecht zonder kraan boven het aanrecht. Door overdreven zuinigheid was de kraan niet boven de gootsteen geplaatst maar een eindje daarvandaan, bij de deur van de kelder met een altijd druppelende kraan eronder. Een paar meter extra waterleidingbuis zou wel handiger geweest voor mijn moeder! Het vuile afvoerwater werd afgevoerd via een open gootje achter het huis naar een sloot in de tuin. In de keuken was ook een kachel, die met alles wat maar branden wilde, gestookt kon worden. Deze kachel had aan de bovenkant een aantal losse ringen om de ketels passend te maken, zodat de bodem van de ketel zich dichter bij het vuur bevond.
Op de zolder was maar één slaapkamer, die via een ladder bereikt kon worden. In de voorkamer was een bedstee waar mijn twee zusjes en ik zijn geboren, met de hulp van een vroedvrouw. In augustus 1946 zei mijn moeder dat ik een schoteltje met suiker achter het huis moest neerzetten, omdat verwacht werd dat de ooievaar binnenkort langs zou komen om mij een broertje of zuster te komen brengen. En dat had succes!
