Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen Houden van Groningen
Gecontroleerd door redactie

Houden van Groningen

[1945-1980, 1980-nu]
Afbeelding bij dit verhaal

‘Op bed’ en ‘van bed af’, gaat de Groninger en ik ging (en ga nog steeds) ‘naar bed’ en ‘eruit’. Dat viel me op in 1972 toen ik in de Groningse boerderij te Zevenhuizen kwam wonen na een jeugd in de Amsterdamse binnenstad en ruim tien jaren Den Haag. Nu woon ik al ruim 35 jaar met zeer veel genoegen in Groningen (1972-1973 Zevenhuizen, 1973-1974 Leermens en vervolgens in de stad en deels in Westerwijtwerd) en nog steeds vallen die voorzetsels op. Van ‘stop het erbij in’ zou ik ‘stop het erbij’ maken en in plaats van om het huis toe te lopen, loop ik om het huis. Waarom zouden ze toch meer voorzetsels nodig hebben? Het is één van de vragen waar geen antwoord op hoeft te komen. Het is ook één van de redenen waarom ik van Groningen hou.

Een andere reden waarom ik van Groningen hou, is het wandelen door het Hoge Land in weer en (vooral) wind. Zo’n wad- en wierdenpad bijvoorbeeld; altijd met een adembenemende en geestverruimende horizon. En altijd is er wel een oud kerkje te zien van een naburig dorp en nooit een irritant stoplicht. Van mijn Haagse huis naar het Scheveningse strand kom je zeker twintig stoplichten tegen. In het Hoge Land ook vrijwel nooit een lelijk industrieterrein of een afgrijselijk reclamebord, of een, nòg afgrijselijker, geluidswal. Nòg niet. Gelukkig.

Wat hield ik van die zomerse ochtendwandelingen naar de bus over het zandpad langs de boerderij van de buren als de koeien net gemolken waren. Iets minder leuk was het in de winter in het donker: mijn hart schoot in mijn keel als er een eend uit de sloot opvloog of een paard totaal onverwacht wegdraafde. Donker was het pad dan, nergens een lantaarnpaal, alleen de lichtjes van de verre boerderijen. Héél anders dan ’s avonds fietsen langs de felverlichte en drukke Amstel of langs de trambaan bij het Haagse Buitenhof. ‘Wat ben je vroeg’, zei de kruidenier in Eenum als ik in plaats van zes uur om vier uur een pak zelfrijzend bakmeel kocht. En ‘ga je bakken?’ vragen ze in de grote stad ook niet, misschien vroeger in de Jordaan, maar nu in de overvolle zelfbedieningswinkels bedenken de vele verschillende deeltijders zo’n vraag niet.

Ook zal de stokoude buurman in de stad niet iedere dag voor het raam zitten wachten en naar me zwaaien zoals wanneer ik ’s morgens vroeg naar mijn werk fiets. In de stad leeft men toch wat meer ‘langs elkaar heen’, wellicht uit zelfbehoud. Zou ik in de stad bij de buren mogen douchen als mijn douche wordt verbouwd zoals in Leermens? Zou de buurvrouw me laten zien hoe ze poffert maakt op de houtkachel zoals in Zevenhuizen? En zou ze me haar boerentuin met uien, boerenkool, peterselie, kropsla, prei en zelfs knoflook (schijnbaar terloops) laten zien? Die buurvrouw die vrijwel nooit het erf afkwam en toch heel tevreden was. Die versteld stond van de ansicht die ik haar in 1973 zond uit Praag. En kan ik met een klein pannetje met twee gehaktballen over een smal tegelpad langs de sloot richting huis lopen zoals dat gebeurde na een bezoekje aan de huiskamerkroeg van Westerwijtwerd? Daar waar ik alle moeite deed om het pure Gronings van de stamtafelmannen te verstaan, tevergeefs helaas.

Ook dat onbeschrijflijk gelukkige gevoel bij het fietsen met prei en andere boodschappen in de fietstas door weer en wind van Middelstum naar Westerwijtwerd hoort daarbij. En nòg zo’n mooie herinnering: voor het huis de schaatsen aanbinden en na een tochtje door de snijdende kou thuiskomen met een verse krant en warm brood… Houden van Groningen is niet moeilijk!

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.

Verwante items