Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen Ilses grens
Gecontroleerd door redactie

Ilses grens

[1940-1945]
Afbeelding bij dit verhaal

De volgende ochtend vroeg werd Jacob wakker. De plaats naast hem op de strozakken was nog warm, maar Ilse was al op. Hij kleedde zich snel aan en liep in de vrieskou naar het erf.

“Unmöglich”, fluisterde ze. Maar dan kende ze neef Jacob niet. “Morgen früh fahren wir, wir beiden”, antwoordde hij en op een toon die weinig tegenspraak duldde. De volgende ochtend voor zonsopgang vertrokken Ilse en Jacob richting Dörpen, vlakbij de Nederlandse grens. Daar kende Jacob een boer die te vertrouwen was en waar hij al vaker onderdak voor een nacht had gevonden.

De dag daarna zouden ze bij Bellingwolde de grens passeren. En daarna, daarna zou hij wel zien. Het belangrijkste was dat Ilse veilig zou zijn. Dat ze hier weg zou zijn. Weg van alle gevaren, van bommen die verkeerd af werden geworpen, van represailles van de kampbewaarders omdat ze niet meer kwam werken, of represailles van de Russen of Amerikanen die in aantocht waren. Ilse moest over de grens en niets was onmogelijk voor Jacob.

Neef Jacob vertelde mij zijn verhaal veertien dagen voor zijn overlijden. Sinds hij wist dat zijn dagen geteld waren belde hij iedere week met mij, zijn dertig jaar jongere neef. Jacob zat vol verhalen. Het was een buitenbeentje in de verder wat gezapige familie. Net voor de oorlog was hij getrouwd, meteen daarna was een dochter geboren. Het weerhield Jacob er niet van ongeorganiseerd verzet te plegen.

Hij verstopte wapens van Nederlandse militairen, deed wat koerierswerk en toen de grond te heet onder zijn voeten werd wist hij met valse papieren en een valse identiteit vrachtwagenchauffeur te worden op een Rode Kruis-truck. In deze hoedanigheid bezocht hij vanaf de zomer van 1944 een aantal kampen in Duitsland. Hij bracht er voedselpakketten, dekens en veldbedden. Wat hij daar zag en waar hij allemaal geweest is, daar wilde Jacob niets over kwijt. Die beelden, zei hij dan, die zitten doods in mijn herinnering. Als ik ze uitspreek komen ze tot leven. Ik vroeg hem er niet meer naar.

Wat hij uiteindelijk wel wilde vertellen was het verhaal over Ilse. Zij en haar moeder woonden dicht bij een van de kampen en Ilse was gedwongen daar te gaan werken. Haar vader werd vermist sinds de inval in Rusland, haar broer was ondergedoken om aan de dienst en de stuitende nazi-activiteiten te ontkomen. Daarom vertrouwde het gezag moeder en dochter niet en dat lieten ze op vele wijzen merken.

Jacob was toevallig met hen in contact gekomen toen hij in de buurt onderdak zocht nadat hij zijn spullen bij het kamp had afgeleverd. Hij was al snel zeer gesteld op de moeder van Ilse en werd vervolgens stapelverliefd op de dochter. Begin 1945 was het duidelijk dat de oorlog ten einde liep. In de lucht waren de geallieerden de baas, op de grond kwamen ze van alle kanten naderbij. De paniek werd voelbaar en Jacob begreep dat Ilse groot gevaar liep.

Hij besprak zijn plan met haar moeder en toen die huilend akkoord ging vertelde hij Ilse dat ze de volgende dag met hem mee ging naar Nederland. “Unmöglich”, fluisterde ze. Zijn vrouw, zijn dochter, haar moeder, de kans dat ze verraden werden. Jacob knikte, Het was allemaal waar. Toch zouden ze gaan en ze gingen.

Terwijl Ilse zich verstopt had in de laadruimte van de Rode Kruis-truck reed Jacob met veel moeite richting Dörpen. Veel wegen waren zodanig beschadigd dat hij een andere route moest kiezen, maar uiteindelijk kwamen ze die avond veilig bij de boer. Deze keek niet en vroeg niet, maar gaf hen beiden wat te eten en wees hen een slaapplaats achter in de schuur. Die nacht waren Jacob en Ilse voor het eerst een hele nacht samen. Ze spraken over de oorlog, over het einde daarvan, over een toekomst. Zij vol angst en onzekerheid, hij vastberaden.

De volgende ochtend vroeg werd Jacob wakker. De plaats naast hem op de strozakken was nog warm, maar Ilse was al op. Hij kleedde zich snel aan en liep in de vrieskou naar het erf. Daar stond de boer. Zwijgend en groot. Waar is Ilse? Vroeg Jacob. De boer haalde zijn schouders op en keek van hem weg. Op dat moment begreep Jacob het. Hij rende naar de kale akkers, schreeuwde haar naam, rende terug naar de boer en schudde hem machteloos van woede door elkaar. De boer liet hem begaan, zuchtte diep en ging aan het werk.

In de grote, koude keuken stond brood voor hem klaar. Alleen voor hem. Jacob nam het brood, startte de truck en reed zwijgend naar de grens. Daar stopte hij, keek een ogenblik achterom en trok bruusk op. Onmogelijk, had Ilse gezegd en dat meende ze.

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.