In 1637 was het Woord: de Statenbijbel van Hornhuizen (die 7,5 kg weegt) roept een complete wereld op
[800-1594, 1594-1795]Toen in 2004 de Nieuwe Bijbelvertaling verscheen, ging het in sommige besprekingen daarvan meer over de zogenaamde Statenvertaling dan over de nieuwe vertaling die nu door het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) werd gepresenteerd. Voortdurend werden vergelijkingen gemaakt tussen beide versies, door passages uit de twee verschillende teksten naast elkaar te leggen en te beoordelen op hun kwaliteiten. Vaak sprak de recensent daarbij voorkeur uit voor de oude vertaling, bijvoorbeeld vanwege het beeldende taalgebruik en omdat ze veel meer zeggingskracht zou hebben.
Het debat hierover werd niet alleen in theologische kring gevoerd, maar ook daarbuiten: kunstenaars, schrijvers, historici, iedereen wilde zich er mee bemoeien. Niet voor niets bracht het NBG haar nieuwe vertaling ook uit in een band met die van de Staten, in een paralleleditie. De niet echt ingewijde volger van de discussie vroeg zich daarbij wel ’s af wat dat nu eigenlijk precies was, die Statenvertaling.
Wat is een Statenvertaling?
De Statenvertaling is de eerste officiële vertaling van de bijbel in het Nederlands. Hiervoor werd in 1618 opdracht gegeven op de Synode van Dordrecht (een grote landelijke vergadering van de toen nog relatief nieuwe protestantse kerk). Voor die tijd gebruikte men diverse andere vertalingen, maar die lagen volgens velen te ver af van het Hebreeuws en het Grieks waarin de twee delen (het Oude en het Nieuwe Testament) van de bijbel waren geschreven. De overheid zou de vertaling financieren (kerk en staat waren in die tijd nog niet gescheiden) - deze Staten-Generaal ging daar pas in 1626 mee akkoord.
Koopmansmentaliteit
De late goedkeuring verklaren sommigen uit de typisch Nederlandse koopmansmentaliteit: eerst moesten nog de voorraden van oude vertalingen worden verkocht! Zes vertalers togen aan het werk en in 1637 verscheen de eerste Statenbijbel. In de loop der tijd verschenen nog een aantal nieuwe moderne vertalingen van de bijbel, die van 1951 is wellicht de bekendste. Geen van allen zijn echter zo toonaangevend geweest als de Statenbijbel. Hij staat op nummer 17 in de Canon van Nederland, het overzicht dat een chronologisch overzicht geeft van de vaderlandse geschiedenis.
Voor de strenge protestantse kerken is nog steeds alleen de Statenvertaling gezaghebbend (in 2002 herzien in moderner Nederlands).
Hierdoor en omdat de Statenbijbel eeuwen geleden ontstaan is vanuit de gereformeerde traditie, verwacht je ook een ‘strenge’ bijbel, een waarbij alles draait om het zuivere woord, die geen enkele verluchtiging biedt en zonder enige opsmuk is. Niets blijkt echter minder waar. Hoe verrassend om daadwerkelijk een 17e eeuwse Statenbijbel in handen te hebben en dan een bloemrijk, schilderachtig boek open te slaan!
Statenbijbel van Hornhuizen
Allereerst indrukwekkend aan de Statenbijbel uit de kerk van Hornhuizen (uit 1682) is het grote formaat: de in donkerbruin leer gebonden superdikke pil meet 45 x 30 cm en is 11,5 cm dik. Hij weegt ruim 7,5 kg. Gezet in een gotisch lettertype zijn de kapitalen (de letters waarmee een hoofdstuk begint) kunstig vormgegeven. Hij biedt veel meer dan alleen de boeken waaruit de bijbel is opgebouwd, maar neemt de lezer echt bij de hand, bijvoorbeeld door ieder deel vooraf te laten gaan door een verklarende inleiding en inhoudsbeschrijving. Notities in de kantlijn lichten de tekst toe en wijzen terug of vooruit naar overeenkomstige passages op andere pagina’s.
Gedetailleerde landkaarten, zoals van het Paradijs en van de landschappen “door den apostelen bevaren en doorwandelt”, roepen een complete wereld op, die verder wordt ingevuld door illustraties van bijvoorbeeld de ark van Noach of een wonderbaarlijke genezing door Christus. Tot slot zijn ook nog ‘s de zogenaamde apocriefe boeken toegevoegd: de lezer wordt gewaarschuwd dat deze buiten de officiële bijbel vallen, maar zijn volgens de samenstellers blijkbaar wel degelijk de moeite waard.
De bijbel heeft twee zilveren boeksloten, zogenaamde krappen. Hierin zijn de namen (die toen nog anders werden gespeld) en familiewapens gegraveerd van Ernst Douwe van Aylva en zijn vrouw Tjemke van Heemstra, die in 1686 officieel in bezit kwamen van de Tammingaborg bij Hornhuizen. Dankzij een van hun zonen kwam de kerk van Hornhuizen 90 jaar later in bezit van deze bijbel: in een handgeschreven verklaring op de achterzijde van het titelblad staat dat "zijn Excellentie de Hwgb Heer Hans Willem Baron van Aylva in leven Lt. Generaal van de Infanterie ten dienst van den Staat der Vereenigde Neederlanden ten Heer van Hornhuisen" bij zijn overlijden deze bijbel heeft nagelaten aan de kerk van Hornhuizen. Zijn erfgenamen droegen de bijbel aan de kerk over op 30 juli 1776 - ter "Eeuwige Gedagtenis" aan de baron.
Een echte kanselbijbel
De bijbel is op zich in zeer goede staat. Een paar jaar geleden gerestaureerd, zit hij superstevig in de band en kun je hem met een gerust hart hanteren zonder dat je bang bent dat ‘ie uit elkaar valt. Als ‘ie in het midden opengeslagen ligt vallen aan de onderkant wel de afgesleten hoeken op. Hieraan zie je dat het een echte kanselbijbel is: opengeslagen op de lessenaar van de preekstoel als letterlijk symbool van Gods woord, diende hij onwillekeurig ook als elleboogsteun voor de dominee. Als deze gepassioneerd preekte en zijn verkondiging met armgebaren onderstreepte sleepte hij er ook nog ’s voortdurend met de wijde mouwen van z’n toga overheen. De kerk van Hornhuizen werd in 1978 met haar roerende goederen overgedragen aan de Stichting Oude Groninger Kerken. Waarschijnlijk heeft deze bijbel dus 200 jaar op de preekstoel dienstgedaan, en kreeg hij dus diverse generaties dominees te verwerken. Aldus ontstond de zogenaamde ‘pijschade’ (dat ook ‘togaschade’ zou kunnen heten, want een dominee draagt geen pij maar een toga).
Dwars door vele pagina’s heen is een opvallend gevormde beschadiging te zien. Dit is te wijten aan ongedierte: een papier etend insect heeft er een compleet gangenstelsel in uit gegeten. Gods Woord diende niet alleen als geestelijk voedsel voor de mens, maar ook als letterlijke etenswaar voor Zijn kleinste schepselen.
