Griffier 1970 - 1981
Geboren op 13 september 1918 te Den Helder. Doctoraal rechten in 1947 aan de Vrije Universiteit. Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Zoals zijn geboorteplaats al doet vermoeden, is Jan Hendrik Peeman een telg uit een 'marinegezin'. Hij behaalde in zijn geboortestad het examen HBS-B in 1935. Na zijn middelbare school trad hij als ambtenaar ter secretarie (Burgerlijke Stand en Militaire Zaken) in dienst bij de gemeente Den Helder. Hoewel het salaris slechts 25 gulden per maand bedroeg, was hij toch bevoorrecht. Immers, 1935 was middenin de crisistijd en meestal werd men in een dergelijke functie als volontair aangesteld. Pas bij gebleken geschiktheid volgde dan een vaste aanstelling. Het zou het begin worden van een lange carriere bij gemeentelijke- en provinciale overheden. Zijn leermeester in Den Helder was de toenmalige gemeentesecretaris mr. dr. E. van Bolhuis, die grote bekendheid genoot als wetskenner.Tijdens zijn werk in Den helder volgde hij een opleiding Gemeente-administratie te Alkmaar, waarin hij in 1938 examen aflegde. Zijn leermeester hier was de toenmalige gemeentesecretaris van Alkmaar en latere hoogleraar mr. Koelma.
Waarschijnlijk hebben deze mannen zijn grote invloed gehad op zijn keuze om rechten te gaan studeren. Hiervoor diende echter eerst het examen Gymnasium-B behaald te worden. Dit viel Peeman niet moeilijk en in 1940 kon hij met zijn rechtenstudie beginnen. Om studie en werk beter te kunnen combineren trad hij in 1940 als ambtenaar ter secretarie in dienst bij de gemeente Heiloo. Peeman moet ook een principieel man zijn geweest. Hij moest namelijk zijn rechtenstudie onderbreken omdat hij weigerde de zogenaamde loyaliteitsverklaring te tekenen. Anderen, die minder principieel waren, werden in 1945 met de gevolgen hiervan geconfronteerd . Ook op een meer triviaal gebied was Peeman principieel: als gevolg van de in de oorlog opgedane ervaringen zou hij zijn leven lang geen jam meer eten.
In 1945 pakte Peeman zijn studie weer op. Nog in hetzelfde jaar deed hij kandidaatsexamen aan de Gemeente-Universiteit van Amsterdam en in 1947 het doctoraal examen aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Kort daarop kwam de carriere van Peeman, inmiddels loco-secretaris, in een stroomversnelling: in 1949 werd hij benoemd tot gemeentesecretaris van Hoorn, een functie die hij tot 1962 zou vervullen. Van 1962 tot 1970 vervulde hij dezelfde post in Zwolle. In deze stad was hij nauw betrokken bij de bouw van een nieuw ziekenhuis.
Hoewel de verschillen tussen een gemeente-secretaris en griffier op het eerste gezicht klein zijn, besloot Peeman dat het tijd was zijn beroepshorizon te verbreden en te solliciteren naar de functie van griffier. Op voordracht van Gedeputeerde Staten van 31 maart 1970 werd hij op 15 april 1970 met 43 van de 47 uitgebrachte stemmen verkozen tot griffier van de Provinciale Staten van Groningen tegen salaris van 3882 gulden per maand. Tevens nam hij de functie op zich van secretaris van de Raad van Commissarissen van de NV Waprog. Maar Peeman moest constateren dat de verschillen groter waren dan hem waarschijnlijk lief was. Er bestonden namelijk destijds scherpe tegenstellingen tussen de griffie en de andere provinciale diensten. Directeuren van deze diensten regeerden als pausen over hun rijk en dulden geen inmenging van anderen. Peeman was hier niet tegen opgewassen en kon bovendien op weinig steun rekenen van de toenmalige gedeputeerden. Uiteindelijk tastte deze problemen zijn gezondheid sterk aan. Ook in de huiselijke sfeer had Peeman het moeilijk: een te vroeg overleden enige zoon verergerden zijn gezondheidsproblemen aanmerkelijk. Als gevolg van de opgetreden hartklachten werd aan Peeman met ingang van 1 augustus 1981 eervol ontslag verleend.
Er zijn sinds Peeman veel veranderingen in het provinciaal bestuur opgetreden, maar de meest in het oog springende voor de betrokkenen is toch wel dat de gedeputeerden nu een eigen kamer hebben. Toen was dat niet zo. Gedeputeerde Staten kwamen een keer per week bijeen in de vergaderzaal. Later kregen ze een meer prominentere plaats op een podium in de vergaderzaal. De vergaderingen zelf van dit college verliepen vanuit het perspectief van de hedendaagse situtie nogal inefficient. Op een tafel lag een grote stapel stukken zonder enige ordening. Kwam een agendapunt ter sprake dan moest Peeman uit deze stapel het desbetreffende stuk of dossier zien te lichten. Ook de ordening van de stukken in het archief zelf gaf er geen blijk van dat de griffier aan een voortschrijdend inzicht leed op het gebied van archivering. De stukken werden gemerkt met de letter A, en als de letter Z bereikt was werd begonnen met AA-AZ enzovoort. Maar als verzachtende omstandigheid mag gelden dat cursussen in Peemans tijd nog niet verplicht waren.
