Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home > Verhalen > Jeugdherinneringen. Drieborg, een dijk vlakbij de polders
Gecontroleerd door redactie

Jeugdherinneringen. Drieborg, een dijk vlakbij de polders

[1940-1945, 1914-1940 ]
Afbeelding bij dit verhaal

Ongeveer zestig jaar geleden woonde ik met mijn vader en moeder in een dorp, waar we tevreden waren met hetgeen er was. We hadden een huis met een tuin, een varken, een geit, kippen en een poes. Dit hadden we nodig om in leven te blijven. Elk jaar werd het varken tegen november geslacht. Dat was een belevenis. Als de big uitgegroeid was tot varken gingen mijn ouders ’s avonds in schemerdonker bij de tafel overleggen wanneer de slachter besproken kon worden. Na het slachten moest het varken een dag aan de ladder buiten in de vrieskou staan, om daarna opgedeeld te worden. Praktisch alles werd gebruikt. Mijn oma kwam een dag bij ons te helpen om leverworst, metworst, hoofdkaas en bloedworst te maken. Het was een vette bedoening in huis. Ik hield er niet zo van, maar mijn ouders waren weer blij met hun wintervoorraad. Er werden verschillende pakketjes klaar gemaakt met hutspot, leverworst en metworst om naar buren en familie te brengen. Het spek kwam in grote zijden aan de zolder te drogen met stukken papier er onder voor het vet, dat eruit lekte. Ernaast hing een lange stok met de metworsten. We telden altijd hoeveel het waren; meer of minder dan vorig jaar. De dikte van het spek liet zien of het een goed varken was geweest. Na verloop van tijd kwam de varkenshandelaar met een auto vol biggen langs. Dan moest er een nieuwe uitgezocht worden. Als we dan zondags bezoek hadden, moesten ze altijd even naar de schuur: ”big bekijken”. Daar werd dan een tijd over gepraat: lang of kort, hoog op de poten, dik of dun enz.

Toen de oorlog uitbrak, werd mijn vader opgepakt omdat hij in het verzet zat. Hij werd gevangen gezet in het Scholtenhuis. Daarna werd hij doorgestuurd naar een werkkamp in Duitsland. Mijn moeder en ik gingen toen veel naar mijn oma. Die woonde met een zoon vlakbij. Het was gezelliger dan zonder vader thuis. Bovendien gaf het een veilig gevoel. Later bleven we er ook slapen. Mijn oom had achter hun huis turf gegraven, wat gedroogd werd in de buitenlucht en later werd gebruikt als brandstof in de kachel. De grote putten, die achterbleven na het graven, werden onze schuilkelders. We woonden dichtbij de grens en ’s avonds kwamen de bommenwerpers over om Emden te bombarderen. Vaak kwamen de Duitse “Jagers” ertussen en werd het een gevecht. Zo kon het voor ons gevaarlijk zijn. De bommenwerpers werden ook beschoten vanuit de Carel Coenraadpolder. Zo gauw het brommen van de vliegtuigen te horen was, flipten de grote zoeklichten aan en daarna begon het geschut. Het was een angstige tijd en ik was vaak bang. Gelukkig zaten we met “de buurt” in die schuilkelders wat weer steun en afleiding gaf. De bevrijding hebben we heel intensief meegemaakt. De hele buurt moest weg en pas na drie weken zijn we terug gekomen. Een paar maanden later kwam mijn vader gelukkig ook weer thuis. Een jaar daarna heb ik nog een zusje gekregen en het gewone leven ging weer door.

Als kind moest ik ook wel meehelpen met de tuin; aardappelen en bonen poten. Als ik uit school kwam, was buiten spelen er direct niet bij. Thuis kreeg ik eerst een boterham met bruine suiker en thee en daarna gingen we naar het land. Daar moest ik meehelpen met bonen plukken. Dat was niet zo maar klaar. Sommige braken we, anderen gingen in een molentje om er snijbonen van te maken. Daarna kwamen ze in een Keulse pot met zout en een plank met een steen er op. Gele bonen moesten drogen en werden daarna in een doos of trommel bewaard. Voor ze gegeten werden, kwamen de bonen een nacht in de week. Sommige mensen eten ze nog en vinden ze heerlijk.

Verder was het voor ons kinderen heerlijk buiten spelen. Thuis was er geen tv of computer. Alleen bij slecht weer deden we spelletjes en anders speelden we bij mijn vriendinnetje in de koeienstal. Daar was het lekker warm. Een keer in de week moesten we naar gymnastiek en zomers gingen we vaak zwemmen. Daar waren we gelukkig mee. Met Sinterklaas en verjaardag kregen we kleine cadeautjes, waar we heel blij mee waren. In al die jaren van kind tot nu is er ontzettend veel veranderd. Wij zijn meegegroeid en genieten nu ook van alle luxe.

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.