Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen Keizer Barbarossa
Gecontroleerd door redactie

Keizer Barbarossa

[1980-nu]
Afbeelding bij dit verhaal

‘Metropolis, the worlds collide, Ain't nobody on the other side, I don't care, I'm not there’ (Metropolis van Motörhead)

De naam van onze punkrockband, dat in tegenstelling tot een oefenruimte, was snel gevonden, Metropolis (zie voor meer informatie http://www.poparchiefgroningen.nl/act/973). Het Motörhead nummer met dezelfde naam was geschreven door bassist/zanger Lemmy die anno 2007 nog steeds bekend staat als ‘Metalicoon’. Hij had de Fritz Lang klassieker Metropolis uit 1927 bekeken, een film over de heftige strijd tussen de arbeiders in de onderwereld en de heersende klasse in de bovenwereld. De vormgeving van deze film spreekt nu nog steeds tot de verbeelding. Veel indruk maakte de film niet op hem, getuige zijn laatste zin, 'I don't care, I'm not there'. Hoe toepasselijk was het dan ook dat wij, na enig speurwerk, een oefenruimte wisten te bemachtigen in de kelders van de gekraakte bierfabriek ‘Keizer Barbarossa’ in de Helperkerkstraat te Groningen. Dat was in 1982. Onze eigen ‘onderwereld’ kampte echter met een groot probleem; het geluid ging alle kanten op behalve de goede. Een afzetting van een tiental strobalen bracht de oplossing en onze ‘walk of fame’ kon beginnen. Uiteindelijk hadden ook wij deel aan de lol, het bier en andere zaken die gerelateerd zijn aan een Rock & Roll bestaan. Niet zozeer met deze band maar wel met roemruchte gezelschappen als Vortex en Mean Machine. Eeuwige roem en een villa met zwembad naast die van de Red Hot Chillipeppers bleven ons echter bespaard dus er moest ook gewoon gewerkt worden. Al dat werken resulteerde kort geleden in de aanschaf van een zeer sfeervol pand bij de brug in Enumatil. Het was het voormalige dorpscafé Otter met belendende winkel. De inrichting van het café is nog authentiek, zeg maar zoals rond het jaar 1927, toen de trekvaart tussen Groningen en Friesland via het Hoendiep liep. Het was een zogenaamd schipperscafé. Paarden, schippers en passagiers werden voorzien van natjes en droogjes alvorens de reis werd voortgezet. Aan de gesjabloneerde wanden hangen unieke platen van fabrikanten als Amstel, Heineken, Hooghoudt en….. Keizer Barbarossa.

Op de afbeelding zag je de fabriek in volle glorie geportretteerd: het witte kantoor, dat er nu nog staat, de pijp die eerder al was neergehaald en de vijf verdiepingen hoge fabriek waar het gerstenat kon rijpen in de grote ketels. Op de voorgrond zie je de keizer in eigen persoon, gezeten op een troon, zwaard in de éne hand en met zijn andere hand zijn enorme rossige baard betastend. Zijn troon staat bovenop een berg, een soort Olympus, van waaruit hij de hele omgeving kan overzien. Het meest opmerkelijke echter is zijn blik, hij heeft weliswaar zijn hoofd richting fabriek gewend maar zijn ogen staren naar een onbestemde verte, alsof het gewoel beneden hem van de zwoegende arbeiders en de af- en aan rijdende bierwagens zijn aandacht niet waardig is.

Mijn oog valt op de luifel van één van de bijgebouwen. Daar was de trap die naar de onze oefenruimte leidde en mijn gedachten dwalen af naar een bijzondere ontmoeting. Tijdens één van onze repetities hing er een vage Duitse hippie in de kelders rond waarmee ik in gesprek raakte. Hij was nogal geïnteresseerd in mijn gitaarspel, met name in een bepaald akkoord dat ik veel gebruikte. Nu was dat akkoord eigenlijk een ongelukje. Mijn vingers weigerden de gewenste stand op de hals in te nemen maar tot mijn verbazing klonk dat ‘foute’ akkoord best goed. Die hield ik erin! De Duitse hippie bleek muziektechnisch zeer onderlegd te zijn en hield een lang betoog over elkaar versterkende harmonischen met accenten op de zevende en de negende of iets van die strekking.

Toen ik hem vroeg of hij zelf ook speelde was het antwoord nogal opmerkelijk, gitaar spelen kon hij niet, wel was hij de pianoleraar van niemand minder dan Michael Schenker, een Duitse gitaarheld met een reputatie als een pantzerfaust. Hij zou Michael zeker attenderen op mijn vinding. Vereerd nam ik afscheid van hem. Ik heb mij nog steeds voorgenomen het hele repertoire van Schenker eens te beluisteren in de hoop mijn akkoord te herkennen. Opnieuw probeer ik de onbestemde blik van de Keizer te volgen, gezeten op zijn Olympus aan de Helperkerkstraat, net als hij staar ik naar de verten achter de fabriek en vraag mij af wat er in zijn hoofd omgaat. Plotseling weet ik het! De Keizer en Lemmy, ze zijn van het zelfde soort.‘I don't care, I'm not there’

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.

Verwante items