Griffier 1929 - 1941
Geboren te Amsterdam op 8 september 1885. Overleden te Groningen op 31 mei 1941. Inschrijving aan de universiteit van Leiden in 1904. Officier in de Orde van Oranje Nas¬sau.
Michaël Wilhelm Scheltema huwde te 's Gravenhage op 5 augustus 1909 met Geertruida van Geer (Nijmegen 2 november 1882 - Haarlem 15 december 1914). Zij was een dochter van dr. Arie Willem van Geer en Sijtske Visscher. Uit dit huwelijk werd een zoon (Michaël Wilhelm) en een dochter (Sijtske Haarlem 1913) geboren. Na het overlijden van zijn eerste vrouw trad hij op 11 juli 1916 te Haarlem in het huwelijk met Willemina Christina Tideman (Rotterdam 28 april 1885 - Haarlem 19 januari 1925). Zij was een dochter van dr. Maurits Cornelis Tideman en Petronella Joahnna Elisabeth Struick. Uit dit huwelijk werden twee zonen (Marits Cornelis, Haarlem 1918 en Laurens Jacobus, Haarlem 1920) geboren. Na het overlijden van zijn tweede vrouw trouwde hij op 16 maart 1927 te Londen met Ottoline Françoise Cornelie Stades (geboren te Haarlem 1895). Zij was een dochter van Nicolaas François Stades en Mathilde Barbara Lels. Ottoline was voorheen gehuwd met Georg Herman Kaars Sypesteyn. Uit dit derde huwelijk werd een dochter (Lolita Helena, Nice 1927) geboren.
Familie
Er zijn in Friesland twee families Scheltema: een Harlinger tak en een Franeker tak. Lange tijd is aangenomen dat beide families verwant waren. Het is echter onduidelijk of dit inderdaad het geval is.
Michaël Wilhelm is een telg het 'Franeker' geslacht van de Scheltema's. Zijn voorouders dienden de stad Franeker als secretaris, maakten aldaar regelmatig deel uit van de vroedschap en vervulden talloze andere publieke ambten. Leden van de familie Scheltema maakten in Franeker deel uit van de politieke en bestuurlijke elite. Een van de kenmerken van deze elite was dat zij de macht voor hun eigen groep wilden behouden en er alles aandeden om andere groepen uit het sociale spectrum van deze macht te weren. Desalniettemin was ook de elite verdeeld en viel regelmatig uiteen in 'partijen' die elkaar fel bestreden. In deze strijd werd niet geschroomd om gebruik te maken van de van de macht uitgesloten bevolkingsgroepen. De van de macht uitgeslotenen staan bekend als de patriotten en hun regenteske tegenstanders, die zich rond de stadhouders schaarden, als de Oranjegezinden. Aan het eind van de 18e eeuw bereikte deze strijd een hoogtepunt. In 1787 wisten her en der de patriotten de overhand te krijgen. De vreugde was van korte duur. Na een militaire interventie van de koning van Pruisen werd de macht van de Oranjegezinden hersteld en voelden veel patriotten, waaronder een aantal Scheltema's, zich gedwongen om in ballingschap te gaan. Met de komst van de Fransen in 1795 keerde het politieke tij voor de patriotten. Zij konden weer aanspraak maken op het uitoefenen van politieke en bestuurlijke functies. Dat gold ook leden van de familie Scheltema, die gedurende de zogenaamde Bataafs-Franse tijd (1795-1813) weer tal van openbare en politieke functies vervulden.
De grootvader, evenals zijn kleinzoon Michaël Wilhelm geheten, was dienstbaar op een andere manier. Hij was predikant bij de Remonstrantse gemeente en stichter en directeur van de Maatschappij Weesinrichting Zandbergen te Amersfoort. En ook bij zijn zoon Laurens Jacobus Scheltema, de vader van Michaël Wilhelm, menen we een grote maatschappelijke betrokkenheid te ontwaren. Immers, naast zijn werk als luitenant-generaal der artillerie, hield hij zich bezig met de zorg voor blinden en slechtzienden.
Deze Laurens Jacobus Scheltema werd op 2 oktober 1857 te Zwammerdam geboren en overleed op 4 februari 1940 te 's Gravenhage. Hij trouwde te Utrecht op 5 juni 1884 met Christine Albertine van Rossum (Amsterdam 1860 - Scheveningen 1927). Zij was een dochter van Charles Marie Felix van Rossum en Digna Louiza Henrietta Goekoop. Zij kregen twee kinderen: Michaël Wilhelm (Amsterdam 1885) en Louise Cornelie Alida (Scheveningen 1889).
Als gevolg van de militaire loopbaan van zijn vader verhuisde Michaël Wilhelm regelmatig. Behalve zijn geboorteplaats Amsterdam woonde het gezin achtereenvolgens te Breda, Utrecht, Den Haag en Delft. Nadat Michaël zijn middelbare schoolopleiding had voltooid, schreef hij zich op 21 september 1904 aan de universiteit van Leiden voor de studie rechtsgeleerdheid. Hij promoveerde in 1908 tot meester in de rechten op een proefschrift over de ontvankelijkheid van de administratieve rechtsvordering.
Vrijwel onmiddellijk na zijn studie trad hij op 1 januari 1909 in dienst bij de provinciale griffie van Noord-Holland. Hij vervulde verschillende functies waarvan die van hoofd der afdeling waterstaat en bedrijven wel de belangrijkste was.
In zijn persoonlijke leven had Scheltema te kampen met veel leed. Na iets meer dan vijf jaar huwelijk overleed zijn vrouw en ook zijn tweede vrouw ontviel hem na een samen¬zijn van bijna negen jaar. Het huwelijk met zijn derde vrouw zal binnen de familie niet op onverdeelde instemming hebben kunnen rekenen. Zij was gescheiden en waarschijnlijk voor hun trouwen al zwanger. Misschien dat het paar daarom te Londen huwde en hun kind te Nice werd geboren.
Misschien dat deze geschetste persoonlijke omstandigheden Scheltema er toe noopten Noord-Holland te verruilen voor een post in Groningen. Op voordracht van Gedeputeerde Staten van 11 oktober 1928 werd hij op 18 december van dat jaar tegen een jaarlijke wedde van 7000 gulden door de Provinciale Staten verkozen tot griffier. Van de 45 aanwezige leden stemden er 39 op Scheltema. Het gezin nam zijn intrek in een woning aan de Oranjesingel 13.
Gedurende de twaalf jaar dat hij dit ambt vervulde, wist hij zich zowel bij zijn personeel als bij de bestuurders geliefd te maken. De woorden gesproken bij zijn dood getuigen hiervan. Een overlijden dat overigens voor intimi niet geheel onverwacht moet zijn gekomen. Want hij was al geruime tijd ziekelijk. Scheltema overleed op 31 mei 1941 's nachts om drie uur in zijn slaap. Hij werd op woensdag 4 juni bijgezet op de begraafplaats Westerveld te Driehuis (gemeente Velsen).
