Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen Mijn buurt: om school en huis
Gecontroleerd door redactie

Mijn buurt: om school en huis

[1914-1940 ]
Afbeelding bij dit verhaal

Zo, ik neem u mee naar een ver verleden. We gaan naar de Korrewegwijk in de twintiger jaren van de vorige eeuw. We kwamen uit Leeuwarden en zochten een huis in Groningen. Nou, die waren er genoeg! Overal huizen te koop en te huur. De keuze viel op een huurhuis in de Petrus Hendrikszstraat. In die tijd de laatste straat die bij de stad hoorde. Daarachter lagen de uitgestrekte groene weiden.

We vonden Groningen prachtig en onze nieuwe straat ook. Er speelden veel kinderen. Er was ruimte genoeg. De bijna autoloze straten hoorden ook bij ons speelterrein. Die heerlijke nog onbebouwde Korreweg met de slootjes! En dan óns huis! Zoveel moderner dan ons oude huis in Leeuwarden. We kregen een echte W.C. met waterspoeling in plaats van de houten ton die we in het andere huis hadden. Het keukenfornuis kon weg; we hadden gas om op te koken. In de woonkamer stonden, onder meer, een buffetje, een tafel en stoelen. In de winter kwamen daar de kachel en de kolenkit bij. Boven in de slaapkamers stonden de bedden en een enkele stoel en kast. We wasten ons in de keuken, want er was nog geen douche.

In de loop van de tijd kwamen er steeds meer nieuwe apparaten in huis. Zo verscheen er een meneer die een stofzuiger demonstreerde. We kochten die dan ook. Protos heette het groene ding. In het oude huis lag er zeil op de grond met een kleed dus daar werkten we met stoffer en blik. Het kleed werd uitgeklopt. Naast de stofzuiger kwam er ook een radio; een modern wonder.

In onze straat had je een kleine kruidenierswinkel. Daar lieten we ons stroopkannetje en ons petroleum klipje vullen. Verder kon je in die tijd alles aan de deur kopen. ’s Avonds als wij kinders al op bed lagen, hoorden we de hangjongeren. Ja, die had je toen ook al! Ze gooiden keihard ballen tegen de metalen reclameborden van de winkels. Telkens stoof dan de winkelbaas naar buiten. En daar was het de jongeren ook om te doen.

De openbare school aan de Kapteijnlaan moest nog worden gebouwd; daarom gingen wij (mijn broer en twee zussen) naar de scholen bij het Martinikerkhof. Er was een meisjesschool en een school voor jongens. Ik vond het maar een griezelige wereld daar. Op een keer waren ze aan het graven op het kerkhof. Een aantal jongens gingen toen voetballen met de opgegraven doodshoofden. Op onze school sprak men er schande van. Na het speelkwartier gingen we door de gardepoort naar onze school. Bij de poort woonde een oude man met een lange witte baard. Dat was Sjoerd de torenwachter, werd ons verteld. Naast onze school had je de armelijke huisjes waar een man woonde die zijn vrouw en kindertjes op een handkar vervoerde. Ja ik vond het maar een rare buurt daar!

We moesten de lange weg van en naar school tweemaal heen en terug. Maar er was altijd zoveel te beleven in die grote heerlijke stad die Groningen was! Het was een fijne tijd toen!

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.