Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen Mijn leven op onze boerderij in Holte
Gecontroleerd door redactie

Mijn leven op onze boerderij in Holte

[1945-1980]
Afbeelding bij dit verhaal

Ik ben in januari 1921 geboren in Holte (Onstwedde) in een klein boerderijtje met land en vee. In de boerderij bevond zich onder andere een waskamer, een kelder en een keuken met een kookkachel. Verder waren er twee bedsteden in de boerderij. In een van de bedsteden sliepen mijn ouders en in de andere mijn zuster en ik. De bedsteden waren vaak klein en kort. Er hingen lange rood gebloemde gordijnen voor. Als deze versleten waren, werden ze bijna nooit vervangen. In de bedsteden lagen stapels planken van ongeveer 75 cm. hoog. Er kwam een laag stro op de planken en daar lag een met haverkaf gevulde kafzak (voorloper van het huidige matras) op. Het geheel werd er een paar keer per jaar uitgehaald en ververst. We hadden ook matrassen met veren die vaak stuk gingen. Later verdween het stro uit de bedsteden en kwamen er matrassen met kapok. Die zijn er tegenwoordig niet meer.

In de winter bewaarden we aardappelen onder de bedsteden. Soms zaten er ook muizen op die plek, wat niet mooi was. Bij de boerderij was een schuur. Daarin hadden we varkenshokken en vier koeien tussen de deel en de toegang. Op de deel had het paard met veulen zijn stal. Op 1 mei 1927 ging ik naar school. Kinderen mochten pas naar school als ze tegen pokken waren ingeënt. Wij moesten er 5 dagen per week naartoe van 8.30 uur tot 11.30 uur en van 13.30 uur tot 15.30 uur. De meisjes kregen vanaf de 3e klas 4 dagen per week een uur handwerkles. Zo leerden we kousen breien, een letterdoek maken en naaien. Wij hadden in de hoogste klassen hoofdrekenen en elke week een dictee. Ik heb veel jaartallen moeten leren en de tafels 1 tot 10. Ik kan me van mijn schooltijd nog herinneren dat een jongen straf had verdiend en wat voor de broek zou krijgen. Wat deed hij? Hij stopte een graszode bij de broek in, waar de meester op kon slaan en op die manier deed het geen pijn.

Op 30 april 1934 had ik 7 klassen doorlopen en mocht van school af. Ik was toen dertien en moest meteen meehelpen op ons land. Bieten poten met de hand, want er waren nog geen machines. Ook moest ik schoffelen, bieten rooien en turf, dat vader gegraven had, omzetten om het te laten drogen. Daarnaast nog vele andere dingen. Ik was de oudste en moest alles doen. ’s Winters hoefde ik niet op het land te werken. Op een keer volgde ik een huishoudcursus. Ik heb daar heel veel geleerd waar ik later veel aan heb gehad.

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.