‘Great Expectations’ staat er op de glazen deur van een bijzondere zaal in de Openbare bibliotheek van Haren. Drie 19e-eeuwse boekenkasten, wijnrode draperieën, een gigantische eikenhouten tafel, een origineel bureau met lessenaar en getemperde verlichting door messing lampen, alles in sfeervolle Engelse stijl ten tijde van Charles Dickens. Hier, in de Dickens Room in de Bieb van Haren, bevindt zich de Dickens-collectie. Het is de literaire nalatenschap van Wim F.W. Muda (1916-1987).
Wim Muda is opgegroeid bij zijn grootouders, want zijn moeder is al overleden toen hij nog geen 3 jaar oud was. Misschien juist daardoor wordt de jonge Wim zo gegrepen door ‘een jongensleven’, een boekje over Dickens’ vroege jeugd. Maar pas nadat Muda de veertig gepasseerd is, en werkzaam is als bedrijfsleider in de confectie-industrie, breidt de gepassioneerde verzamelaar zijn Dickens-collectie uit tot een verzameling van betekenis. Hij gaat regelmatig naar Engeland op vakantie en komt vaak terug met boeken en meer. De collectie omvat nu meer dan 800 boeken, waarvan sommige dateren van voor 1840. Verder tekstfragmenten, geluidsopnamen, portretten, wandborden en memorabilia.
In 1987 is Wim Muda overleden. Zoon Henk Muda zoekt een goede bestemming voor de collectie, hij voelt zich daartoe bijna verplicht. In 1999 krijgt de heer Kingma, de onderbibliothecaris van de UB Groningen en Dickens liefhebber, opdracht een taxatie en inventarisatie uit te voeren. Daarvan verschijnt een catalogus. En daarna gaat het snel. Het bedrijfsleven, de Rijksuniversiteit en de gemeente Haren dragen hun steentje bij. Zo wordt de collectie sfeervol ondergebracht in de Dickens Room in de OB Haren.
Henk Muda kreeg de vele Dickens-weetjes met de paplepel ingegoten: ”De vader van Dickens wees naar een groot huis, en vertelde dat als Charles goed zijn best deed, hij ooit dat huis -Gad’s Hill- zou kunnen kopen.” Dickens heeft het later inderdaad gekocht, hij was zelfs op Gad’s Hill in 1870 als welgesteld man gestorven. De passie van Wim ging ver. Zo’n honderd jaar later waren de Muda’s in de tuin van het sterfhuis van Dickens op zoek naar het graf van de kanarie van de schrijver. Het moest er zijn volgens Wim. Vader en zoon hadden het graf inderdaad gevonden. Henk weet te vertellen dat zijn vader na de vondst van het graf van de vogel het gevoel had: ”Hier wel eens eerder te zijn geweest. En dat soort dingen.” Als herinnering aan de speurtocht was er een stuk vegetatie geplukt van het vogelgraf en bij aankomst in Nederland ingelijst. Het bevindt zich nu in de Dickens Room in de Openbare Bibliotheek van Haren.
