Jarenlang heb ik vijf dagen per week de fietstocht ondernomen van mijn huis in de Oosterparkwijk naar mijn werk in de Grunobuurt. 's Ochtends heen en 's avonds terug. Vooral de ochtendrit, door een stad die langzaam aan het ontwaken was, kon mij altijd zeer bekoren.
Door de jaren heen heb ik mijn route af en toe verlegd. Ik begon met een tocht dwars door het centrum, langs de Grote Markt en Vismarkt en dan via de Pottebakkersrijge en Westerkade naar de Paterswoldseweg. Een min of meer historische route langs kerken, watertjes en tal van oude, fraai gerestaureerde gevels. Het dagelijkse opbouwen van de markt en een slalom langs lossende karren en auto's, kreeg ik er op deze route als extraatje bij.
Later verlegde ik mijn route naar het Kattendiep/ Zuiderdiep. Ik heb daar de bouw van menig prestige object (Casino, City hotel, Albert Heijn en Pathé) met stijgende verbazing kunnen volgen. En, óók een attractie, bijna dagelijks zag ik op deze route de busbaan misbruikt worden door automobilisten! Meestal schichtige blikken waaruit wanhoop sprak, maar zo nu en dan ook een patserkop, met heers in de ogen. Zagen zij, met mij, hoe dat mooie, wat statige Zuiderdiep met zijn bomenrij en fraaie gevels zich langzaamaan ontwikkelde tot een ordinaire koopgoot, waarbij om de zoveel meter, op abri’s en reclamepalen, schaars geklede dames hun ranke lijven misbruikten om sieraden, parfums en glanzende automobielen aan te prijzen?
Aan het eind van het Diep wachtte de Academie Minerva met daarachter het oude Groninger Museum. Tussen beide gebouwen in bevond zich nog een vast punt van genoegen op deze route. De etalage van een klein etaleerbedrijf! Zo om de twee maanden werd hier, met wat doeken en een beperkt aantal attributen, een prachtige opstelling gemaakt, vaak op basis van het jaargetijde waarin wij verkeerden. Kleine kunstwerkjes, die mijn fietstocht van een gouden randje voorzagen. Mijn laatste routewijziging liet dit ochtend-pareltje echter vallen. De Stationsstraat, met in de verte de bult van het Emmaviaduct werd mijn nieuwe bestemming. In eerste instantie om het genoegen van een traploze afdaling van het viaduct, maar daar is een tweede reden bijgekomen, die langzamerhand tot hoofdzaak is geworden. Het ochtendlicht!
Als je de lange klim tegen het viaduct op gehad hebt en de immer waaiende tegenwind hebt getrotseerd, dan word je boven op het viaduct getrakteerd op een groots panorama over de stad. Vooral in de wintermaanden, als het ochtendlicht zich juist aan de oostelijke kim meldt, krijg je bovenop deze onooglijke bult een wonderbaarlijk en ongekend zicht op onze mooie, ontwakende stad.
Mooie stad.
