Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen Ooievaars en Kraanvogels
Gecontroleerd door redactie

Ooievaars en Kraanvogels

[800-1594]
Afbeelding bij dit verhaal

In de middeleeuwen waren vele mensen in en rond Groningen verplicht om jaarlijks producten of geld te betalen aan geestelijke instellingen, zoals kerken en kloosters. Ook de abdij Werden aan de Ruhr had recht op jaarlijkse inkomsten uit Groningerland. Daarvan werd in het klooster een precieze administratie bijgehouden. In een lijst die omstreeks het jaar 1000 moet zijn opgesteld leest men de Latijnse woorden: ad curtem et in Haribergi 1 libram. In vertaling betekent dit: ‘tot de hof ook in Haribergi één pond’. Het lijkt erop dat met het vreemde woord ‘Haribergi’ een gebied wordt bedoeld. In latere tijd komen we verschillende plaatsnamen tegen die we als varianten van ‘Haribergi’ kunnen opvatten. In de dertiende eeuw wordt een ‘Herebure Sidwendene’ genoemd in het zuiden van het Oosterstadshamrik en in de zestiende eeuw blijken er buiten de Poelepoort een ‘Harbergeweg’ en ‘Harbergemaar’ te liggen. In de negentiende eeuw heet de ‘Harbergeweg’ zelfs ‘Herbergiersweg’.

Dit wijst erop dat we het Haribergi van de inkomstenlijst van Werden onmiddellijk ten zuidoosten van de nederzetting Groningen moeten zoeken. Van deze laaggelegen landerijen is bekend dat ze later door de stedelingen gebruikt werden als gemeenschappelijk weidegebied. Op de huidige stadsplattegrond is het gebied te situeren tussen het Damsterdiep, de Beneluxweg en de Meeuwerderweg.

De naam ‘Harbergeland’ (met een ‘stomme’ h) stamt uit de tijd dat in en rondom Groningen volop Fries werd gesproken. Hij verwijst naar de omstandigheid dat in deze natte streek vele ooievaars (Fries: earrebarre) voorkwamen. ‘Haribergi’ is dus een verlatijnsing een Fries woord en betekent zoveel als ‘Ooievaarsland’.

Ook in de drassige streken ten westen van de middeleeuwse stad hebben vogels hun naam gegeven aan een stuk land. Het gebied ten westen van de Drentse A-nu gekanaliseerd tot Noord-Willemskanaal-is stapsgewijs ontwaterd en in gebruik genomen. Zo is in de loop van de vijftiende eeuw is vanuit Groningen een rechthoekig stuk moerasland in exploitatie genomen dat later als ‘Kraanland’ bekend stond. Het is het gebied dat gelegen is ten westen van de Campinglaan en tegenwoordig doorsneden wordt door de snelweg A7. De stadswijk ‘Buitenhof’ beslaat een deel ervan.

De bekende archivaris J.A. Feith schreef over het Kraanland dat het gelegen was ten westen van Gelkingeland en dat het huis Kranenburg-onlangs afgebroken-er middenin stond. Of er verband bestaat tussen de namen Kranepoort, Kraanland en Kranenburg durfde hij niet te zeggen.

Zoals bekend zijn de namen van de Kranepoort en de huidige Kraneweg afgeleid van de hijskraan die vroeger ter plaatse van de huidige Reitdiepskade aan de A stond. Wanneer Feith een beetje meer belangstelling had gehad voor de herkomst van het woord ‘kraan’, zou hij zijn opmerkingen met het volgende hebben kunnen aanvullen. De giek van hijswerktuigen als de kraan in Groningen deed denken aan de lange hals van een grote vogel die in moerasgebieden voorkwam: de ‘kraan’ (Grus grus). Het gevolg was dat de hele installatie ‘kraan’ ging heten. Het beest dat als oorspronkelijke naamgever had dienst gedaan moest toen voor de duidelijkheid ‘kraanvogel’ genoemd worden. Het Kraanland ten westen van Groningen was een uitgestrekt moerassig gebied dat de kraanvogels mogelijk niet alleen tot pleisterplaats diende, maar deze imposante ‘cultuurvlieders’ ook broedgelegenheid bood. In ieder geval wijst het toponiem erop dat deze streek gedurende lange tijd niet als cultuurland in gebruik is geweest.

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.