Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen Rusthoven
Gecontroleerd door redactie

Rusthoven

[1594-1795]
Afbeelding bij dit verhaal

In de 17e eeuw lieten veel mensen die het zich konden veroorloven een buiten bouwen waar ze gedurende de zomermaanden de drukte en stank van de stad konden ontvluchten. In 1648 liet een van de burgemeesters van Groningen, Johan Eeck, bij Tjamsweer het landgoed Ekenstein bouwen. Twintig jaar later liet zijn zoon, ook Johan Eeck geheten en ook burgemeester van Groningen, aangrenzend aan het landgoed Ekenstein, het buiten Rusthoven bouwen. De ligging van beide landhuizen was niet toevallig. In 1650 kwam het Damsterdiep tussen Ten Post en Groningen namelijk gereed, waardoor een prima vaarverbinding met Appingedam ontstond. 
Bij het huis hoorde 32 grazen land om het huis en nog 14 grazen elders. Verder hoorden er bij het landgoed het collatierecht van de kerk van Wirdum en een kerkgestoelte aldaar. Eeck jr. stierf kinderloos in 1713. Na enkele verervingen werd Gerhard Schaffer eigenaar van Rusthoven. Hij heeft er vermoedelijk niet gewoond, want hij was drost van beide Oldambten en zetelde op de Drostenborg in Zuidbroek. Hij stierf in 1733, waarna zijn crediteuren Rusthoven aan Wigbolt Aldringa verkochten. Na zijn dood in 1743 of 1744 verkreeg zijn dochter Barbera Albertina het landgoed. Zij ruilde Rusthoven met haar neef Wigbolt Gerhard Aldringa tegen bezittingen in het Westerkwartier. Toen die in 1764 de Fromaborg in Wirdum erfde verkocht hij Rusthoven aan Frederik van Halsema, een gewezen zilversmid uit Groningen. Van Halsema ging op Rusthoven wonen en kocht verschillende rechten in de omgeving. Lang heeft hij niet genoten van zijn bezit, want hij overleed al in 1767. Bij de boedelscheiding viel het goed aan zijn zoon, de bekende rechtshistoricus Mr. Diderik Frederik van Halsema. Hij was redger in Loppersum, Wirdum en andere plaatsen. Na de dood van Diderik Frederik van Halsema werd een inventaris opgemaakt waarin staat dat het huis een zaal, slaapkamer boven, klein studeerkamertje, voorkamer, gang, kelderkamer, achterkamer, provisiekamertje, slaapkamer beneden, keuken, achterkeuken en een kelder bezat, alsmede een schathuis. Zijn weduwe, Trijntje Willems Tichelaar, was de dochter van een steenfabrikant. Mogelijk was haar afkomst van betekenis want in 1804 verkocht zij het bezit aan Jan Hendrik Sissingh, ook een steenbakker, die er een tichelwerk en kalkbranderij stichtte. Rusthoven werd nu een Tichelborg, net als de Brake in Winsum. Sissingh, die in 1814 overleed was ook maire (burgemeester) in Loppersum.
Sissingh heeft het huis grondig veranderd. Hij liet de zeventiende eeuwse kloosterramen met middenkalf en glas-in-lood vervangen door achttiende eeuwse schuiframen. Verder werd het gebouw door een dikke laag pleister bedekt. De tuitgevels aan de zijkanten werden verlaagd en het dak werd voorzien van wolfseinden. Op een kadasterkaart uit 1836 is te zien dat het huis ook een grote aangebouwde schuur had. Na de dood van Sissinghs weduwe werd Rusthoven openbaar verkocht.
De nieuwe eigenaar werd Johannes Koning Uilkens, een advocaat. Uilkens investeerde veel in het tichelwerk. Hij was de eerste steenfabrikant in Groningen die machinale steen met behulp van een stoommachine maakte. Koning Uilkens overleed in 1870. Het bedrijf werd voortgezet door zijn zoon Theodorus Frederik en daarna door zijn kleinzoon Nathan François (meneer Frans) tot de laatste kinderloos overleed in 1890. De zuster van François Catherina (juffrouw Cato) erfde het bedrijf en de borg en liet de bedrijfsvoering over aan bedrijfsleider Hendrik Gautier. Catherina stierf in 1912 en de eigendom ging over naar haar jongere zuster Antonia (juffrouw Antje) die in 1920 overleed. Waarna bedrijfsleider Gautier de borg met de fabriek verkreeg. In 1924 verkocht Gautier de fabriek aan B. van der Veen en vertrok naar Groningen. De borg werd verhuurd aan landbouwer Jan Bos. De verbinding tussen tichelwerk en borg werd na 120 jaren verbroken.
Van der Veen, de eigenaar van de steenfabriek, kocht in 1955 de borg Rusthoven die erg vervallen was. Hij liet de schuur en stookhut slopen, verwijderde de pleisterlaag en renoveerde het gebouw. 

Als we de bouwhistorie van Rusthoven onder de loep nemen zien we dat er sinds de bouw niet al te grote veranderingen hebben plaatsgevonden. Het tegenwoordige gebouw bestaat uit een vrij hoog voorhuis dat evenwijdig aan het Damsterdiep ligt. Daarachter bevindt zich een bouwdeel waarvan de nok haaks op het voorhuis staat. In dit deel zijn de bijkeuken, trappenhuis en het atelier van de tegenwoordige bewoonster, de schilderes Annet Bakker. Uit de bouwtijd is nog zichtbaar de grenenhouten vloer in de grote zaal op de eerste verdieping. Deze vloer bestaat uit brede zogenaamde wagenschot planken die de gehele lengte van de zaal, zo'n tien meter overspannen. Door de lengte van de planken moet de vloer veel geld hebben gekost. Ook uit de bouwtijd dateert de wenteltrap. Het is een van de weinige 17e eeuwse trappen in de provincie Groningen. Op de begane grond is er een kleine kamer met bedstee. Deze kamer heeft een plavuizen vloer die ook uit de 17e eeuw stamt. 
Tussen 1804 en 1814 worden de zijgevels ingekort, en de ramen vervangen. Dat is nog te zien. De huidige vensters zijn niet in het metselverband geplaatst, maar in de muren ingehakt. Verder werd het gebouw gepleisterd waarschijnlijk op de sporen van verandering aan het zicht te onttrekken. In de loop van de 19e eeuw zijn er veranderingen aan het interieur aangebracht. Uit die tijd dateert bijvoorbeeld de plafonddecoratie in de gang beneden. Die bestaat uit geschilderd papier-maché en stamt uit de jaren 1890-1900. 
Een volgende ingreep is de sloop van de grote schuur in 1955. Verder werd de pleisterlaag verwijderd. In 1985 verwierf de Groninger Borgenstichting het gebouw. In de jaren daarna werd een restauratie uitgevoerd. Eind jaren 1980 betrok de kunstenares Annet Bakker de borg. 
De aanbouw aan de achterzijde van de borg verdient een nadere inspectie. In het muurwerk bij de kleine achterdeur van de bijkeuken zien we zogenaamde klisklezoren of klezoren. Dat zijn kwartsteentjes die nodig waren om een degelijk metselverband in een steens muur te verkrijgen. Omstreeks het midden ven de achttiende eeuw ging men over op de drie- of triklezoor. Dat was een driekwartbaksteen. Het gebruik van klisklezoren in de achtermuur van de aanbouw doet vermoeden dat deze vóór ca 1750 moet zijn ontstaan. Maar aangezien er in de achtergevel van het voorhuis enkele dichtgemetselde vensters zichtbaar zijn, moeten we concluderen dat de aanbouw tussen 1686 en ca 1750 tot stand kwam. In hoeverre dat geldt voor de grote schuur die pas in 1955 is gesloopt valt niet te zeggen. In dit verband is het van belang dat in de boedelbeschrijving van 1767 geen melding van een schuur wordt gedaan. Wanneer er na 1767 en schuur inclusief de huidige aanbouw zou zijn aangebouwd, zou die toch niet meer van klezoren zijn voorzien. 

Al met al vormt Rusthoven een interessante borg met veel originele elementen waarvan de bouwhistorie bij nader onderzoek nog veel aan het licht kan brengen.

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.

Verwante items