De Waddeneilanden zijn ontstaan, doordat aanrollende golven in de brandingzone, zandig materiaal omwoelden van de bodem. Dit werd aan de kust afgezet. Bij grote zandtoevoer ontstaat hierdoor een hoge rug, die boven zeeniveau kan aangroeien tot strandwallen en waarop zich duinen kunnen ontwikkelen. Elk Waddeneiland is dus eigenlijk een strandwal-eiland. De beschermende gordel van het waddengebied wordt gevormd door de Waddeneilanden Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland, Schiermonnikoog, Rottumerplaat en Rottumeroog, maar ook het minder bekende eilandje Simonszand doet er aan mee!
Simonszand is een langgerekte zandplaat van ongeveer anderhalve kilometer lang en een paar honderd meter breed. Lage duinvorming en plantengroei zijn mogelijk doordat het eiland niet wordt overstroomd als het vloed is, maar als het zwaar stormt, kan dit weer weggespoeld worden. Het eiland is gelegen tussen Schiermonnikoog en Rottumerplaat. Simonszand is een belangrijke rustplaats voor zeevogels en zeehonden.
Door de overwegend westelijke winden, slaan door de oostelijk gerichte stroom, de Waddeneilanden af aan de westzijde en groeien aan de oostzijde weer aan. Dit is een voortdurend proces. Daardoor lijkt het alsof de eilanden naar het oosten wandelen. Voor 1720 lag het verdwenen eiland Bosch op de plaats, waar nu Simonszand ligt!
Als de vloed opkomt, ontstaan er twee waterstromen om Simonszand, die zich aan de achterzijde van het eiland verenigen. Deze plek wordt het wantij genoemd. Het meegevoerde zand kan daar sneller bezinken omdat het in betrekkelijk rustig water is gekomen. Het is op deze plek hoger en langer droog dan elders.
Simonszand kan te voet worden bezocht, maar dat kan alleen bij eb. De eerste kilometers van de 12 km lange tocht gaat door slik, later wordt de bodem hard door de zanderige ondergrond.
Ik was blij dat mijn zuster bereid was met mij mee te gaan, want het is niet gemakkelijk gezelschap te vinden voor het wadlopen. Het is een hele ervaring om te wandelen in een eindeloze open ruimte. Maar het duurde niet lang of er waren in de verte al enkele Waddeneilanden te onderscheiden.
Nadat we vier uren hadden gewandeld, bereikten we het eiland dat we wilden bezoeken. We zagen dat er enkele kano’s op het strand lagen. Andere mensen waren ons al voor geweest, er stond een tent opgezet en er was een kampvuur aangelegd, met een waterketel er boven.
Aan de andere kant van het eiland lag onze veerboot op het strand te wachten om ons naar het vaste land te brengen. Voordat we toestemming kregen om aan boord te gaan, werden we dringend verzocht, om eerst onze schoenen en voeten goed af te spoelen. Aan boord verkleedden we ons, mannen en vrouwen bij elkaar in een kleine ruimte: men moet hier niet te preuts zijn.
Het bleek niet gemakkelijk om het schip van het strand te krijgen, want we lagen nog vast op het wad. Maar na een half uur kreeg de kapitein de boot in dieper water, dankzij de opkomende vloed. Wegens het ondiep vaarwater is het niet mogelijk rechtstreeks naar de kust te varen. Wat normaal in 35 minuten zou kunnen, hadden we nu ongeveer drie uren nodig, doordat er genavigeerd moest worden via smalle geulen.
Eindelijk bereikten we de toegang van de geul van Noordpolderzijl. Maar tot onze verbazing maakte de kapitein ons bekend dat hij er niet binnen kon varen omdat het waterpeil te laag was. Na een poos te hebben gewacht, kon het schip verder. De modderige geul die naar de haven leidde, was ongeveer anderhalve kilometer lang. Plotseling liep het schip halverwege aan de grond! De kapitein was niet in staat de haven binnen te varen. De enige manier om het schip drijvend te krijgen was als alle passagiers uitstapten, om op deze manier wadend door water en modder de kust te bereiken. Dit tot grote verbazing van de mensen die op de hoge dijk stonden te toe kijken!
