Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen Terug naar de toekomst
Gecontroleerd door redactie

Terug naar de toekomst

[1940-1945, 1945-1980]
Afbeelding bij dit verhaal

Het markante gebouw De Toekomst in Scheemda met haar bijzondere architectuur, was vanaf het begin van haar bestaan symbool voor de strokartonindustrie van Groningen. Tot het moment dat milieueisen en marktomstandigheden een winstgevende productie onmogelijke maakten. De Toekomst werd in 1968 gesloten. In de jaren veertig van de vorige eeuw, werden Arnold, Anneke en Truus van Dockum, op een boerderij in Nieuwolda geboren. Wat ze toen nog niet wisten, was dat hun familie al jarenlang verbonden was met De Toekomst. Arnold van Dockum beschrijft hoe zijn vader Alex van Dockum, geboren in Zuid-Holland, in het Groninger Scheemda secretaris van bestuur van De Toekomst werd:

Van oorsprong was mijn vader geen Groninger. Hij groeide op in Krimpenerwaard in Zuid- Holland; te midden van de veeboeren ontwikkelde hij hier grote belangstelling voor de landbouw. Het was dan ook niet zo gek dat hij besloot te gaan studeren aan de Hogere Landbouwschool in Groningen. Toen hij vijfentwintig jaar was, begon hij aan een tweejarige stage op een boerderij van opa’s zwager in Finsterwolde. Daar leerde hij het Groningse dialect spreken en kwam hij voor het eerst in aanraking met arbeiders. Te midden van vooral Groningse boerenzonen bleek hij zich wonderwel thuis te voelen. En het was in Groningen ook, dat hij een boerendochter ontmoette, Ké Starke. Zij ging naar de chemisch analistenschool in Groningen en via feestjes kwam mijn vader in aanraking met haar; de vonk sloeg over.

In 1940 trouwden ze en kocht opa Starke, de vader van Ké, een boerderij voor zijn dochter en haar man. Hemmo Reint Starke was voorzitter van het bestuur van De Toekomst. Het was daarom logisch dat toen mijn vader zijn stage had afgerond, hij zich aansloot bij De Toekomst. Ook mijn beide overgrootvaders behoorden tot de oprichters van de strokartonfabriek De Toekomst. Mijn overgrootvader Hendrik Stikker was tevens de allereerste secretaris van het bestuur van de fabriek. Onmiddellijk na de oorlog, in 1946, trad mijn vader in de voetsporen van de voorouders van zijn vrouw, en werd hij tot 1962 secretaris van het bestuur van De Toekomst.

Vroegste jeugdherinnering

Al op jonge leeftijd was Arnold onder de indruk van De Toekomst:

Op de woensdagmiddag vergaderde het bestuur altijd. Dan ging ik ook een enkele keer met mijn vader mee. Ik kreeg dan de fabriek natuurlijk ook te zien, en leerde stukje bij beetje het productieproces goed kennen. Als jongetje had ik toen al mijn twijfels of ik wel boer wilde worden. Directeur van De Toekomst leek mij ook wel wat!

Mijn vroegste jeugdherinnering is de tijd dat mijn vader aan het gedenkboek schreef, dat in 1950 uitkwam ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van De Toekomst. Wij mochten hem toen niet storen. Als kind voelde ik een zekere trots bij mijn vader en mijn opa als het over De Toekomst ging. Het was veel meer dan een fabriek waaraan we ons stro leverden. Het was een deel van hun leven. Toen ik iets ouder werd, volgde ik de jaarlijkse bekendmaking van de stroprijzen op de voet. Tussen de fabrieken was altijd rivaliteit, maar ook dan voelde ik vaak de trots, omdat De Toekomst er, in mijn herinnering, vaak heel goed uitkwam.

In het boek ‘Vijftig jaren coöperatieve strocartonfabriek “De Toekomst”’ laat Lex van Dockum zijn bezorgdheid over de mentaliteit van de aandeelhouders doorschemeren. Zo schrijft hij in het boek Vijftig jaren coöperatieve strocartonfabriek “De Toekomst”:

Helaas realiseren de jonge boeren van tegenwoordig zich over ’t algemeen zeer weinig welk een verdienstelijk werk op dit terrein door hun voorvaderen is verricht. Dit is wel buitengewoon jammer; men komt hierdoor allicht te ver van de fabriek af te staan en krijgt een mentaliteit waarbij men zijn aandeel in de fabriek beschouwt als een louter zakelijk object en soms verhandelt.

Ik herinner me de zorgen en de slapeloze nachten die mijn vader had over De Toekomst, toen milieueisen en marktomstandigheden een rendabele productie van karton uit stro onmogelijk maakten. In 1967 kreeg mijn vader een zware hartaanval. Hij moest zijn voorzitterschap neerleggen en meneer Barlagen nam deze van hem over. Het is heel goed denkbaar dat deze zware hartaanval te maken had met zijn zorgen over De Toekomst. Mijn vader is van zijn hartaanval hersteld, maar kreeg spoedig daarna kanker. Vader is in 1971 overleden, drie jaar na de sluiting van De Toekomst.

Verhaal van www.demensenvandestrokarton.nl

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.