Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen Van Nosocomium tot Algemeen Provinciaal-, Stads- en Academisch Ziekenhuis
Gecontroleerd door redactie

Van Nosocomium tot Algemeen Provinciaal-, Stads- en Academisch Ziekenhuis

[1795-1914, 1914-1940 , 1940-1945, 1945-1980, 1980-nu]
Afbeelding bij dit verhaal

In 1797 wordt het eerste academisch ziekenhuis, het nosocomium, geopend in het leegstaande Groene Weeshuis, onderdeel van het voormalige Jacobijnerklooster tussen de Oude Ebbingestraat en Kattenhage. Het bestaat uit twee overwelfde zaaltjes met elk vier bedden voor vrouwen en vier voor mannen. Het doel om aan het ziekbed onderwijs te geven aan studenten blijkt helaas door gebrek aan patienten nauwelijks haalbaar. De gewone burger beschouwt een ziekenhuis als een sterfhuis voor armen en ziet opname als een vernederende vorm van bedeling. Zieken worden doorgaans thuis verzorgd, waar de dokter of chirugijn hen opzoekt. Wie te arm is kan bij een stedelijke instelling aankloppen.

Het nosocomium verhuist in 1803 naar het ruimere West-Indisch Huis aan de Munnekeholm, op de plek van het huidige hoofdpostkantoor. Het ziekenhuis functioneert in deze nieuwe behuizing goed, al kunnen de wensen van de medische faculteit door geldgebrek niet worden vervuld. Het aantal bedden blijft gelijk en een ruimte voor klinisch onderricht, chirurgie en obstetrie kan voorlopig nog niet worden ingericht. In 1810 is er een afdeling inwendige ziekten en een afdeling chirurgie met twee kraamkamers. Operaties moeten op de zaal in het bijzijn van andere pati¸nten worden verricht. De hygiene laat te wensen over. Verplegend personeel zoals wij dat nu kennen, bestaat nog niet. Behalve een ziekenvader en -moeder zijn er meiden en knechten die als oppassers fungeren. Zij geven de patienten te eten en maken de zalen schoon. In 1817 komen er twee kamers bij voor patienten met uitwendige ziekten, twee voor kraamvrouwen en een theater voor heelkundige operaties. In de Almanak der Akademie van Groningen 1820 wordt gesproken over de voortreffelijke inrichting. Zo is het chirurgisch instrumentarium uitgebreid en is er een studieverzameling pathologische preparaten aangelegd. Studenten bereiden onder toezicht geneesmiddelen in de eigen apotheek. En omdat baden indertijd als heilzaam werd gezien, hebben patienten de beschikking over twee badkamers, waarvan ook zieke personen van buiten het hospitaal gebruik kunnen maken. Er is een bibliotheek met studieboeken en voor patienten zijn er “zedekundige en godsdienstige” werken. Het Heelkundig Instituut bevat behalve ziekenzalen ook een operatie-theater waar ook tekenonderwijs wordt gegeven. In 1825 maakt hoogleraar P. Hendriksz tegen dit laatste bezwaar. Hij acht het slecht voor de rust van de zieken. Tevergeefs: de tekenleraar vindt het theater uiterst geschikt en vindt dat de studenten geen overlast geven.

Rond 1850 dreigen de landelijke medische faculteiten te worden opgeheven om plaats te maken voor een klinische school in het midden van het land. Men is zelfs bang voor opheffing van de Groningse universiteit. Om dit plan voor te zijn wordt het academisch ziekenhuis aan de Munnekeholm gereorganiseerd. Het stadsziekenhuis wordt bij het academisch ziekenhuis gevoegd en de exploitatie komt voor rekening van het rijk, de provincie en de gemeente. Vanaf 1851 gaat het Algemeen Provinciaal, Stads- en Academisch Ziekenhuis heten. De capaciteit wordt uitgebreid tot 124 bedden. Dit aantal zal zo blijven tot de verhuizing naar de nieuwe locatie aan de Oostersingel in 1903.

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.

Verwante items