Onderdelen
Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Verhalen Verhildersum
Gecontroleerd door redactie

Verhildersum

[800-1594]
Afbeelding bij dit verhaal

Vlak buiten Leens ligt de borg Verhildersum. Een lange oprijlaan door statige bomen omlijst, voert precies naar de voordeur van de borg. Een aanleg die de invloed van de barok verraad. Symmetrie en rechte lijnen bepalen de aanleg van tuinen in de 18e eeuw. Rondom Verhildersum liggen dan ook prachtige baroktuinen. Het huis ligt op een zogenaamde borgklip in een brede gracht. Via een brug kan een door twee zijmuren beschutte voortuin bereikt worden en aan het eind daarvan ligt de eigenlijke borg. In de zomer is het gebouw goeddeels aan het oog onttrokken door een rij leilinden. Wie om de borg heenloopt ziet een grote variatie aan metselwerk, die op een bewogen verleden wijst.

De naam Verhildersum is afgeleid van Verhildema oftewel het geslacht van Ver of vrouw Hilda. De eerste naam die met de borg is verbonden was die van Onno Onsta Ferhildema. Hij wordt genoemd als de vader van Eylko Onsta die omstreeks 1400 op Verhildersum woonde. Eylko Onsta was een telg van het machtige geslacht der Onsta's waarvan het stamslot de Onstaborg in Sauwerd stond. In de politieke woelingen tussen Schieringers en Vetkopers kozen de Onsta's partij voor de laatsten. In 1400 kwam de reactie van de Schieringers uit Groningen. In een veldtocht verwoestten zij vele borgen van de Vetkopers, waaronder de Onstaborg in Sauwerd en Verhildersum. De borg werd vermoedelijk vrij snel na de verwoesting weer opgebouwd.

In 1514 leidden politieke conflicten opnieuw tot de verwoesting van Verhildersum. Eylko Onsta, achterkleinzoon van de eerst Eylko Onsta, koos de zijde van Graaf Edzard van Ostfriesland. Edzard werd in 1514 uit de Ommelanden verdwenen en vervolgens koelden de Groningers hun woede op de Onstaborg en Verhildersum. Ook dit keer werd de borg weer opgebouwd. Hoe de borg er toen uitzag is onbekend.

In 1586 kwam Verhildersum in handen van de familie Tjarda van Starkenborgh die de borg bewoonde tot 1822. Daarna werd de borg gekocht door de familie Van Bolhuis en kwam nog later in handen van Hendrik Frima, de schoonzoon van Van Bolhuis. Een nazaat van Hendrik Frima, eveneens Hendrik Frima geheten, verkocht in 1953 de borg aan de gemeente Leens. Die opende het huis voor het publiek en zorgde voor een restauratie in de jaren 1960. 

Bouwkundig onderzoek
Een onderzoek naar de bouwhistorie lijdt vaak onder ontbrekende gegevens. Oude delen van een gebouw zijn soms verdwenen en nog bestaande delen kunnen niet altijd onderzocht worden omdat het onderzoek geen schade mag veroorzaken. Verder geven archieven soms nog wat informatie, zoals contracten voor verbouwingen etc. Dan blijft over het bezien van historisch beeldmateriaal en het gebouw op die plaatsen te onderzoeken waar dat mogelijk is. In 2007 is door F.J. van der Waard een bouwhistorisch onderzoek verricht. 

Ongetwijfeld de oudste ruimtes van de borg zijn te vinden in de kelders. Het zijn er twee onder het oostelijke deel van de borg. De oostelijke kelder wordt door een gedrukt tongewelf overwelfd. De westelijke door houten balken en een houten plafond. In de noordgevel is over de hele lengte van de muur een rij van in totaal elf spleetvensters aangebracht. Ze werden wel aangezien voor schietsleuven, maar daarvoor liggen ze wel erg laag. Bovendien zijn er drie niet te gebruiken omdat ze dichtgemetseld zijn. Een daarvan loopt precies dood op een oude keldermuur en kon dus zeker nooit gebruikt worden. In het westelijke deel van de borg was zelfs geen kelderruimte aanwezig. Dit deel van de borg is nu te bereiken door een ondiepe gang die evenwijdig aan de noordmuur loopt en die enkele jaren geleden is gegraven om de schietspleten te onderzoeken. Al met al is het onwaarschijnlijk dat de elf spleten werkelijk van defensieve betekenis waren. Misschien waren ze alleen maar bedoeld om af te schrikken. Wel opvallend is de behoorlijke dikte van de buitenmuur, namelijk van 90 tot 120 cm.

In de kruipruimte is een oost - west lopende muurfundatie gevonden die 1,20 m binnen de huidige zuidmuur is gelegen. De noordvleugel van de borg is dus ooit smaller geweest dan het tegenwoordige gebouw. De kelders en kruipruimte zijn te bezichtigen.

Prenten en afbeeldingen
De oudst bewaarde afbeelding is vermoedelijk die van de beroemde zeeschilder Van de Velde de Oude. Deze schetste 's Lands schip Verhildersum van achteren. Op de spiegel van dit oorlogsschip uit 1655 is de borg Verhildersum te herkennen. In 1670 schilderde M van Grevenbroeck de familie Tjarda van Starckenborgh. Op de achtergrond is de borg te herkennen. Uit 1678 dateert de schets die op de zogenaamde Coenderskaart is te zien. Stellingwewrf tekende de borg omstreeks 1700 en in 1731 gebeurde dat nog eens door Adriaen Schoemaker. Deze afbeeldingen vertonen grote overeenkomsten. Alleen de prent van Van de Velde wijkt wat af. Verhildersum was een gebouw met vier vleugels rondom een binnenplaats.

In 1686 gaf borgheer Edzard Tjarda van Starkenborgh opdracht tot een verbouwing van het huis. In de westgevel prijkt een alliantiewapen van Edzard en zijn vrouw Anna Habina Lewe, gedateerd 1686. Aan de buitenkant van de borg is deze verbouwing herkenbaar aan de vrij kleine rode baksteentjes in het westelijke deel van de noordmuur en in de westmuur van de huidige borg. 

De volgende afbeelding van de borg vinden we op de zogenaamde Beckeringhkaart uit 1781. Hier zien we dat een ingrijpende verandering heeft plaatsgevonden. De westelijke en zuidelijke vleugel zijn verdwenen en het resterende gebouw wordt nu door een schilddak bedekt. Aannemende dat Schellingwerf en Schoemaker de situatie van 1700 en 1731 tekenden, moet de verbouwing dus tussen 1731 en 1781 zijn gebeurd.

1792, de grote verbouwing
De oostvleugel is in 1786 afgebroken en in 1792 werd een grootschalige verbouwing van het resterende gebouw uitgevoerd. Er kwam een nieuwe voorgevel die 1,20 meter verder naar het zuiden is geplaatst. De Breedte van het gebouw nam toe van 8,20 naar 9,60 m. De westmuur en een gedeelte van de noordmuur bleven staan. In deze muren werden vensters met houten kozijnen ingehakt. Een geheel nieuw dak bedekte het nu bredere gebouw en vrijwel alle binnenmuren werden vernieuwd. De voorgevel kreeg een zorgvuldig gemetselde muur van vrij donkere, bruine bakstenen. Aan de westzijde gaat deze muur nog een stuk de hoek om.

In de periode waarin de families Van Bolhuis en Frima de borg bezaten zijn er enkele kleinere verbouwingen en moderniseringen geweest. In 1910 werden de beide tuinmuren en de aanbouwtjes gerealiseerd. In de westelijke muur herinnert een sluitsteen met het opschrift AD 1919 hieraan.

Toen de borg in 1953 aan de gemeente Leens werd verkocht kreeg het huis een museale bestemming. De 19e eeuwse haardpartij in de eetkamer en de rococohaard in de ontvangstkamer werden toen waarschijnlijk geplaatst. In de jaren 1960 werd een restauratie uitgevoerd. In 1968 ontstond de Zaal uit vier kleinere vertrekken die werden afgebroken. Toen werd ook de imposante houten schouw in de zaal geplaatst. Deze schouw was in 1705 ontworpen door Allard Meijer uit Groningen en gemaakt door Jan de Rijk en oorspronkelijk bestemd voor de Menkemaborg in Uithuizen.

Opmerking toevoegen

You can add a comment by filling out the form below. Plain text formatting.

Verwante items