Verscholen in het groen achter de A7 ligt Nieuw-Beerta, een klein dorp in Oost-Groningen. Op de hoek van de Hoofdweg en de Molenweg staat een monument dat herinnert aan de Tweede Wereldoorlog. Een beeldengroep uit steen op een sokkel. Om het geheel goed te zien moet je je hoofd diep in je nek leggen: de zuil is maar liefst vier meter hoog. De tekst op het monument luidt:'Ongebroken 1940-1945'Meer niet. Een van de mensen die in Nieuw-Beerta tijdens de oorlog 'ongebroken' was, was dominee een verzetsman Bastiaan Jan Ader. Op 20 november 1944 werd hij gefusilleerd. Hij liet een vrouw en twee kinderen achter.
Bastiaan Jan Ader werd op 30 december 1909 geboren in s-Gravenzande. Hij studeerde in Utrecht en trouwde met Johanna Appels. In 1938 werd hij dominee van de Hervormde Kerk in Nieuw-Beerta en betrok 'Domie', zoals de bijbehorende pastorie werd genoemd. Vanaf 1942 stelde hij zijn huis open voor Joodse onderduikers uit Amsterdam. Ook twee neven van Johanna, die hadden geweigerd de loyaliteitsverklaring voor studenten te ondertekenen, kregen een plaats in de pastorie. Tussen 1942 en 1944 hebben er in totaal bijna tien mensen ondergedoken gezeten in de pastorie. Ader was inmiddels vader geworden van een zoon en de tweede was onderweg.
Ondertussen was Ader ook elders bezig om onderdak te zoeken voor Joodse en politieke vluchtelingen. Hiertoe stond hij in nauw contact met de verzetsgroep van Radersma. Daarnaast reisde Ader ook veelvuldig naar Amsterdam waar hij samen met een nicht van zijn vrouw bewoners van de Joodse Invalide aan onderduikadressen hielp. Verder werkte Ader ook aan een plan om kamp Westerbork te overvallen en te bevrijden. Uit diverse bronnen blijkt dat dit plan in een ver gevorderd stadium verkeerde. Er zouden al 200 mensen uit het verzet en van Britse zijde bij betrokken zijn. Hiertoe had hij onder andere contacten in Haarlem, waar ook de radio stond waarmee berichten naar Engeland verstuurd werden.
En daar ging het mis: op 22 juli 1944 werd Ader in Haarlem gearresteerd. 'Contact met terreurgroepen en Hulp aan Joden' luidde de aanklacht. Op de eerste aanklacht stond de doodstraf, maar Aders vrienden hebben het bewijs hiervoor weten te vernietigen, zodat alleen de laatste aanklacht overbleef. Van het Plan-westerbork was bij de Duitsers niets bekend. Ader was er daarom van overtuigd dat hij uiteindelijk weer vrij zou komen. Op 28 juli werd Ader overgeplaatst naar de gevangenis op de Weteringschans in Amsterdam. Op 20 november 1944 werd de Duitse officier Rauter vermoord. Als represaille hiervoor werd Ader samen met vijf andere gevangenen nog diezelfde dag in Veenendaal gefusilleerd.
Ader heeft zijn tweede kindje nooit gezien. Johanna zette het werk van haar man voort. In 1972 verscheen een boek met haar verhaal: Een Groninger pastorie in de storm. Franeker 1947
